dinsdag 25 juni 2019

Tantes

Drie van mijn tantes hadden vormende invloed op me. Als etnisch-katholiek had ik erg veel tantes, maar dus drie daarvan speelden een doorslaggevende rol. Er was tante Carla, mijn rolmodel voor het opgroeien. Tante Henriëtte, die zich niet door conventies liet leiden. En tante Thea, die mijn puber-ik op het juiste moment het juiste zetje gaf voor een gezonde verhouding met m'n familie.
Niemand heeft het ooit over tantes, het fenomeen tante klinkt tuttig en oud en niet noodzakelijkerwijs prettig. Het klinkt als schoonmoeder maar dan met een gebreide slobbertrui. Als tante Julia die haar borsten op je schouder legt.

Inmiddels ben ik zelf zes keer tante en nog zonder eigen kinderen ook. Ik hoop dat ik net zo'n hulp bij de volwassenwording voor mijn minstens één van mijn neven en nichten zou kunnen zijn als die drie tantes voor mij waren. Maar ik krijg steeds beter door dat dat een kwestie van toeval en geluk is en vooral ook van de aard van betreffende neven en nichten. Het is de vraag of, door wie, en welke richting op ze zich laten beïnvloeden.

zondag 16 juni 2019

Censuur

M'n geloof in een bijna absolute vrijheid van meningsuiting, of eigenlijk uitingsvrijheid, is kapot. Maar ik weet nog steeds niet hoe het dan wèl moet. Ik ben er van overtuigd dat treiteren, provoceren, haatzaaien, liegen, stemmingmakerij, propaganda, nepnieuws en schelden bestreden moeten worden.

Lang heb ik mijn hoop gevestigd op onderwijs en informatie, dus vrije en diverse media. Maar nu het tot mij door begint te dringen dat onderwijzend personeel niet in staat is om kinderen voldoende toe te rusten met kennis en kritisch vermogen, en dat de media al net zo benauwd zijn voor het plebs, zie ik ook wel in dat daar geen heil van te verwachten valt. Onderwijs en media hebben misschien wel een grote verantwoordelijkheid, ze nemen hun verantwoordelijkheid bepaald niet.

Er wordt ook veel verwacht van zuiveringsacties van de sociale media maar dat is echt een totaal onzalige weg. Niet alleen wil ik de bescherming van onze fundamentele rechten niet aan commerciële Amerikaanse techbedrijven overlaten. Die bedrijven hechten veel meer waarde aan preutsheid en gelijkvormigheid dan goed voor ons is. Ze voeren hun zuiveringsacties ook niet uit omwille van diversiteit, vrijheid, democratie of recht maar omdat ze klanten en aandeelhouders tevreden willen stellen. Maar klanten en aandeelhouders malen niet om discriminatie of censuur, om informatie of debat. Die willen gewoon zoveel mogelijk gebruikers en zoveel mogelijk traffic. Zie The cleaners om te begrijpen wat er mis is aan de macht van Big Tech.

Wat dan? Als ambtenaar ben ik geneigd om eerst maar eens te gaan definiëren, categoriseren. Maar hoe doe je dat als het om pesten en treiteren gaat? Of om dogwhistling? Makkelijk te herkennen voor mensen, onmogelijk aan een machine uit te leggen. Het gaat steeds om de intentie van degene die de uitingen doet. Overigens is het retweeten of doorappen van een berichtje al een uiting tegenwoordig, dus wat is dan de criminele actie?

Ik weet het nog niet maar ik verlang terug naar de tijd dat iedereen het wel uit z'n hoofd liet om zich als een hufter te gedragen. Omdat je toen nog gewoon uitgekotst werd door alles en iedereen om je heen.

maandag 10 juni 2019

Welvaart


Of de gele hesjes nou een sociaal-economisch fenomeen zijn of niet, de vraag hoe onze rijkdom en risico’s te verdelen is altijd wel van belang. Ik zie drie mogelijke principes:

Egalitarisme – we verdelen alles zo gelijk mogelijk, verschillen zijn kwalijk, de ene mens is niet meer ward dan de ander. Dat was tot de jaren tachtig het normale denken en het leidde tot sociaal-democratisch beleid, een enorme herverdeling en afgedwongen solidariteit via belastingen en premies, en een enorme collectieve sector.

Verdienste – iedereen krijgt zoveel mogelijk kansen maar wie de kansen benut mag daar alle vruchten van plukken. Dat is tegelijk eerlijk, en goed voor de economie omdat het ondernemerschap en innovatie stimuleert. Het neoliberale denken van de afgelopen decennia legde wel teveel nadruk op dat laatste en verwaarloosde de opdracht aan de overheid om in gelijke kansen te voorzien. Een laissez-faire overheid veroorzaakt juist kansenongelijkheid, door discriminatie en verschillen in startpositie en mogelijkheden.

