donderdag 2 juli 2020

Foute meningen

Foxy is een aardige vent, ik ken ‘m van het vliegen en afgelopen december zou ik met hem en een paar maten een huis delen tijdens de Forbes-week. Heel af en toe plaatst hij iets op facebook – waar steeds meer met politieke of levensbeschouwelijke memes wordt gesmeten. Ik beschouw facebook nog altijd als de pub online, voor gezellige kletspraatjes en af en toe wat borrelpraat, daarom vind ik het wel jammer dat het meer en meer op twitter gaat lijken en doorgaans reageer ik niet op zulke posts. Als het te erg is gooi ik iemand uit m’n contacten en daar doe ik dan wel een uitleg bij.

Eind mei postte Foxy een plaatje van de zwarte terroristen die twee soldaten vermoordden in Londen in 2013, met een verwijzing naar de dood van Floyd en de black lives matter-beweging. In mijn reactie merkte ik op dat ik het een nogal walgelijke vergelijking vond en gecombineerd met felle reacties van anderen ontspon zich een discussie waarin Foxy duidelijk in het nauw gedreven werd. Uiteindelijk gebeurde er twee dingen: hij haalde de post weg, en hij stuurde mij een berichtje waarin hij bijna smeekte om niet voor racist uitgemaakt te worden.

Dat zette me erg aan het denken. Als we iedereen die een ‘foute’ opmerking maakt, iedereen die onbewust huidskleur of geslacht associeert met goeie of slechte eigenschappen, iedereen die andere afwegingen van waarden en belangen maakt dan wij, wegzetten als racist dan is er geen gesprek meer. In de discussie onder Foxy’s post probeerden we argumenten en opvattingen duidelijk te maken – waarom is zo’n post zo kwalijk? Misschien heeft de reeks heftige reacties die hij over zich heen kreeg Foxy gewoon kopschuw gemaakt, maar misschien heeft hij ook werkelijk iets begrepen. Dat kan alleen maar als hij zich niet hoeft te verdedigen als slecht mens of waardeloos persoon, als racist.

Ik geloof dat heel veel mensen die standbeelden willen laten staan, geen excuses voor slavernij willen maken, sinterklaas willen vieren met een zwarte piet, geen racisten zijn. En ik geloof dat als we ze voortdurend onder de neus wrijven dat ze Fout zijn, er geen enkele kans is om ze ertoe te bewegen de zaken vanuit een ander perspectief te bekijken. Voor dat laatste vragen we om empathie, inlevingsvermogen: “realiseer je je wat discriminatie doet met mensen die gediscrimineerd worden? Hoe erg het is, en hoe schadelijk voor de hele samenleving? Begrijp je dat stereotypering het mogelijke begin is van de glijdende schaal naar discriminatie en racisme? Snap je hoe stereotypering werkt?”

Ik ben Foxy erg dankbaar voor z’n foute post, maar vooral voor zijn reacties op onze reacties. Er ontstond een gesprek en daar heb ik van geleerd. Hij hopelijk ook.

woensdag 17 juni 2020

Scholing voor een betere wereld

In plaats van een beeldenstorm zou een beeldenvloed beter zijn. Laten we de openbare ruimte vol zetten met afbeeldingen van bruine, vrouwelijke en homoseksuele helden. Voor een beetje historicus zijn er honderden te vinden die politieke of wetenschappelijke of maatschappelijke betekenis hadden. Zo steunen we meteen kunstenaars en herwaardering van cultuur in ons al te saaie Nederland.

En historisch besef. Beeldenstormers maken zich schuldig aan Orwelliaanse bewustzijnsverarming. Historisch besef, volksgevoel, nationale trots en cultuurrespect leer je niet alleen op school. Cultuur moet je beleven, ervaren, het kan onze leefwereld zijn. Op een wereld van bedrijventerreinen en raaigras met hier en daar een blanke ruiter op een steigerend paard, waar misdaden tegen de mensheid nog altijd in doofpotten worden gestopt, kan ik niet trots zijn.

Laten kinderen op school vaderlandse geschiedenisles en Nederlandse literatuur krijgen. Wat minder aandacht voor Amerikaanse slavernij of een oorlog in Vietnam, wat meer voor de herkomst van Zuid-Afrikaanse apartheid, voor kolonialisme, voor Zeeuwse slavenhandel en Surinaams verzet. En voor Hadewych, voor Wilhelmina Drucker en voor Johanna Westerdijk graag.

Maar laat kinderen op school vooral het verschil leren tussen wetenschap en cultuur, tussen statistiek en anekdote. Hoe eerder een kind begrijpt dat één voorbeeld geen bewijs is over een groep, hoe beter.

