Ik geloof nog steeds dat het een kwestie is van gebrekkige educatie. Mensen krijgen niet bijgebracht wat het belang is, ook voor henzelf, van een liberale rechtsstaat. En het - heel erg beperkte - historisch besef staat teveel in een patriottisch teken: we waren winnaars of slachtoffers van kwaaie machten, nooit daders of meelopers.
Daar krijg je democratische verwarring van, de misvatting dat meerderheden gelijk hebben en dat er zoiets zou moeten zijn als 'een volk'. En je krijgt er zwart-wit denken van, denken in termen van goed en kwaad, van wij-zij, van vertrouwd en vals.
Dat geldt kennelijk niet alleen in Nederland, dat gebrek aan burgerschapsopvoeding en zelfreflectie.
Ik begrijp de angst voor verlies, de woede over onrecht, het ongemak over verandering. Maar ik ben dan weer bang voor ons collectieve onvermogen om water bij de wijn te doen en om in gesprek te blijven. Het is de enige manier van samenleven die er is.
zondag 26 mei 2019
dinsdag 21 mei 2019
Jaloers op een ladenblokje
De rampspoed die flexwerken heet blijft niet
tot rijksambtenaren beperkt. Ook een vriend die bij een verzekeraar werkt
verhaalt over flexdwang, clean desk en rondsjouwen met laptops. Maar hij heeft
wel nog een ladeblok. Weemoedig denk ik terug aan mijn ladeblok van vroeger,
waar ik de middelste la van gebruikte als voetenbankje om zo in de ideale
werkhouding stukken te lezen. Waar onderin ruimte was voor hangmappen om keurig
al je taken en projecten te ordenen.
Maar ja, vroeger, dat is
die tijd dat alles beter was. De tijd dat ik een kast vol ordners had staan
zodat ik nooit stukken meerdere keren uit hoefde te printen, en alles waar ik
ooit aan gewerkt had in een handomdraai terug kon vinden. En nog een kast vol
boeken, zodat collega’s geïnspireerd werden tot nieuwe ideeën of op het spoor
konden worden gezet van interessante experts op hun terrein. Een grote plaat
van mijzelf boven Australië aan de muur, wat regelmatig leuke kennismakingsgesprekken
opleverde. Planten in zicht, iets waar mijn apebrein duidelijk grote behoefte
aan heeft.
Dat het tegenwoordig in
onze kantoortuin, kantoorkerkhof eigenlijk, zo afschuwelijk is en zo
inefficiënt en zo creativiteit- en samenwerkingbelemmerend mogelijk, komt door
de combinatie van HNW, besparingen op gebouwen, een productiecultuur waarin met
kennis of inspiratie weinig affiniteit bestaat.
Vroeger was beter. Daar
moesten we vroeger om lachen, zelfs dàt was beter.
maandag 20 mei 2019
Geiger, Unter der Drachenwand
Een boek dat prachtig is omdat het allemaal zo klein, zo niet-dramatisch is, doorsnee, gewoon. Gewoon, maar wel in de oorlog, Gewone mensen, maar wel een Duitse soldaat die zich probeert te drukken voor het front. En allemaal mensen die geboren en getogen zijn in het nazisme.
De ramp die oorlog is wordt juist inleefbaar doordat de plaats van handeling nou juist weg van de oorlog is. Mijn Duits is niet goed genoeg om precies te begrijpen wat al die personages nou naar Mondsee heeft gebracht, maar het is in ieder geval ver weg van welk front dan ook. En toch is alles en iedereen door de oorlog doordrenkt. Iedereen komt voedsel, kleding, zeep tekort, er zijn geen volwassen mannen waar niks mee loos is, gezinnen zijn uit elkaar gevallen en zien elkaar maanden, jaren lang niet. Het totalitaire van regime en oorlog is constant voelbaar, zonder dat er in dit boek rechtstreeks over geschreven wordt.
Ik vind de onderbreking met brieven van een joodse man het boek niet sterker maken, eerder het omgekeerde. Het perspectief van een Weens burger die pas veel te laat vaststelt dat hij niet langer burger is, dat hij moet vluchten, vraagt een ander boek. De overeenkomst met Veit, die ook opeens niks méér wil dan overleven, is ongepast.
Iets minder ongepast is het verhaal van Kurt, de jongen van zestien die naar het front gaat in een kinderlijke overtuiging dat het zo hoort, net op het moment dat de iets oudere Veit van zijn oorlogsgeloof afvalt. Niet alleen door zijn 'zenuwen' en zijn angst om weer naar Rusland te moeten, maar vooral doordat hij door Margot als een uniek en lief mens wordt behandeld. Door liefde.