Behoefte – elk mens krijgt wat nodig is voor een gezond en gelukkig bestaan. Het is een communistische gedachte, of een Rouseauaanse idylle van onverstoorde oergemeenschappen, en het loopt meestal verkeerd af omdat mensen elkaar nooit honderd procent vertrouwen. En dus autoriteiten nodig hebben die vaststellen wat ieders behoefte is. Bovendien moet er genoeg te verdelen zijn om in alle behoeften te voorzien, en het is de vraag of de communistische mens voldoende produceert, want wie gaat de k-klussen doen of neemt de nodige risico’s?

In Nederland hebben we een vrij redelijke mix volgens mij, al ben ik het neoliberale zelfgefeliciteer wel een beetje zat. De rijken zijn heus niet alleen maar rijk omdat ze zoveel beter zijn dan anderen. Er vindt zelfs uitbuiting plaats, zelfs in Nederland. We hebben een collectieve verantwoordelijkheid, breder dan voor onze directe familie of buurt. We zijn verdorie geen communistische oermensen!

zondag 9 juni 2019

Horen, zien, ruiken en het klimaat

Op vakantie in het dal van Ager verblijven is geen pretje meer, door de stank van de EU-gesubsidieerde varkensstallen. Een echt stille camping is nergens meer te vinden want er is altijd wel een jongere met een boombox of een luiddruchtige game. Voor het fraaie uitzicht moet je niet rond dorpen gaan wandelen want eerst moet je je door gruwelijk lelijke industrieterreinen vol golfplaten blokkendozen worstelen. En nou staan we ook nog op verzuipen door de stijgende zeespiegel, nooit meer sterren kijken dankzij lichtgevende kassen en reflecterende satelieten, smoren in hittegolf na hittegolf. Om over uitstervende dieren en woekerend onkruid nog maar te zwijgen.

Maar alle opwinding richt zich op het al dan niet geloven van al dan niet alarmistische wetenschappers, en op de ruzie over hoeveel publiek geld we over hebben voor een leefbaar milieu. We beschuldigen elkaar over en weer van naïviteit en hypocrisie en iedereen verschanst zich achter de hoge dijken van het eigen gelijk.

Wat ik onbegrijpelijk vind, is dat we het er niet meer over hebben hoe belangrijk natuur en schone lucht en biodiversiteit voor ons allemaal zijn. Iedereen wil naast een idyllisch kabbelnd bergbeekje kamperen met uitzicht op magnifieke besneeuwde bergtoppen en het getjilp van vogeltjes om z'n tent. En dat we het nog steeds normaal vinden dat vervuiling, verspilling en uitputting met subsidies en belastingvoordelen worden gestimuleerd. Dat ons hele economische model gebaseerd is op zo hoog mogelijke consumptie - zuinigheid kost banen. Dat bedrijven die totaal niet duurzaam of eerlijk produceren het meeste winst maken, dat hun eigenaars en aandeelhouders het rijkst worden van iedereen.

Ik blijf geloven dat er een hoop milieuwinst te halen is zonder consumptie of comfort op te geven, gewoon door duurzamere producten te maken en door zuiniger om te gaan met energie. En ik blijf hopen dat we iets zorgvuldiger met de natuur om zullen gaan, zelfs als er meer mensen met dezelfde aarde moeten doen, gewoon door een wat verstandiger planning van menselijke activiteiten. En ik blijf vinden dat we lusten en lasten eerlijkger moeten verdelen, door juist eco-innovaties te stimuleren en ecoproductie de gereguleerde ruimte te bieden.
Als we dat zouden doen zouden we een stuk minder ruzie hoeven te maken over de vraag of het wel waar is dat de mens oorzaak is van allerlei ellende. Dat doet er nauwelijks toe - de vraag is vooral hoe we zo min mogelijk ellende aan kunnen richten.

zondag 26 mei 2019

Europese partijen

Ik geloof nog steeds dat het een kwestie is van gebrekkige educatie. Mensen krijgen niet bijgebracht wat het belang is, ook voor henzelf, van een liberale rechtsstaat. En het - heel erg beperkte - historisch besef staat teveel in een patriottisch teken: we waren winnaars of slachtoffers van kwaaie machten, nooit daders of meelopers.

