Een rechtsstaat is afhankelijk van een bepaalde mentaliteit
en van bepaalde instituties. Uitingsvrijheid, respect voor publieke ambten,
recht, ombudsman bijvoorbeeld. Een rechtsstaat is ook afhankelijk van
doortastende afkeurende en bestraffende reacties op pogingen om zulke
instituties te ondermijnen, bijvoorbeeld met doodsbedreigingen. Daarvoor dient
het instituut Openbaar Ministerie – om namens de natie en ter bescherming van
het recht onmiddellijk op te treden tegen elke vorm van terreur. Dàt zou een
praktische uiting van de waarden en normen zijn die onze cultuur zo superieur zouden
maken.
zondag 2 oktober 2016
woensdag 28 september 2016
maandag 26 september 2016
Stof zijt gij
Swaab krijgt hatemail omdat hij ons met ‘we zijn ons
brein’ de illusie van vrije wil (en dus verantwoordelijkheid) af zou nemen.
Afgezien van de vraag of hatemailschrijvers überhaupt wel een brein hebben,
denk ik dat het niet precies klopt. Ik denk dat mensen die schrikken van Swaabs
stelling vooral bang zijn voor de dood – als je persoon, je ego, je identiteit
zó stoffelijk is dan is het dus ook weg als je brein vergaat.
En ik denk dat het misschien helpt om niet over
illusies te spreken maar over constructen. Natuurlijk bestaan de wil,
bewustzijn en identiteit bij de gratie van goed doorbloede hersenen en de
manier waarop hersencellen reageren op de omgeving. Dat betekent niet dat zulke
ervaringen niet ‘echt’ zouden zijn, ze zijn juist echter dan ooit want
materieel. Het betekent ook niet dat ze eigenlijk overbodig zijn. Wat het wel
betekent is dat Swaabs stelling aangevuld moet worden met de wereld, de
omgeving, met waarneming en met emoties. We zijn niet alleen ons lichaam, dat
het brein in leven houdt. We zijn vooral ook wezens met zintuigen, in contact
met alles en iedereen om het lichaam heen.
De wisselwerking tussen omgeving en brein is wil, zelf,
bewustzijn. Of dat ‘vrij’ is doet er niet toe, levensbeschouwelijk. Misschien
juridisch, maar al het recht is sociaal construct en daarom niet minder
waardevol. Zonder sociale constructen kunnen mensen niet alleen niet
samenleven, we kunnen eenvoudig niet zonder leven. Geen interactie, geen
breinvorming. Geen brein, geen mens.
donderdag 1 september 2016
Meteorologische herfst
Ik zag de eerste perfecte ganzen-V-formatie op weg naar het zuiden. Alles daaraan ontroert me.
dinsdag 30 augustus 2016
Mansvelt Beck, How we do things here
Zelden had ik zo’n moeilijke start met een boek en was
ik zo enthousiast toen ik het uit had. Mansvelt Beck begint met een
politiek-theoretisch onderscheid tussen liberaal culturalisme en framework
liberalism. Het kwam op mij geforceerd en nodeloos ingewikkeld over, ik
vermoedde dat het met andere titels net zo goed over communitarisme en
liberalisme zou kunnen gaan en ik kon de onderscheidende kenmerken maar steeds
niet onthouden. En dat alles in een onleesbaar stijf engels.
Na die topzware politieke theorie volgde een minutieus
verslag van parlementaire debatten over etnische minderheden. Nog steeds in dat
gortdroge engels, en doordat ik de introductie niet goed had begrepen miste ik
de zin van die uitgebreide debatbehandeling. Een paar keer wilde ik het boek
zelfs helemaal weg leggen, maar ik ken mezelf en weet dat ik het dan nooit meer
lees en dat kan natuurlijk niet met een boek dat ik kado heb gekregen met het
idee dat het precies iets voor mij zou zijn.
Dat bleek uiteindelijk inderdaad het geval. Mansvelt
Beck stelt vast dat Nederland sowieso een liberale politieke cultuur heeft,
waarin het om vrijheid en gelijkheid draait. Het is zoeken naar de verhouding
tot mensen die van de meerderheid afwijken, want ook zij hebben fundamentele
rechten.