Er verongelukt nog een meisje, en er wordt nog een oom-politieman vermoord, er worden joden doodgeslagen en een recalcitrante buurman wordt geestelijk kapot gemaakt in de gevangenis. Veel dood en geweld, alsof de schrijver wil laten zien dat de oorlog dat enigszins normaliseert. Misschien ook alleen maar om gebeurtenissen in het verhaal te brengen. Maar de kern, de ontluiking van liefde in een totaal bedorven wereld, is voor mij voldoende om er een prachtig boek van te maken.
De ramp die oorlog is wordt juist inleefbaar doordat de plaats van handeling nou juist weg van de oorlog is. Mijn Duits is niet goed genoeg om precies te begrijpen wat al die personages nou naar Mondsee heeft gebracht, maar het is in ieder geval ver weg van welk front dan ook. En toch is alles en iedereen door de oorlog doordrenkt. Iedereen komt voedsel, kleding, zeep tekort, er zijn geen volwassen mannen waar niks mee loos is, gezinnen zijn uit elkaar gevallen en zien elkaar maanden, jaren lang niet. Het totalitaire van regime en oorlog is constant voelbaar, zonder dat er in dit boek rechtstreeks over geschreven wordt.
Ik vind de onderbreking met brieven van een joodse man het boek niet sterker maken, eerder het omgekeerde. Het perspectief van een Weens burger die pas veel te laat vaststelt dat hij niet langer burger is, dat hij moet vluchten, vraagt een ander boek. De overeenkomst met Veit, die ook opeens niks méér wil dan overleven, is ongepast.
Iets minder ongepast is het verhaal van Kurt, de jongen van zestien die naar het front gaat in een kinderlijke overtuiging dat het zo hoort, net op het moment dat de iets oudere Veit van zijn oorlogsgeloof afvalt. Niet alleen door zijn 'zenuwen' en zijn angst om weer naar Rusland te moeten, maar vooral doordat hij door Margot als een uniek en lief mens wordt behandeld. Door liefde.
Er verongelukt nog een meisje, en er wordt nog een oom-politieman vermoord, er worden joden doodgeslagen en een recalcitrante buurman wordt geestelijk kapot gemaakt in de gevangenis. Veel dood en geweld, alsof de schrijver wil laten zien dat de oorlog dat enigszins normaliseert. Misschien ook alleen maar om gebeurtenissen in het verhaal te brengen. Maar de kern, de ontluiking van liefde in een totaal bedorven wereld, is voor mij voldoende om er een prachtig boek van te maken.
zondag 28 april 2019
Paradoxale rechtvaardigheid
Onze samenleving is een paradox. Gebaseerd op wetenschap, technologie en handel is individuele vrijheid één van de belangrijkste waarden. Individuele vrijheid betekent diversiteit, verschillende ethische, morele opvattingen en ook verschillende omgangsvormen en fatsoensnormen.
Geen enkele samenleving kan vreedzaam en prettig blijven zonder rechtvaardigheid. Er is geen groter leed dan onrecht. Op het niveau van een complete samenleving veronderstelt dat overeenstemming over wat rechtvaardig is. Die overeenstemming kan niet worden afgedwongen want dat zou een onterechte beperking van de individuele gewetensvrijheid betekenen.
Misschien was het in een christelijke samenleving wel eenvoudiger, omdat het daar niet vrijheid ging maar om lijden, genade, vroomheid en de mogelijkheid om de balans in evenwicht te krijgen in het hiernamaals.
Of een kastensamenleving waarin het draait om wijsheid en inzicht in de waarheid. Dat is misschien het beste te verkrijgen doordat iedereen zich volledig overgeeft aan zijn of haar plaats in het geheel.
Maar wij, met ons streven naar beter en meer en mooier en rijker, wij moeten het hebben van innovatie. Alleen diversiteit en beweging kunnen dat bieden. Maar dat leidt dan ook tot voortdurend conflict, tot voortdurende politiek.
Knap van ons, dat we politieke processen in banen hebben weten te leiden die de paradox tussen eenstemmigheid en vrijheid een beetje temmen. Maar het blijft een gevaarlijk beest.
