vrijdag 5 februari 2021

Slachtoffers van de overheid

 

De staat is georganiseerde macht. Macht die uitgeoefend wordt door de overheid. Heel soms met fysieke dwang, vaker met boetes en allerlei (financiële) verplichtingen en vooral met talloze bureaucratische vormen waarmee mensen ergens wel of juist niet recht krijgen op iets, of er wordt hen iets ontzegd.

Omdat Nederland al decennia een welvarende democratische rechtsstaat met uitstekend bestuur en weinig corruptie is, hebben we het bijna niet meer in de gaten. Dat de overheid macht uitoefent. Meestal gaat dat goed, meestal is de machtsuitoefening legitiem. De overheid staat niet tegenover de samenleving. Politici hebben oprecht idealen die ze op een fatsoenlijke manier proberen te verwezenlijken. Ambtenaren werken hard met de beste bedoelingen. Rechters zijn deskundig. De staat zit vol goeie checks and balances met allerlei instituten die onafhankelijk opereren van andere instituten. Het recht heerst en als er incidenteel iets onrechtmatigs gebeurt wordt dat in een volgende instantie hersteld.

So far so good. Hier geen taferelen van neergemaaide demonstranten, concentratiekampen vol met een bepaalde etnische groep, gevangenissen vol martelkamers. Geen regio’s waar ongecontroleerde exploitatie en vervuiling het leven onmogelijk maken. Geen miljoenen hongerenden of onderdrukten. Gelukkig, we leven zowat in een paradijsje.

Des te erger moet het zijn voor de enkeling die wèl onrechtvaardig wordt behandeld door de staat. De burger die wèl gemangeld wordt door een overheid die eerder legalistisch dan legitiem handelt. De ondernemer die onterecht gestraft wordt, of slachtoffer van bureaucratische fouten met grote individuele gevolgen.

Naar de rechter kunnen de meeste mensen niet meer, dat is te duur en te belastend geworden. Ombudsmannen kunnen niet alle overheidsfouten behandelen en er wordt ook niet altijd naar geluisterd. Klachtencentra en helpdesks beperken zich tot registratie. Het college voor de rechten van de mens is onbekend.

De enige begaanbare route voor een slachtoffer van de overheid is publiciteit. Als je geluk hebt zoeken serieuze journalisten het uit, met minder geluk kan je altijd nog stampij maken via talkshows of de sociale media. Wat het algemeen vertrouwen in de overheid niet aanmerkelijk vergroot natuurlijk.

Wij burgers tolereren best wel eens een foutje, zelfs van één van de beste overheden ter wereld. Maar we willen wel zien dat een fout politiek erkend wordt, bureaucratisch volledig hersteld, en dat systemen en procedures snel worden aangepast zodat de kans op nog eens zo’n fout kleiner wordt. Alleen als de overheid talmt, roepen we om bestraffing van de schuldigen. Als de overheid niet leren wil, is het de enige manier die overblijft om recht te doen.

vrijdag 29 januari 2021

Identiteitsfraude

 

Vanuit mijn rechtsstaat- en mensenrechtenbelangstelling stortte ik me een jaar of tien geleden op het onderwerp privacy, vooral in relatie met ict- en cyberontwikkelingen. We ontdekten al gauw dat privacy niet alleen een kwestie is van vrijheid en burgerlijke autonomie, maar ook van veiligheid en beveiliging tegen criminelen. Hoe minder informatie er over een persoon opgeslagen wordt, hoe kleiner de mogelijkheden voor boeven om er misbruik van te maken. En hoe kleiner de kans voor uitvoeringsorganisaties om te discrimineren, maar dat is een ander onderwerp.

Via privacy, ict en andere onderwerpen belandde ik onder meer bij identiteit en eID. Volgens mij is het een kerntaak van de overheid om burgers te voorzien van veilige en betrouwbare mogelijkheden om zich te identificeren, zowel offline als online. Uitgifte van een goed paspoort is cruciaal en dat wordt dan ook grondig bewaakt. Er zijn allerlei waarborgen tegen vervalsing en als je aangifte doet van diefstal wordt dat serieus genomen. Bovendien krijg je een nieuw paspoort, zij het met een boete vanwege je onvoorzichtigheid. Een fatsoenlijk eID met procedures voor als er mogelijk iets mis is gegaan, is er nog niet (eHerkenning voor bedrijven voldoet gewoon niet voor burgers) want dat vond de overheid te duur. Zodat we ons nog altijd legitimeren met email en facebookprofielen.