Wat Mansvelt Beck liberaal culturalisme noemt gaat om
een standpunt waarin de gemeenschap, de natie, het volk, uit een bonte
verzameling autonome individuen bestaat. Die individuen mogen en moeten burgers
zijn. Dat wil zeggen dat zij alle burgerlijke rechten en vrijheden hebben, dat
er niet alleen een verticale maar ook een horizontale werking van die rechten
geldt dus dat de staat hen dient te beschermen tegen rechtsinbreuken door
organisaties of (sociale) groepen, en dat zij als echte burgers de morele
plicht hebben om te participeren in ‘de samenleving’. In dat wereldbeeld past
het niet als minderheden zich afzonderen van de maatschappij en niet meedoen
met de meerderheid. Alleen de liberale rechtsstaat, die is gebouwd op de
fundamenten van secularisme en rationalisme dus op publiek debat en permanente
twijfel aan ‘de waarheid’, kan autonomie van het individu bewerkstelligen;
subculturen belemmeren volledige ontplooiing van hun individuele leden.
In het framework liberalisme is de kernwaarde juist
gewetensvrijheid en vrijheid van godsdienst. Echte godsdienstvrijheid
veronderstelt dat afzonderlijke morele gemeenschappen de vrijheid moeten hebben
om te leven naar hun overtuigingen, inclusief overtuigingen die de meerderheid
misschien verwerperlijk vindt. Zolang men zich voegt naar de basisvoorwaarden
van de democratische rechtsstaat (Mansvelt Beck constateert meerdere malen dat
die nooit geëxpliciteerd worden en doet dat zelf ook niet, maar je zou denken
dat het gaat om respect voor de fundamentele rechten van anderen en acceptatie
van besluitvormingsprocedures enerzijds, en terughoudendheid door de overheid
bij het binnendringen van de persoonlijke levenssfeer en het voorschrijven van
normen op het vlak van zedelijk welzijn) is elke morele gemeenschap vrij in het
vormgeven aan de eigen moraal en cultuur. Daar horen vrijheid van onderwijs
bij, vrijstelling van vaccinatieplicht, het recht om al dan niet hoofddoekjes
te dragen, dienstweigeren op grond van religieus pacifisme en ritueel slachten.
Kinderen worden door hun ouders en gemeenschap opgevoed tot rechtschapen mensen
en de staat is er niet om vast te stellen wat goed of waar is. Zolang
individuele leden van een subcultuur die subcultuur mogen verlaten moet de
democratische meerderheid de afwijkende normen en gebruiken in die cultuur
tolereren.
Mansvelt Beck stelt aan de hand van de parlementaire
debatten over het multiculturalisme, inburgering en ritueel slachten vast dat
de stemming in Nederland verschoven is van framework liberalisme naar liberaal
culturalisme. Met die verschuiving is de seculiere, rationalistische norm
maatgevend geworden waardoor iedereen met een afwijkende mening zich moet
verantwoorden in de taal van wetenschap en bewijs. Juist voor godsdienstig
gelovigen is dat onmogelijk, waardoor zij bijna per definitie hun
geloofwaardigheid verliezen. De meerderheid toont dan ook weinig respect voor
hun overtuigingen, wensen en behoeften.
Dat gaat uiteindelijk ook ten koste van het seculiere,
rationalistische debat, waar steeds minder alternatieve denkbeelden en logica’s
in doordringen. Daardoor convergeren meningen en opvattingen over wat goed en
waar is, er ontstaat een homogene cultuur en dat levert grote druk op, op
burgers, om zich te conformeren. En dat is dan niet erg liberaal.
Ik denk dat die verschuiving vooral te maken heeft met
de islam en etnische minderheden. De komst van groepen immigranten die al te
vreemd en onherkenbaar waren hebben we niet aangekund. Verschillende vormen van
protestantisme, katholieken, joden, jehova’s getuigen, dat is nog wel gelukt in
de decennia dat de liberale rechtsstaat zich ontwikkelde en een liberale
politieke en maatschappelijke cultuur gevormd werd. Maar na de radicale
emancipatiebewegingen van de jaren ’60 en ’70 vinden veel Nederlanders dat de
bevrijding ‘klaar’ is, we hebben optimale vrijheid en gelijkheid verworven en
nou moeten er niet ineens vreemdelingen komen die dat aan het wankelen brengen.