 

zondag 7 juni 2020

Verheggen, Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering

De informatieve, educatieve acht hoofdstukjes zijn goed geschreven en treffen de juiste toon - niet kinderachtig en ook niet onnodig moeilijk - maar je wordt er niet vrolijk van. Verheggen legt uit waarover consensus bestaat wat klimaatwetenschap betreft, hoe die wetenschappers aan hun wijsheid komen en wat dat betekent voor de toekomst. De aarde warmt op door CO2 in de lucht, menselijke activiteiten hebben tot enorme toename van CO2 in de lucht geleid, opwarming van de aarde leidt onder meer tot zeespiegelstijging. Ik ga geheid vergeten hoe het nou ook weer precies zit maar wat me bij zal blijven is dat er ondanks de complexiteit van klimaat en ondanks de vragen en onzekerheden die nog open liggen, geen enkele twijfel bestaat over de enorme gevaren van, en voor, onze manier van leven. Zelfs als we vandaag volledig zouden stoppen met de uitstoot van broeikasgassen dan nog zet de opwarming nog decennia, of zelfs eeuwen, door. Het leidt ook geen twijfel dat die opwarming per saldo schadelijk is voor onszelf - voor voedselproductie, leefomgeving, beschikbaarheid van drinkwater en natuur.

Je wordt er niet vrolijk van maar het is wel fijn om een beetje te begrijpen hoe het zit en welke beleidsopties er zijn. Ook erg goed dat het boekje begint met een uiteenzetting over desinformatie en propaganda vanuit de fossiele industrie. Met Verheggen blijf ik wel verbijsterd over de felle inspanningen om verwarring en cynisme te zaaien - ook in de fossiele industrie werken mensen met kinderen en kleinkinderen zou ik denken.

vrijdag 5 juni 2020

Wit antiracisme

Sander Philipse schrijft op OneWorld over zijn inspanningen om vanuit de gepriviligeerde positie als witte heteroman helper en bondgenoot te zijn voor gemarginaliseerden. Allemaal waar denk ik, en zo te zien is Sander niet van het type dat zichzelf op de borst slaat. Ik denk dat hij oprecht poogt zijn positie als kapitaal te gebruiken, te doneren bijna, om discriminatie te bestrijden. Hij merkt ook op dat vooroordelen en discriminatie nadelen voor hemzelf hebben omdat er ook druk op hem wordt uitgeoefend zich te conformeren aan het stereotype van de witte heteroman.

Toch mist in zijn artikel de fundamentele reden die ìk heb voor mijn afkeer van racisme, seksisme, homofobie en xenofobie (overigens dekt fobie zelden de lading). Het gaat mij om mijn eigen morele integriteit, mijn geestelijk welzijn, mijn mentale vrijheid en geluk. In een wereld waarin mensen onderdrukt, gediscrimineerd of geminacht worden omwille van de groep of categorie waartoe ze behoren, wordt iedereen in zijn of haar menselijke waardigheid aangetast. Als het je witte huid is die jou superieur maakt ten opzichte van mensen met een andere huidskleur, dan zit daar de kwetsbaarheid in dat je zelf, als persoon, geen rol speelt. Het gaat in het leven kennelijk niet om je goeie karakter of je goeie gedrag, maar om het toeval van je geboorte. Dat is nog niet alles: als wit mens moet je leven in een wereld waarin mensen niet gelijkwaardig zijn, waarin groepen mensen straffeloos onrecht kan worden gedaan omdat zij nou eenmaal bij een groep horen.

Daar wordt niemand gelukkig van. De schaamte en verontwaardiging die ik voel als ik meemaak hoe iemand racistisch bejegend wordt is ondraaglijk. Een racistische of seksistiche wereld is een onveilige en oneerlijke wereld. Racisme gaat ook mij aan terwijl ik ‘wit’ en autochtoon ben. Seksisme gaat ook heteromannen aan, als ze ooit een volwaardige relatie met een vrouw aan willen gaan. Elke vorm van groepsdiscriminatie gaat de hele samenleving aan, omdat het zoveel beter kan.

 

woensdag 3 juni 2020

Tomalin, Samual Pepys, The unequalled self

Biografie is niet mijn favoriete genre, historische romans dan weer wel. In The unequalled self komen ze op een prachtige manier samen, dankzij de dagboeken van Pepys, de thematische aanpak en de prettige stijl van Tomalin. Pepys leefde in bijzonder interessante tijden, had een interessante levensloop, en was kennelijk ook nog eens een interessant persoon. Hij maakte oorlog mee, pestepidemieën en de catastrofale brand van 1666. Hij klom op van kind van werklui tot rijke topambtenaar. Hij moet slim zijn geweest en af en toe behoorlijk dapper, maar uit het boek doemt vooral het beeld op van een heel menselijk mens met stomme en nare eigenschappen en fouten, naast z’n prettige kanten. Wat mij vooral aantrok was de ambtelijke loyaliteit aan koningen en edelen, terwijl hij grote bedenkingen had tegen het doen en laten van diezelfde superieuren. Zelf was hij juist tolerant en had hij mogelijk republikeinse opvattingen al zou het ook kunnen dat hij pre-Weberiaans hechtte aan een ordelijke en meritocratische bureaucratie. In mijn ogen is er pas sprake van loyaliteit als je het inhoudelijk niet eens bent met je bazen, precies zoals Pepys.