Geen enkele samenleving kan vreedzaam en prettig blijven zonder rechtvaardigheid. Er is geen groter leed dan onrecht. Op het niveau van een complete samenleving veronderstelt dat overeenstemming over wat rechtvaardig is. Die overeenstemming kan niet worden afgedwongen want dat zou een onterechte beperking van de individuele gewetensvrijheid betekenen.
Misschien was het in een christelijke samenleving wel eenvoudiger, omdat het daar niet vrijheid ging maar om lijden, genade, vroomheid en de mogelijkheid om de balans in evenwicht te krijgen in het hiernamaals.
Of een kastensamenleving waarin het draait om wijsheid en inzicht in de waarheid. Dat is misschien het beste te verkrijgen doordat iedereen zich volledig overgeeft aan zijn of haar plaats in het geheel.
Maar wij, met ons streven naar beter en meer en mooier en rijker, wij moeten het hebben van innovatie. Alleen diversiteit en beweging kunnen dat bieden. Maar dat leidt dan ook tot voortdurend conflict, tot voortdurende politiek.
Knap van ons, dat we politieke processen in banen hebben weten te leiden die de paradox tussen eenstemmigheid en vrijheid een beetje temmen. Maar het blijft een gevaarlijk beest.
dinsdag 16 april 2019
Democratie, rechtsstaat en bestuur
Wie over de
staatsinrichting denkt, denkt doorgaans over democratie en rechtsstaat en over
de relatie tussen die twee concepten. Over bestuur gaat het zelden, misschien
omdat besturen minder verheven is, minder een kwestie van politieke theorie.
Maar de drie concepten hangen wel erg samen en een goeie staatsinrichting
optimaliseert de relatie tussen die drie.
Zou je een doorgeschoten
democratie zonder rechtsstaat en zonder mogelijkheden om te besturen hebben,
dan krijg je dictatuur van de meerderheid. Populisme dat uiteindelijk alleen
tot totalitarisme kan leiden omdat er onbelemmerde druk tot homogenisering ontstaat.
Iedereen moet zich voegen naar de ‘wil van het volk’ en afwijkingen zijn niet
legitiem. Ergens anders over denken dan de meerderheid wordt een kwestie van
volksverraad.
Een doorgeschoten
rechtsstaat zonder matigend bestuur en zonder relativering door burgers zou
kunnen leiden tot regelfetisjisme. Een dictatuur van de wet zonder oog voor
redelijkheid, billijkheid en de bijzondere omstandigheden van individuele
gevallen. Als mensen zich moeten gaan voegen naar systemen verdwijnt
menselijkheid en moraal. De dimensie goed – slecht, de dimensie van
rechtvaardigheid, gaat verloren als het er alleen nog maar toe doet of een
regel is nageleefd, een norm gehaald.
En doorgeschoten bestuur
is technocratie, onverantwoord en onnavolgbaar. Een overheid van goeie
bedoelingen met een maakbaarheidsillusie slaat regelmatig de plank mis. Als
onderzoekers de belangrijkste beleidsbepalers zijn en als overleg en compromis
de enige methoden voor verandering zijn, wordt politiek een strijd om het
gelijk. De waarheid vastgesteld door commissies. Oppositie is vooral dom en
wordt eenvoudig genegeerd.
Ik denk dat het gewicht
in Nederland al decennia aan de bestuurskant hangt. Dat zou wel eens de woede
over een elite kunnen verklaren. Wil je besturen dan is een elite nodig. Maar
grote groepen burgers zijn het bestuur zat. Zij willen meer democratie. Met
alle risico’s van dien.
zaterdag 6 april 2019
René Hirsch, The masculine civilization
(vooraf: ik ben geen neutrale lezer)
The masculine civilization is pittige kost, deels door de schrijfstijl, deels door mijn onbekendheid met het onderzoek waaraan wordt gerefereerd en deels door de manier waarop het verhaal wordt verteld. Ik kan niet precies duiden wat er nou zo moeilijk is aan de tekst, maar het is moeilijk. Lange zinnen, moeilijke woorden. Toch is het niet vervelend om te lezen, je moet alleen wel wakker zijn. Misschien komt het doordat het in het engels is geschreven door een Fransman, of doordat het een bijna wetenschappelijke tekst is van een autodidact, hoe dan ook is niet alleen de auteur belezen maar dat wordt ook van de lezer verwacht. Hoewel de lezer dan weer wel aan de hand wordt genomen met uitgebreide voetnoten en appendices zodat alle kennislacunes zo goed mogelijk worden opgevuld.
