dinsdag 15 november 2016

Antipolitieke democratie



Democratische politiek is lastig. Voor de verkiezingen probeer je jezelf te onderscheiden, en kiezers aan je te binden, met aansprekende beloften. Na de verkiezingen wil je gaan besturen zodat je zoveel mogelijk van die beloften waar kan maken. En om te kunnen besturen moet je compromissen sluiten, samenwerken met de politici waartegen je je voor de verkiezingen nou juist had afgezet.

Geen wonder dat kiezers zich permanent belazerd voelen, dat ze politiek als een smerig spelletje en politici als een corrupte kliek zien. En geen wonder dat politici niet weten hoe ze de kiezers kunnen overtuigen van hun oprechte goede bedoelingen.

Daar komt nog bij dat het neo-liberalisme alles vermarkt heeft, inclusief de politiek. Verkiezingen zijn niet anders dan een allocatiemechanisme waarin vraag en aanbod met elkaar gematcht worden. Partijen en verkiezingsbeloften hangen niet meer samen dankzij ideologie, samenhang is een imago dat tot stand komt door marketing. Kiezers kopen invloed met hun stem en als ze niet zichtbaar tevreden worden gesteld, stemmen ze een volgende keer op een ander die betere beloftes in de aanbieding heeft. Tot er geen partij meer is waarvan ze nog iets verwachten – dan stemmen ze niet meer, of op een antipolitieke partij.

zondag 13 november 2016

Eigen volk



Ik heb nooit zo gedacht in termen van ‘eigen’, maar nu populisten me het mes op de keel zetten moet ik toch eens bedenken wat en wie voor mij ‘eigen’ is.
Ik ervaar eigenheid in termen van uitdijende cirkels, sferen, met nogal fluïde onderscheid. Een binnencirkel van vrienden, familie en buren, een volgende met piloten en ambtenaren, naadloos overlopend naar iedereen die min of meer eenzelfde wereldbeeld delen. Eigenheid is voor mij meer een kwestie van generatie dan van etniciteit: we delen vergelijkbare kennis en ervaringen.
Nog verder weg zijn ook vreemden, anderen, mensen uit andere culturen die ver weg wonen en mensen die volstrekt andere denkbeelden koesteren dan ikzelf, in zoverre ‘eigen’ dat ze met mij en de mijnen de mensheid vormen.
Als ik m’n blogs van de laatste jaren teruglees, zie ik als rode draad een zoektocht naar de betekenis van broederschap. Vrijheid is een universeel ideaal, en gelijkheid geldt voor elk mens, maar dat impliceert solidariteit met iedereen. En dat laatste is gewoon niet waar, mentaal niet en praktisch niet. Ik voel weinig solidariteit met haatzaaiers en moordenaars, of ze nou de westerse wereld willen terroriseren, zwarten willen lynchen of vrouwen willen onderdrukken.

Ik heb de indruk dat ‘eigen’  voor populisten iets etnisch en territoriaals is. Je hebt categorieën, identiteiten, je kan direct aan iemand zien of ie erbij hoort of niet. De grenzen zijn veel scherper dan die tussen mijn cirkels van eigenheid. Als Wilders vindt dat er eindelijk weer eens voor het eigen volk opgekomen moet worden, bedoelt ie vast niet mij of Zini Özdil.
Maar behalve dat, het gezellig met elkaar ‘zeggen wat iedereen denkt’ waarbij iedereen een nogal exclusief gezelschap is, gaat het vooral om de scherpe streep tussen ‘ons’ en ‘zij’ zelf. Ik met m’n vage sferen, word gedwongen om ook kleur te bekennen. Hoort Wilders bij mijn ‘eigen’?
Voor mij is dat voorwaardelijk. Zolang hij grondrechten voor iedereen, dus gelijkheid in mijn termen, respecteert wel.