De eis van assimilatie en verantwoording die de meerderheid aan (moslim)
minderheden stelt is dan ook een defensieve reflex en komt niet voort uit een
groot liberaal respect voor de autonomie of gewetensvrijheid van die moslims.
Mansvelt Beck concludeert dat liberale tolerantie tegelijkertijd
om autonoom burgerschap draait als gewetensvrijheid en dus een zekere mate van
laissez faire van morele gemeenschappen vereist. Dat er dus geen
one-size-fits-all afwegingskader te bouwen is, maar dat per kwestie en per
periode een balans gevonden moet worden. Daarmee bevestigt hij het belang van
politiek, van procedurele rechtvaardigheid en van systematische checks and
balances. Inderdaad een boek dat precies in mijn straatje past.
maandag 29 augustus 2016
Facebook en privacy
Van tijd tot tijd verschijnt er een paniekerige
kettingbrief op facebook over het verlies van privacy of het commerciële
gebruik van je facebookgegevens. Het gaat bij mijn weten elke keer om een hoax
maar het feit dat mensen het serieus nemen toont wel aan dat ze zich zorgen
maken. Ik krijg de indruk dat facebookgebruikers weinig vertrouwen hebben in
facebook, maar dat ze tegelijkertijd niet precies zouden kunnen zeggen waarover
ze zich dan zorgen maken. Verlies van anonimiteit kan het niet zijn: de pret van
sociale media is nou juist dat je niet (meer) anoniem hoeft te zijn, dat je
jezelf bekend kan maken aan een groot publiek en dat je kan laten zien wat je
maar wil aan wie je maar wil. Facebook is de bar in een kroeg waar je op gaat
staan, het is het podium in de aula op vrijdagmiddag, het is een poesie-album
en de diavoorstelling van de vakantiefotoos. We laten ons graag zien en we
willen graag over onze vakantie vertellen of met een geinig filmpje vrienden
aan het lachen maken. Voor anonimiteit ga je niet naar facebook.
Maar wel voor controle, en daar zit één groot probleem.
Bijna niemand heeft er bezwaar tegen als een onbekende cafébezoeker meeluistert
naar de beschrijving die je aan je groep vrienden geeft van je mooiste vlucht
in Frankrijk. Het wordt anders als facebook stelt dat alles wat je op het
platform publiceert hun eigendom is en dat zij zich daarom het recht aanmeten
om jouw fotoos, posts, likes en filmpjes door te verkopen aan reclamemakers,
jouw adresgegevens aan vreemden te laten zien, jouw profiel aan
marketingpsychologen van de hand te doen of jouw zelf in elkaar geknutselde
filmpjes te censureren omdat er blote borsten in voorkomen of omdat je een
auteursrechtelijk beschermd deuntje hebt gebruikt.
Het zou veel helpen als je zou kunnen betalen voor het
gebruik van facebook, zodat je een normale klant bent met normale
consumentenbescherming en met normale jurisprudentie over de eigendomsrechten
van je posts. Ideaal zou het zijn als je kon kiezen tussen gratis
facebookgebruik met overdracht van je eigendomsrechten, of een betaald
abonnement waarbij je facebook geen recht geeft te beschikken over je posts, of
alleen expliciet en gericht zodra ze ergens om vragen.
Het zou ook helpen als er goeie wet- en regelgeving,
inclusief publieke handhaving en toezicht, voor sociale en andere online media
zouden worden gemaakt. In de huidige situatie schrijft facebook (en google,
apple, linkedin, twitter enz.) de wet voor en handhaaft ze die wet ook zelf.
Dat maakt ons onderdanen van almachtige despoot facebook, onderdanen die er
alleen maar op kunnen hopen dat facebook een beetje prudent met informatie om
zal gaan.