Afgezien daarvan vond ik het een fijn verhaal om te lezen. Het is het verhaal van de ontwikkeling van de mensheid aan de hand van de relatie tussen mens en natuur, het denken over leven en dood, vruchtbaarheid, en dus de religieuze ontwikkeling van de mens. En dat vanuit feministisch perspectief, wat volgens de auteur eigenlijk onvermijdelijk lijkt te zijn.
Het verhaal begint bij de eerste mensen die in kleine groepjes onderdeel van de natuur zijn en die het verband nog niet hebben gelegd tussen seks en geboorte. Ze verklaren alle verschijnselen met de vondst van geesten en in de cyclus van leven en dood van de mens staat de vrouw evident centraal. Mannen hebben een vergelijkbare rol voor vrouwen en hun mogelijkheid om kinderen te krijgen, als dieren, planten, stenen, water, grond, lucht en vuur.
Als mensen gaan landbouwen en later aan veeteelt gaan doen veranderen ideeën over vruchtbaarheid. Vrouwen worden op een gegeven moment gezien als een soort akkers waarin mannen hun zaad zaaien. Zodra de link wordt gelegd tussen seks en vaderschap wordt het interessant om te controleren met wie een vrouw seks heeft en dat impliceert controle van mannen over vrouwen.
De godsdienst verandert mee en als er steden ontstaan en monarchieën worden goden heersers. De koning is vaak de verpersoonlijking van de hoogste god. Migratie, handel en oorlog leiden tot vermenging van goden en hier en daar wordt het goddelijke onpersoonlijk. Daarmee verandert ook de rol van priesters. Waren het eerst bijzondere mensen, uitverkorenen, die in contact met de goden stonden, uiteindelijk wordt priesterschap een functie. Iedereen zou priester kunnen worden, als hij maar aan de voorwaarden voldoet. Ik herkende in dit deel van het verhaal een oorsprong van bureaucratie en publieke ambten, maar daar gaat dit boek niet over.
Uiteindelijk ontstonden in het middenoosten monotheïstische, exclusieve religies waarin de god geen herkenbare identiteit meer heeft maar alomtegenwoordig is. De exclusiviteit biedt de priesters en gelovigen natuurlijk macht en superioriteit; het legitimeert dwang tot conformiteit aan de regels van een godsdienst en onderdrukking van 'anderen'.
Het boek is interessant en biedt heel veel stof tot nadenken. Ik ben niet volledig overtuigd dat dit het enige juiste verhaal is, andere vertellingen zouden misschien ook mogelijk zijn. Maar voor wie niet minstens even geleerd is als de schrijver, is het lastig om aan te wijzen waar alternatieven tot een andere logica zouden kunnen leiden.
The masculine civilization is pittige kost, deels door de schrijfstijl, deels door mijn onbekendheid met het onderzoek waaraan wordt gerefereerd en deels door de manier waarop het verhaal wordt verteld. Ik kan niet precies duiden wat er nou zo moeilijk is aan de tekst, maar het is moeilijk. Lange zinnen, moeilijke woorden. Toch is het niet vervelend om te lezen, je moet alleen wel wakker zijn. Misschien komt het doordat het in het engels is geschreven door een Fransman, of doordat het een bijna wetenschappelijke tekst is van een autodidact, hoe dan ook is niet alleen de auteur belezen maar dat wordt ook van de lezer verwacht. Hoewel de lezer dan weer wel aan de hand wordt genomen met uitgebreide voetnoten en appendices zodat alle kennislacunes zo goed mogelijk worden opgevuld.
Afgezien daarvan vond ik het een fijn verhaal om te lezen. Het is het verhaal van de ontwikkeling van de mensheid aan de hand van de relatie tussen mens en natuur, het denken over leven en dood, vruchtbaarheid, en dus de religieuze ontwikkeling van de mens. En dat vanuit feministisch perspectief, wat volgens de auteur eigenlijk onvermijdelijk lijkt te zijn.
Het verhaal begint bij de eerste mensen die in kleine groepjes onderdeel van de natuur zijn en die het verband nog niet hebben gelegd tussen seks en geboorte. Ze verklaren alle verschijnselen met de vondst van geesten en in de cyclus van leven en dood van de mens staat de vrouw evident centraal. Mannen hebben een vergelijkbare rol voor vrouwen en hun mogelijkheid om kinderen te krijgen, als dieren, planten, stenen, water, grond, lucht en vuur.