We stellen allemaal voorwaarden aan elkaar. Doordat die voorwaarden zo andersoortig zijn worden communicatie, geven en nemen en agree to disagree, steeds moeilijker en polariseert de complete samenleving. Ik zie voorlopig nog geen goeie uitweg.

zondag 6 november 2016

Minachting en respect



De opkomst van extreemrechtse populistische groepen en de popularisering van het gewoon rechtse en extreemlinkse discours komt doordat (of wordt versterkt doordat) de verliezers van globalisering en modernisering, de laag opgeleiden, de onontwikkelden, de democratisch afzijdigen zich niet gehoord en niet gewaardeerd voelen. De ‘elite’, nou ja iedereen die wel goed opgeleid is, belangstelling voor de wereld buiten z’n eigen straat heeft, enige culturele ontwikkeling heeft… iedereen die ofwel een interessante baan heeft, goed verdient en zich niet al te veel zorgen over z’n toekomstige inkomen hoeft te maken, iedere intellectueel, iedere liberaal, iedereen die geëmancipeerd uit een minderheid komt, iedere politiek betrokkene, iedereen die zich spiritueel ontwikkelt, kortom iedereen die zichzelf niet primair als slachtoffer identificeert. Die elite, ietsje groter dan de helft van de bevolking wat toch best een goeie score is voor een elite, zou de verliezers minachten. Op hen neerkijken. Niet serieus nemen.

Hoe moet je losers die zichzelf als slachtoffer zien, die destructief reageren als de staat hen niet onmiddellijk tegemoet komt, die racistisch en seksistisch schreeuwen serieus nemen? Hoe kan je hen niet minachten?

Minachting is niet erg constructief. Het veroorzaakt verdere polarisatie, wederzijds onbegrip en haat, escalatie van agressie, geweld en vernieling. Terug naar het klein houden van de jaren vijftig en zestig wil niemand meer – bij de onderdrukkers horen was nog nooit heilzaam voor leden van de elite.
De enige weg is die van de emancipatie. Verheffing, ontwikkeling. Haal die losers uit hun misère, geef ze goeie kansen en een steun in de rug, bied hen perspectief zodat ze de lol van een vrije en diverse samenleving gaan ervaren. Paternalistisch, de logische reactie op slachtofferschap.

Dat betekent voor ons, voor al diegenen die zich geen zielig slachtoffer voelen maar die ook hard werken, onze onzekerheden en zorgen hebben, door de zure appel heen bijten. Niet alleen moeten we geld en ruimte investeren in de ontwikkeling en emancipatie van de verliezers (scholen, opbouwwerk, kunstsubsidies, publieke media, sportclubs) maar we zullen ook gescheld en geschreeuw moeten incasseren, het zal ook heel veel meer moeite kosten dan we gewend zijn om mensen te overtuigen als je denkt de rechtsstaat te beschermen, en ja we zullen aanzienlijk beter moeten luisteren. Beter luisteren is vooral ook: anders luisteren. Niet je oren laten hangen en meekletsen met de huilende massa. Niet selectief interpreteren wat er op facebook en twitter gebeurt.

Echt luisteren doe je vanuit een normatief kader, je evalueert terwijl de ander zich uit. Wat is goed, wat is niet goed? En kritisch: klopt het, kan het kloppen, wat de ander beweert? Raakt hij zijn traditie kwijt doordat er teveel buitenlanders om hem heen wonen? Gaat het hem om zijn cultuur of om angst voor het andere en mag hij bang zijn?

Ik smacht naar luisterende politici die leiderschap tonen. Die laten zien waar zíj voor staan en wat dat betekent voor de klagende burger.

