vrijdag 31 januari 2020

Brexit

I don't believe the EU is perfect, or even good. There is too much wrong with it. But leaving the EU is just destroying an imperfect thing that could have been repaired, improved. It's vandalism of a childish and dangerous kind. What the EU is, aside from a less than democratically transparent series of treaties and procedures, is a community of political and governmental norms, procedures, goals and values. We share values and try to figure out how best to guard them. Deserting will in no way help.

I feel very sorry for my British friends and I'm horrified with the thought of how I would feel if I were in your situation. I'm sure not much will change for us personally, but I realise you'll have to live as a citizen of a country that is not part of the community that protects us and makes our lives quite easy.

All the best.

Gedragsinzichten in overheidsbeleid


De staat, de overheid, heeft impact op zo ongeveer de complete keuzearchitectuur voor burgers en organisaties. Of mensen een keuze moeten maken, of ze een keuze kunnen maken, welke keuzes ze kunnen maken, wanneer ze een keuze moeten maken – dat is keuzearchitectuur. En de overheid bepaalt in hoge mate, op ongelooflijk veel gebieden en op verschillende niveaus van belangrijkheid, welke keuzes er te maken zijn. De uitkomsten van al die keuzes zien we als ‘gedrag’. Wel of niet stoppen voor een rood licht, wel of niet crimineel zijn, wel of niet premie betalen voor een verzekering, wel of niet op tijd je belastingaangifte invullen, wel of niet investeren in een duurzame technologie, wel of niet iemand in dienst nemen… het is zo ongeveer oneindig. En er zijn weinig keuzes, er is weinig gedrag, waar de overheid niet op de één of andere manier invloed op heeft. Tot in de slaapkamer en het stemhokje aan toe.
Voorbeelden. Als de bouw van kleine éénsgezinswoningen in het voorstedelijk groen wordt gestimuleerd, wordt het voor groepen lastig om communes te vormen. Als het erfrecht onderscheid maakt tussen kinderen van gehuwden en die van ongehuwden, beïnvloed je de keuze van mensen om al dan niet te trouwen. Als er geen fietspaden zijn aangelegd en de plicht om een helm te dragen met hoge boetes wordt afgedwongen, kiezen mensen er vaker voor om de auto te pakken.
Keuzearchitectuur is grotendeels een gevolg van overheidsbeleid. Zowel keuzes die mensen bewust en afgewogen maken, als keuzes die volkomen onbewust, automatisch, worden gemaakt, worden waarschijnlijker of juist minder in een bepaalde keuzearchitectuur. Een overheid die bepaalde keuzes, bepaald gedrag, wil stimuleren en ander gedrag probeert te beperken doet dat door middel van beleid. Een combinatie van een bepaald doel (zoals in een politiek, democratisch, proces bepaald) en methoden om dat doel te bereiken.
De moderne aandacht die er bij overheden is voor gedrag maakt beleid slimmer. Dat werkt zo: het allerdomste beleid is eenvoudig het gewenste gedrag verplichten en onwenselijk gedrag verbieden. Dat kan je al een beetje verbeteren door toezicht op het gedrag te organiseren en de verplichtingen en verboden met de dreiging van sancties te laten handhaven.
Een beetje slimmer is het om voorlichting te geven, te zorgen dat mensen weten hoe ze zich moeten gedragen en hen te overtuigen van het nut van dat goeie gedrag. Of om gewenst gedrag financieel aantrekkelijk te maken met belastingvoordelen of subsidies. Of om de handhaving van ge- en verboden niet af te laten hangen van afschrikking en dwang, maar van goeie gesprekken, vertrouwen en het gezag van handhavers. De politieagent die je erop wijst dat je kleine kinderen in gevaar brengt door ze het slechte voorbeeld te bieden.
Doordat beleidsmakers zich meer gelegen laten liggen aan gedragsinzichten, aan kennis over de manier waarop mensen keuzes maken, kunnen ze het nog slimmer aanpakken. Ze kunnen de keuze waarvan ze hopen dat mensen die zullen maken makkelijk of aantrekkelijk maken (zoals winkeliers het duurste product op ooghoogte in de schappen leggen). Ze kunnen zorgen voor allerlei signalen – kleuren, plaatjes, gedrag van anderen – die van invloed zijn op het onderbewuste van de meeste mensen (nudges). Ze kunnen voorschrijven hoe een gebouw ingericht moet zijn of hoe een website werkt. Ze kunnen de regels over schoolkeuze, pensioenen, dienstverbanden, beroepsgroepen, prijzen, natuurgebieden, enz. enz. enz. zó maken dat het meest voor de hand ligt om dàt te doen wat de politiek het meest wenselijk vindt, of zelfs onwenselijke keuzes onmogelijk maken. Ze kunnen mensen laten opleiden of trainen om betere keuzes te maken, ze kunnen zorgen dat er hulp is of iemand die voordoet hoe het moet. Ze kunnen de mensen waarop het beleid zich richt vragen om mee te denken of mee te beslissen.
Met slim beleid wordt niet alleen een slimme keuzearchitectuur vormgegeven – er gebeurt nog veel meer. Er wordt grondig onderzocht wat er nodig is voor verschillende groepen mensen. Er wordt rekening gehouden met de wensen en moeilijkheden van mensen. Wat is hun context, onder welke druk staan ze en welke mogelijkheden hebben verschillende groepen? De vrijheid van burgers om keuzes te maken wordt afgewogen tegen het maatschappelijk belang van het politiek gewenste gedrag. De betekenis van gelijke behandeling bij ongelijke gevallen wordt besproken. Het belang van solidariteit en van wie met wie wordt tegen het licht gehouden. Beleid met aandacht voor gedragsinzichten impliceert openheid van beleidsmakers voor de perspectieven van burgers.
Beleid kan alleen maar slim zijn als in de gaten wordt gehouden of doelen bereikt worden, of doelen bereikt kunnen worden, en als dat niet teveel kost. Dat betekent dat er kennis uit allerlei soorten onderzoek gebruikt wordt om beleidskeuzes te onderbouwen, en dat er voortdurend data verzameld worden om te monitoren hoe mensen zich gedragen en of dat verandert, en dat er van tijd tot tijd een heuse effect-evaluatie wordt gedaan om na te gaan of alle maatregelen nou werkelijk zoden aan de dijk hebben gezet. Dat alles vraagt om bereidheid van beleidsmakers om hun veronderstellingen en opvattingen kritisch tegen het licht te houden, om verschillende maatregelen uit te proberen en om hun beleid aan te passen als duidelijk wordt dat het beter kan.
De aandacht voor gedragsinzichten heeft hernieuwde belangstelling voor al die aspecten van goed beleid maken met zich meegebracht. Expliciet afwegingen maken, keuzes baseren op kennis en onderzoek, rekening houden met de verschillende omstandigheden van verschillende doelgroepen, in gesprek gaan met burgers, experimenteren, monitoren en evalueren. Zo is het thema ‘gedrag’ misschien niks nieuws, maar het draagt wel degelijk bij tot beter beleid.