Als mensen gaan landbouwen en later aan veeteelt gaan doen veranderen ideeën over vruchtbaarheid. Vrouwen worden op een gegeven moment gezien als een soort akkers waarin mannen hun zaad zaaien. Zodra de link wordt gelegd tussen seks en vaderschap wordt het interessant om te controleren met wie een vrouw seks heeft en dat impliceert controle van mannen over vrouwen.
De godsdienst verandert mee en als er steden ontstaan en monarchieën worden goden heersers. De koning is vaak de verpersoonlijking van de hoogste god. Migratie, handel en oorlog leiden tot vermenging van goden en hier en daar wordt het goddelijke onpersoonlijk. Daarmee verandert ook de rol van priesters. Waren het eerst bijzondere mensen, uitverkorenen, die in contact met de goden stonden, uiteindelijk wordt priesterschap een functie. Iedereen zou priester kunnen worden, als hij maar aan de voorwaarden voldoet. Ik herkende in dit deel van het verhaal een oorsprong van bureaucratie en publieke ambten, maar daar gaat dit boek niet over.
Uiteindelijk ontstonden in het middenoosten monotheïstische, exclusieve religies waarin de god geen herkenbare identiteit meer heeft maar alomtegenwoordig is. De exclusiviteit biedt de priesters en gelovigen natuurlijk macht en superioriteit; het legitimeert dwang tot conformiteit aan de regels van een godsdienst en onderdrukking van 'anderen'.
Het boek is interessant en biedt heel veel stof tot nadenken. Ik ben niet volledig overtuigd dat dit het enige juiste verhaal is, andere vertellingen zouden misschien ook mogelijk zijn. Maar voor wie niet minstens even geleerd is als de schrijver, is het lastig om aan te wijzen waar alternatieven tot een andere logica zouden kunnen leiden.
zondag 24 maart 2019
Aanslagen
Het is natuurlijk nooit wijs, om zonder kennis van feiten na een aanslag allerlei opvàttingen te gaan debiteren. Maar aan de andere kant, elke politieke moord raakt iedereen, ook mij. En dus probeer ik er een mening over te hebben.
Ik denk dat Utrecht, Apeldoorn en Alphen aan de Rijn min of meer hetzelfde verhaal zijn. Gökmen T., Tristan van der V. en Kars T. waren erg gestoorde mannen, enorme losers, voor wie extremistische denkbeelden een houvast voor hun verwarde en agressieve gedachten boden. Ze hadden misschien wel de bedoeling om angst te zaaien en dat is dan dus terreur, maar volgens mij niet zozeer om politieke of ideologische redenen maar vooral in een poging om macht uit te oefenen en eens één keertje geen loser te zijn. Wat dus altijd gedoemd is te mislukken maar ondertussen zijn er wel mensen dood. Misschien heeft de overheid gefaald: door geen adequate hulp te bieden of door wapenbezit onvoldoende te bestrijden.
Nine-eleven, Utoya, Bataclan in Parijs, de kerstmarkt van Berlijn en Al Noor en Christchurch zijn verschrikkelijk maar wel overzichtelijk. Dit is gewoon extremistische terreur, gruwelijk en alleen maar puur slecht, berekenend en zorgvuldig voorbereid.
De overheid kan nog zo z'n best doen, uiteindelijk zullen er altijd zulke aanslagen zijn. Ze worden door grote groepen met een gedeelde ideologie gedragen. Ook vrouwen doen er aan mee.
Echte terreuraanslagen leiden tot angst en woede in vrije samenlevingen en tot zelfverminking door democratische rechtsstaten. Ze zijn dus effectief als we reageren in het door terroristen bepaalde frame, zonder respect voor mensenrechten en zonder geloof in diversiteit en vrijheid.
Wat misschien wel helpt: een beter, idealistisch in plaats van ideologisch narratief, internationale sociaal-economische en institutionele samenwerking, maar ook opsporing, terreurbestrijding en cybersecurity. Ook al zal altijd weer een keer onvoldoende blijken. Alleen weerbaarheid van democratie en rechtsstaat en veerkracht in de samenleving blijven over. Niet makkelijk, wel helder.
De ingewikkeldste categorie vind ik de politieke moordenaars. Fortuyn en Van Gogh zijn vermoord door individuen die meenden de wereld een dienst te bewijzen. Misschien waren de moordenaars ook wel psychisch gemankeerd maar ze zijn toch van een andere type dan de sneue krankzinnigen die plotseling wild om zich heen beginnen te schieten. Ze spelen eerder James Bond of Charles Bronson. Een wreker, een wereldredder.