Als je je met privacy, cyberveiligheid en identiteit bezighoudt, stuit je op horrorverhalen van mensen van wie de identiteit misbruikt is door een ander, of die op de één of andere manier fout in de overheidsregistraties staan. Jarenlange ellende van geplunderde bankrekeningen, boetes en vervolging, weigering van allerlei noodzakelijke diensten en onnavolgbare rekeningen en niets of niemand die helpt. Een correctie bij één instantie helpt vaak niet omdat zowat alle registraties binnen en buiten de overheid aan elkaar gekoppeld zijn, meestal door middel van het BSN. Daar komt bij dat de overheidscapaciteit op het gebied van ict nou net enorm tekort schiet. Burgers die slachtoffer worden, van criminelen of van fouten, staan volkomen machteloos en worden als extra trap na zelf verdacht van allerlei malversaties.

Vanwege mijn bewustzijn van de rampspoed van id-fraude heb ik de afgelopen jaren geschipperd tussen mezelf zo goed mogelijk beveiligen – nooit klantenkaarten aanmaken, nooit persoonsgegevens weggeven voor niet-noodzakelijke dingen, geen kopietje-paspoort op m’n pc bewaren, geen vingerafdruk gebruiken om poortjes te openen, een degelijke wachtwoordmanager gebruiken en oppassen met boodschappen online – en toch een normaal leven leiden. Voor mij hoort daar intensief gebruik van de wonderen der internet bij. Sociale media, blogs, online bankieren en online communiceren met de overheid. Harstikke handig en leuk als je maar een beetje oplet.

Toch wist ik dat het vroeger of later een keer mis zou gaan, omdat bedrijven en instellingen, ook die van de overheid, gewoon onvoldoende privacy by design inbouwen in hun klantsystemen en onvoldoende expertise en aandacht aan beveiliging besteden. Tien jaar geleden hoopte ik dat er op een gegeven moment wel een loketje zou worden opgericht waar slachtoffers van gegevensmisbruik terecht kunnen voor hulp en herstel. Helaas, we zijn de mantra van ‘eigen verantwoordelijkheid’ nog lang niet voorbij en de neoliberale overheid heeft nog lang geen beleid gemaakt om ervoor te zorgen dat ik mijn eigen verantwoordelijkheid kan nemen. Machteloos moet ik afwachten of er in de komende jaren op de één of andere manier gebruik wordt gemaakt van de gegevens die de GGD gewoon op de stoep heeft gezet met een ‘voor de liefhebber’-briefje erbij. Afwachten, en hopen dat als het gebeurt, ik snel in de gaten krijg dat er misbruik is gemaakt. En dat ik dan gehoor vind bij de instantie die niet om mijn handtekening heeft gevraagd omdat ze de combinatie geboortedatum-BSN-adres meestal wel genoeg vinden. En dat schade dan vergoed wordt ondanks de neiging van instanties om de schuld zoveel mogelijk bij slachtoffers te leggen.

 

zondag 24 januari 2021

Léonora Miano, Hoelang nog duurt de nacht

Boeken kunnen toverinstrumenten zijn. Ze maken magische krachten los. Films zijn goocheltruuks, boeken bewegen je geest. Miano voerde me mee naar, in, het leven van de Mutangos. In het hoofd vooral van Ebeise, de oude vroedvrouw die ondanks haar wijsheid de catastrofe van de slavenjacht niet kan bevatten. Voor mij duurde het, net als voor Eyabe, even voordat ik m'n gedachten een beetje kon richten, in het verhaal terecht kon komen. Van de andere kant weliswaar - ik moest juist ontdekken hoe het dorpsleven ergens in Afrika ergens een paar eeuwen geleden werkte. De eerste vijftig, zestig pagina's begreep ik net zo weinig wat er aan de hand was als de personages en op die manier kwamen we bij elkaar. Ik heb als moderne Nederlander geen kennisvoorsprong meer tegen de tijd dat er wat aanwijzingen komen over wat er gebeurd is. Na een vreselijke brand zijn er twaalf mannen verdwenen en hun moeders kunnen geen contact met hun geesten leggen. Hoe meer er duidelijk wordt, hoe gruwelijker het verhaal. Tot het laatste moment wordt nooit duidelijk, begrijpelijk, hoe het zit al is tegen die tijd het dorp, de gemeenschap, de stam wel volledig vernietigd. Toch lukt het Miano om met een glimmertje hoop te eindigen. Gelukkig maar want zodra het boek dicht is, de lezer weer teruggekeerd in de moderne wereld van uitbuiting en racisme, is de zwaarte van het verleden alleen te dragen dankzij dat sprankje.