Daar krijg je democratische verwarring van, de misvatting dat meerderheden gelijk hebben en dat er zoiets zou moeten zijn als 'een volk'. En je krijgt er zwart-wit denken van, denken in termen van goed en kwaad, van wij-zij, van vertrouwd en vals.
Dat geldt kennelijk niet alleen in Nederland, dat gebrek aan burgerschapsopvoeding en zelfreflectie.

Ik begrijp de angst voor verlies, de woede over onrecht, het ongemak over verandering. Maar ik ben dan weer bang voor ons collectieve onvermogen om water bij de wijn te doen en om in gesprek te blijven. Het is de enige manier van samenleven die er is.

dinsdag 21 mei 2019

Jaloers op een ladenblokje


De rampspoed die flexwerken heet blijft niet tot rijksambtenaren beperkt. Ook een vriend die bij een verzekeraar werkt verhaalt over flexdwang, clean desk en rondsjouwen met laptops. Maar hij heeft wel nog een ladeblok. Weemoedig denk ik terug aan mijn ladeblok van vroeger, waar ik de middelste la van gebruikte als voetenbankje om zo in de ideale werkhouding stukken te lezen. Waar onderin ruimte was voor hangmappen om keurig al je taken en projecten te ordenen.

Maar ja, vroeger, dat is die tijd dat alles beter was. De tijd dat ik een kast vol ordners had staan zodat ik nooit stukken meerdere keren uit hoefde te printen, en alles waar ik ooit aan gewerkt had in een handomdraai terug kon vinden. En nog een kast vol boeken, zodat collega’s geïnspireerd werden tot nieuwe ideeën of op het spoor konden worden gezet van interessante experts op hun terrein. Een grote plaat van mijzelf boven Australië aan de muur, wat regelmatig leuke kennismakingsgesprekken opleverde. Planten in zicht, iets waar mijn apebrein duidelijk grote behoefte aan heeft.

Dat het tegenwoordig in onze kantoortuin, kantoorkerkhof eigenlijk, zo afschuwelijk is en zo inefficiënt en zo creativiteit- en samenwerkingbelemmerend mogelijk, komt door de combinatie van HNW, besparingen op gebouwen, een productiecultuur waarin met kennis of inspiratie weinig affiniteit bestaat.

Vroeger was beter. Daar moesten we vroeger om lachen, zelfs dàt was beter.

maandag 20 mei 2019

Geiger, Unter der Drachenwand

Een boek dat prachtig is omdat het allemaal zo klein, zo niet-dramatisch is, doorsnee, gewoon. Gewoon, maar wel in de oorlog, Gewone mensen, maar wel een Duitse soldaat die zich probeert te drukken voor het front. En allemaal mensen die geboren en getogen zijn in het nazisme.
De ramp die oorlog is wordt juist inleefbaar doordat de plaats van handeling nou juist weg van de oorlog is. Mijn Duits is niet goed genoeg om precies te begrijpen wat al die personages nou naar Mondsee heeft gebracht, maar het is in ieder geval ver weg van welk front dan ook. En toch is alles en iedereen door de oorlog doordrenkt. Iedereen komt voedsel, kleding, zeep tekort, er zijn geen volwassen mannen waar niks mee loos is, gezinnen zijn uit elkaar gevallen en zien elkaar maanden, jaren lang niet. Het totalitaire van regime en oorlog is constant voelbaar, zonder dat er in dit boek rechtstreeks over geschreven wordt.
Ik vind de onderbreking met brieven van een joodse man het boek niet sterker maken, eerder het omgekeerde. Het perspectief van een Weens burger die pas veel te laat vaststelt dat hij niet langer burger is, dat hij moet vluchten, vraagt een ander boek. De overeenkomst met Veit, die ook opeens niks méér wil dan overleven, is ongepast.
Iets minder ongepast is het verhaal van Kurt, de jongen van zestien die naar het front gaat in een kinderlijke overtuiging dat het zo hoort, net op het moment dat de iets oudere Veit van zijn oorlogsgeloof afvalt. Niet alleen door zijn 'zenuwen' en zijn angst om weer naar Rusland te moeten, maar vooral doordat hij door Margot als een uniek en lief mens wordt behandeld. Door liefde.

Er verongelukt nog een meisje, en er wordt nog een oom-politieman vermoord, er worden joden doodgeslagen en een recalcitrante buurman wordt geestelijk kapot gemaakt in de gevangenis. Veel dood en geweld, alsof de schrijver wil laten zien dat de oorlog dat enigszins normaliseert. Misschien ook alleen maar om gebeurtenissen in het verhaal te brengen. Maar de kern, de ontluiking van liefde in een totaal bedorven wereld, is voor mij voldoende om er een prachtig boek van te maken.