Ik denk dat ze niet voortkomen uit ideologie of geloof, dat ze misschien niet eens een consistent extremistisch denkkader hebben, maar dat ze passen in onze Hollywoodcultuur waarin een eenvoudig goed-kwaad-schema bestaat en waarin elk mens eenvoudig en elke gebeurtenis ééndimensionaal is. Er is één waarheid, voor iedereen geldt exact dezelfde context, de toekomst is voorspelbaar.
Zulke politieke moordenaars falen eigenlijk altijd, want de gevolgen van hun handelingen blijken keer op keer veel complexer en oncontroleerbaarder dan zij dachten. Ze blijken drakenbestrijders: elke kop die een politieke moordenaar afhakt groeit zevenvoudig weer aan.
Politieke moord is niet alleen slecht, het is ook ongelooflijk dom.
De enige goeie politieke-moord-bestrijding is geschiedenisles.
Hier een mooie column van Beatrice de Graaf in de NRC: De lange schaduw van een terrorist.
Ik denk dat Utrecht, Apeldoorn en Alphen aan de Rijn min of meer hetzelfde verhaal zijn. Gökmen T., Tristan van der V. en Kars T. waren erg gestoorde mannen, enorme losers, voor wie extremistische denkbeelden een houvast voor hun verwarde en agressieve gedachten boden. Ze hadden misschien wel de bedoeling om angst te zaaien en dat is dan dus terreur, maar volgens mij niet zozeer om politieke of ideologische redenen maar vooral in een poging om macht uit te oefenen en eens één keertje geen loser te zijn. Wat dus altijd gedoemd is te mislukken maar ondertussen zijn er wel mensen dood. Misschien heeft de overheid gefaald: door geen adequate hulp te bieden of door wapenbezit onvoldoende te bestrijden.
Nine-eleven, Utoya, Bataclan in Parijs, de kerstmarkt van Berlijn en Al Noor en Christchurch zijn verschrikkelijk maar wel overzichtelijk. Dit is gewoon extremistische terreur, gruwelijk en alleen maar puur slecht, berekenend en zorgvuldig voorbereid.
De overheid kan nog zo z'n best doen, uiteindelijk zullen er altijd zulke aanslagen zijn. Ze worden door grote groepen met een gedeelde ideologie gedragen. Ook vrouwen doen er aan mee.
Echte terreuraanslagen leiden tot angst en woede in vrije samenlevingen en tot zelfverminking door democratische rechtsstaten. Ze zijn dus effectief als we reageren in het door terroristen bepaalde frame, zonder respect voor mensenrechten en zonder geloof in diversiteit en vrijheid.
Wat misschien wel helpt: een beter, idealistisch in plaats van ideologisch narratief, internationale sociaal-economische en institutionele samenwerking, maar ook opsporing, terreurbestrijding en cybersecurity. Ook al zal altijd weer een keer onvoldoende blijken. Alleen weerbaarheid van democratie en rechtsstaat en veerkracht in de samenleving blijven over. Niet makkelijk, wel helder.
De ingewikkeldste categorie vind ik de politieke moordenaars. Fortuyn en Van Gogh zijn vermoord door individuen die meenden de wereld een dienst te bewijzen. Misschien waren de moordenaars ook wel psychisch gemankeerd maar ze zijn toch van een andere type dan de sneue krankzinnigen die plotseling wild om zich heen beginnen te schieten. Ze spelen eerder James Bond of Charles Bronson. Een wreker, een wereldredder.
Ik denk dat ze niet voortkomen uit ideologie of geloof, dat ze misschien niet eens een consistent extremistisch denkkader hebben, maar dat ze passen in onze Hollywoodcultuur waarin een eenvoudig goed-kwaad-schema bestaat en waarin elk mens eenvoudig en elke gebeurtenis ééndimensionaal is. Er is één waarheid, voor iedereen geldt exact dezelfde context, de toekomst is voorspelbaar.
Zulke politieke moordenaars falen eigenlijk altijd, want de gevolgen van hun handelingen blijken keer op keer veel complexer en oncontroleerbaarder dan zij dachten. Ze blijken drakenbestrijders: elke kop die een politieke moordenaar afhakt groeit zevenvoudig weer aan.
Politieke moord is niet alleen slecht, het is ook ongelooflijk dom.
De enige goeie politieke-moord-bestrijding is geschiedenisles.
Hier een mooie column van Beatrice de Graaf in de NRC: De lange schaduw van een terrorist.
Abonneren op:
Posts (Atom)