zondag 30 oktober 2016

Vertrouwen in de politiek



Een vriend vraagt me of ik de politiek vertrouw. Daar hoef ik niet over na te denken: ja, want ik zou geen ambtenaar kunnen zijn als het niet zo was. Maar ik blijf er toch over door piekeren. Wat voor vertrouwen bedoelt hij? Gaat het over integriteit of kundigheid of eerlijkheid? Ik antwoord dat ik lang niet alle individuele politici vertrouw, maar gelukkig zijn er meer en die houden elkaar wel bij de les geloof ik. Ik vertrouw dus vooral op het systeem, op democratie waardoor allerlei verschillende ideeën en belangen en invalshoeken in discussie worden gebracht. En op vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, bescherming van privacy en onafhankelijke rechtspraak, zodat iedereen met macht wordt gecontroleerd en zich moet verantwoorden.
Wat bedoel ik eigenlijk met integriteit als het om ‘de politiek’ gaat? Politici kunnen zich voor heel verschillende belangen inzetten en dat kan allemaal legitiem zijn. Ik vertrouw erop dat hun persoonlijke belang niet overheerst en dat de meesten geen verborgen agenda hebben. Het partijbelang kan zwaar wegen uit tactische overwegingen: samen sta je sterker en een partij biedt goeie mogelijkheden om macht te verwerven zodat je invloed uit kan oefenen. Invloed om het ‘algemeen belang’ te dienen. En vooral ook: invloed om mee te mogen praten over wat het algemeen belang eigenlijk is. Iemand kan van mening zijn dat het algemeen belang is dat het land bestuurbaar is, of dat er recht heerst; het kan gaan om veiligheid of vooral om welvaart. En dan definiëren politici die waarden vanuit verschillende ideologieën ook nog eens heel verschillend: wat voor een conservatief ‘veiligheid’ is hoeft het niet voor een socialist te zijn. Laat staan dat ze hetzelfde zouden denken over de beste manier om veiligheid te krijgen – moet je er voor zorgen dat iedereen z’n deur stevig op slot doet, of gaat het om het beschermen van vrouwen tegen mishandeling?
Oneindig veel verschillende perspectieven, en praktisch is het niet mogelijk om daar voortdurend met z’n zestien miljoen over te delibereren. Dus laten we het aan honderdvijftig vertegenwoordigers over. Daar vertrouw ik wel op.

woensdag 26 oktober 2016

Feministische islam



Ik zou niet weten of islam inherent seksistisch is en christendom inherent racistisch maar wat ik er altijd van begrepen heb is dat het beide nogal egalitaristische, humanistische godsdiensten zijn dus het zal wel meevallen.

Op de radio hoor ik een verhit debat tussen een paar feministen over islam. Een Hirsi Ali-aanhangster roept haar tegenstandster steeds toe dat ze haar het recht op geloven niet wil ontnemen, maar wat haar betreft zijn is islam een seksistische ideologie. Het komt op mij nogal paternalistisch over om een ander te vertellen of haar overtuigingen wel correct zijn.

Rechtse moslims en ultralinkse seculieren houden allemaal stug vol dat islam, feminisme en liberalisme onverenigbaar zijn. Allebei stellen ze dat je alléén een ‘echte’ of een ‘goede’ moslim bent als je vrouwen onderdrukt, homo’s haat en sexualiteit associeert met geweld.
Zíj menen dat ze het recht hebben om te bepalen wat het ware geloof is en hoe vrome gelovigen zich dienen te gedragen. Discussie van gelovigen onder elkaar is volgens hen niet mogelijk – iedereen die het niet met henzelf eens is, is dus een afvallige. En afvalligen moeten worden bestraft (vinden de rechtse moslims) of gehuldigd omdat ze eindelijk de waarheid begrijpen (vinden de ultralinkse seculieren).

Mijn seculiere, liberale, diepste overtuiging is dat je niemand z’n geloof moet proberen voor te schrijven en dat je meningen, houdingen en gedrag alleen ècht verandert door te overtuigen. En ik juich iedere bevrijdingsbeweging ‘van binnenuit’ toe: revolutie en democratisering kunnen nooit succesvol worden opgelegd.
Bovendien denk ik dat het niet erg handig is van anti-islam bewegingen om juist de ‘foute’ islam te bevestigen in het beeld dat dat de enige ware interpretatie van het geloof is. Lenin meende dat iedere arbeider die tegen het communisme was leed aan vals bewustzijn. Daarmee legitimeerde hij dictatuur en respressie van kritiek. Toen ik als tiener in een minirokje wilde meedemonstreren tegen seksistisch geweld werd mij door lelijke wijven verweten dat ik te sexy was. Waarmee zij zich zonder meer tot het kamp van de verkrachters bekenden.