vrijdag 24 januari 2020

Polarisatie in Australië


Elke keer als ik een paar weken in Australië ben vallen me de politieke overeenkomsten en verschillen met Nederland op. De laatste keer zeker, omdat ‘het nieuws’ gewoon niet te missen was vanwege de catastrofale branden in Victoria en NSW. Verontrustend vond ik dat die nationale crisis niet tot een algemeen gedeeld gevoel van politieke urgentie leidde, maar juist tot heftige polarisatie en verwijten over en weer. Het ene deel van de bevolking ziet in de branden bewijs voor klimaatverandering en voor de noodzaak om eindelijk actief milieubeleid te gaan voeren. Die groep wil ook meer geld besteden aan de brandweer en het is min of meer dezelfde groep die tegen de uitverkoop van ertsen, mijnen en havens aan de Chinezen is.
Het andere, ik meen kleinere, deel vindt dat de branden normaal zijn en dat de heftigheid vooral de schuld is van de greenies, want die zouden het preventief afbranden van struiken hebben belemmerd. Ik kreeg de indruk dat zij over het algemeen vinden dat de brandweer vrijwillig moet blijven en dat het goed voor de economie en de werkgelegenheid is dat de Chinezen zoveel kool opgraven.
De groepen bestoken elkaar met facebookberichten, antikapitalistische demonstraties en veel geschreeuw en gescheld. Niemand vertrouwt de klassieke media en men citeert alleen publicaties uit de eigen bubbel. Ondertussen stonk de lucht naar rook, waren de stranden bezaaid met roetdeeltjes, verloren mensen have en goed en lagen de wegbermen vol met doodgereden kangoeroes (die juist in de berm nog een laatste restje groen hoopten te vinden).

Mijn indruk is dat het in Nederland iets beter gesteld is met de democratische gezindheid, dus tolerantie voor debat en voor verschillende opinies. Volgens mij zijn Nederlanders net ietsje beter geïnformeerd door net iets objectievere media, hebben we meer vertrouwen in de overheid en hebben we minder een cowboycultuur waarin mensen vooral voor zichzelf en voor hun directe buren moeten zorgen. Het helpt enorm dat we nog niet opgeslokt zijn door Murdoch of Berlusconi en dat we al een eeuw ervaring hebben met goed bestuur, gedwongen solidariteit en nationale dijkbewaking.

Toevallig lees ik net een artikel over de funeste invloed van fake news. Misschien is de enige reden dat het in Nederland nog niet zo erg is, dat het belang van rechts om de Nederlandse democratie te ondermijnen nog niet zo groot is.