dinsdag 19 januari 2021

Een deugdelijk ambtelijk apparaat

 

Door de toeslagenaffaire is er eindelijk weer aandacht voor redelijkheid en billijkheid in het recht, voor de menselijke maat in het beleid, voor doelmatige uitvoering, voor evaluatie, kritiek en tegenspraak binnen de overheid en voor rechtsbescherming. Niet alleen politici maar vooral ambtenaren moeten zich verantwoorden over oneerlijke en onredelijke beslissingen. Classificaties als ‘gevoelloos’ en ‘gewetenloos’ zijn niet van de lucht.

Dat zal allemaal waar zijn, en ik heb me zelf in de afgelopen decennia vaak verbaasd over het gebrek aan belangstelling voor echte burgers, mensen van vlees en bloed, in de beleidsvorming. Project na project poogden we om het burgerbewustzijn en de bejegening te verbeteren. Ik heb altijd geloofd dat onderzoek naar de ervaringen, wensen en belangen van burgers een logisch element is van het IAK, het integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving. En met een ‘doenvermogentoets’ hebben we, hoe lelijk dat woord ook is, expliciet gemaakt dat beleidsambtenaren zich rekenschap moeten geven van de leefwerelden van hun doelgroepen.

Maar ik ben ook altijd argwanend geweest over goeie bedoelingen van burgergerichte modes. Van ‘interactieve beleidsvorming’ tot de ‘participerende overheid’, van ‘burgergericht VenJ’ tot ‘menselijke maat’, steeds poogden aardige, gedreven ambtenaren om een directe relatie met burgers te leggen. Ik herinner me heftige discussies over het verschil tussen inspraak en participatie, over netwerken en professionaliteit, over inclusiviteit en het risico dat alleen de assertiefste burgers gehoord worden. Maar weinig over politieke verantwoording of over democratie en rechtsstaat.

Ambtenaren, het ambtelijk apparaat, moeten volstrekt tegenstrijdige, onmogelijke kwaliteiten hebben. Ze moeten neutraal en loyaal de democratisch gelegitimeerde wet uitvoeren. Ze moeten de wensen van de volksvertegenwoordiging vertalen in doelmatig beleid. Ze moeten rechtsgelijkheid en rechtszekerheid bieden. Hun minister, waar het parlement vertrouwen in heeft, ondersteunen. Hun kennis en kunde inzetten om kritisch te adviseren. Tegengeluiden verzamelen en verwerken in beleidsvoorstellen. Contact met ngo’s, brancheorganisaties, uitvoerders, en doelgroepvertegenwoordigers houden. De banden met mede-overheden en Europese commissies verstevigen. Altijd op de hoogte zijn van de laatste wetenschappelijke inzichten. Aandacht vragen voor minderheidsbelangen. Fundamentele rechten en milieugrenzen bewaken.

Zodat de regering verantwoording af kan leggen aan het parlement. Zodat het parlement de regering kan controleren. Door de complexiteit van de overheid en van alles wat de overheid doet en besluit is dat harstikke beperkt, ondanks de vele instituties die het systeem van verantwoording en controle stutten. Maar als ambtenaren zich helemaal onder de politieke aansturing uitworstelen, zich helemaal laten leiden door hun hoogstpersoonlijke geweten, dan blijft er van democratische verantwoording niets meer over. Tenzij we ook in werkelijkheid, en niet alleen maar op papier, gaan evalueren, monitoren, meten, onderzoeken en motiveren. In alle openheid.