Ik heb grote moeite met hoofddoeken, omdat ik er een mensonvriendelijke en vrouwonderdrukkende boodschap in zie. Dat is míjn interpretatie, ontstaan nadat verschillende moslimmannen mij verzekerden dat mannen niet in staat zijn hun lust te bedwingen als ze de haren van een mooie vrouw zien. Ik zie hoofddoeken als een zedigheidsitem en als zodanig vind ik het een grote fout. Maar veel moslima’s zelf stellen dat ze de hoofddoek dragen als symbool van hun geloof, een beetje vergelijkbaar met het kruisje om de christelijke hals of de Che Guevara-shirts die hippies dragen. Wie ben ik dan om hen te vertellen dat ze hun eigen geloof niet goed begrijpen?

dinsdag 25 oktober 2016

Beschaafd volk



Sinds Fortuyn Melkert vakkundig afmaakte zijn we collectief bang voor het verwijt dat de elite geen contact met het volk heeft. Niks zo ondemocratisch als dat. En zelfs als de elite (regenten, intellectuelen, rijken, hoger opgeleiden, politici, mensen met een vaste baan) geen kleine minderheid is en het onbegrepen volk geen grote meerderheid, dan nog is het weinig sociaal-democratisch om je niks gelegen te laten liggen aan de zorgen en noden van diegenen die niet tot de elite horen. Het is makkelijk politiek correct praten over tolerantie en innovatie en openheid en diversiteit en risico’s durven nemen, als je niet elk dubbeltje om hoeft te draaien en door je buren wordt uitgescholden in een onbegrijpelijke taal. 

Sinds die avond van Fortuyn en Melkert geven de media maximaal aandacht aan ‘het volk’, aan autochtonen met weinig opleiding, lage inkomens en een armoedige levensstijl. Politici laten maximaal hun oren hangen naar diezelfde autochtonen. En iedereen die wel eens tot de elite gerekend zou kunnen worden maakt in alle toonaarden duidelijk dat hij of zij eigenlijk heus wel heel bescheiden is, een heel volkse achtergrond heeft, hard kan lachen om politiek incorrecte grappen.
Dat levert een nogal beschamend tafereel op. De toon wordt gezet door de onderontwikkelde, primitieve testosteronbommen die claimen dat zij de enige echte vertegenwoordigers van ‘het volk’ zijn. De elite verlaagt zich. De maatschappij vertrut.

Het wordt tijd voor nieuwe verhoudingen. Geen polarisatie van elite en volk (waarbij laag opgeleiden die niet wit en hetero zijn en van voetbal en schattige poesjes houden helemaal nergens bij mogen horen), geen ethisch reveil rond normen en waarden uit de mythische jaren ’50, maar verheffing. Laten we zoveel mogelijk mensen de elite in trekken, laten we politieke correctheid zo gangbaar mogelijk maken.

Opleiden, ontwikkelen, kansen en steun bieden aan iedereen, extra aan diegenen die extra nodig hebben. Dat hoeft niet op de paternalistische manier van de vorige eeuw maar het is ook niet synoniem met het neoliberale loslaten van deze eeuw. Hoe we het ook doen, de boodschap zou moeten zijn dat het nastrevenswaardig is om tot de elite gerekend te worden, dat politiek correct gewoon fatsoen is, en dat iedereen bereid zou moeten zijn om naar een ander te luisteren mits die ander zich fatsoenlijk uitdrukt.

Wat wel en niet fatsoenlijk is bepalen we collectief, democratisch, elite en volk samen. Het zal wel uitkomen op iets als het beheerst kunnen incasseren van grove aanvallen. Wie dat kan, is beschaafd en zo hoort het.

zondag 23 oktober 2016

Eén en één is twee



Gemeenten zijn boos dat ze zich voor niks hebben voorbereid op de komst van honderden asielzoekers. Er zijn gebouwen ingericht, inspraakavonden gehouden, ambtenaren omgeschoold. En nou komen ze toch niet, wegens succesvol buiten-de-deur-houden-beleid.

Kennelijk hebben we een hoop plek voor buitenlanders.

In Libië, Griekenland, Turkije, Italië, Calais, Jordanië, Turkije, Pakistan en andere landen proberen miljoenen ontheemden te overleven. We sturen er geld en vliegende dokters en VN-personeel en wooncontainers naar toe. Wat is er tegen om een paar van die mensen in onze lege azc’s te laten wonen?