Facebook bepaalt wat acceptabel is en wat niet, of je
bloot mag publiceren, racistische teksten mag schrijven, iemand mag pesten of
bedreigen, een homo-actiegroep mag beginnen of plaatjes van onthoofdingen mag
posten. Facebook censureert (verwijdert) onwelgevallige posts, sluit accounts
af en geeft incidenteel persoonsgegevens door aan opsporingsdiensten. Er is
geen democratische en nauwelijks rechterlijke controle op het beleid van
facebook en er zijn geen mechanismen of procedures waarmee de gebruikers (laat
staan alle kiesgerechtigde burgers van een land) ander beleid af kunnen
dwingen.
En we zijn nog locked in ook. De enige keuze voor wie
ontevreden is over facebook, is facebook verlaten. Daarmee verlaat je ook je
vrienden en kennissen en één van de belangrijkste mogelijkheden om contact met
je sociale omgeving te onderhouden. Voor veel groepen en verenigingen is het
hèt medium om informatie te verspreiden, over events, over veiligheid, over winnaars
en verliezers in een sport. Bovendien kan je er wel voor isolement kiezen, maar
via je contacten en via je surfgedrag op internet verzamelt facebook nog steeds
informatie over jou zodat reclame en marketing beter gericht kunnen worden.
Daarmee heb ik het over profilering: het categoriseren
van mensen op basis van hun gedrag of kenmerken. Hoe meer gedragsinformatie je
hebt over zoveel mogelijk mensen, hoe beter je profielen kan maken aan de hand
van statistische correlaties die je software weet te ontdekken (Big Data). De
schoenverkoper uit de winkelstraat profileerde vroeger al: hij wist al dat
vooral jonge vrouwen met kekke handtasjes bovenmatige belangstelling zouden
hebben voor zilveren sandalen met hoge hakken. Maar facebook weet veel meer:
welke van die vrouwen wil wel de gouden versie, hoeveel zijn ze bereid om
daarvoor te betalen en hebben ze het geld eigenlijk wel? En wanneer doen ze hun
inkopen voor een groot feest waar ze schitterend voor de dag willen komen?
Marketingprofilering is vervelend omdat je op slim
wordt verleid om veel meer te consumeren dan je rationeel zelf goed vindt. Nog
vervelender is het als je op basis van je profiel alleen nog maar ‘nieuws’ en
informatie te zien krijgt die volgens facebook bij jou past (waardoor je nog
meer tijd op facebook gaat doorbrengen). Zo ontstaan er griezelige echokamers
waarin facebookgebruikers voortdurend hun wereldbeeld bevestigd zien en nooit
meer eens een alternatief idee of een nieuw geluid horen.
Helemaal schokkend is de gedachte dat overheden en
organisaties mensen benaderen op grond van profielen in plaats van feitelijk
gedrag. Burgers in de democratische rechtsstaat zijn allemaal gelijk, vrouwe
justitia is blind en iedereen is onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Maar
consumenten in de profileringswereld zijn juist allemaal ongelijk, ze behoren
tot voor hen onbekende categorieën, hun profileerders weten wat ze zullen gaan
doen of meemaken nog voordat ze er zelf aan gedacht hebben en de risico’s die ze
lopen en de risico’s de ze veroorzaken zijn exact te berekenen. Als in de
rechtsstaat een man met baard en een hoogwaterbroek wordt gearresteerd omdat ie
wel eens een terrorist zou kunnen zijn, is dat discriminatie en onrechtmatig.
In de profileringsstaat is het gewoon efficiënt.
Dáár hebben we dus privacy voor nodig. Om zelf controle
te kunnen houden, om ons te weren tegen censuur en om discriminatie te
bestrijden.
Opnieuw een link naar een goed artikel over privacy, facebook en andere gluurders van Dimitri Tokmetzis en Maurits Martijn in de Correspondent.
Opnieuw een link naar een goed artikel over privacy, facebook en andere gluurders van Dimitri Tokmetzis en Maurits Martijn in de Correspondent.
zaterdag 6 augustus 2016
Hopeloos
Ik ben eigenlijk zo langzamerhand ziek van alle
waarschuwende en analyserende artikelen en documentaires. Ja het is duidelijk
dat Rosanvallon met Counter democracy
gelijk heeft: politiek verwordt tot het uiten van antistemmen en meerderheden
kunnen alleen nog ontstaan doordat groepen zich verenigen tegen iets. Ja de
opkomst van de volksmenners en de redeloosheid van hun aanhangers, de
normalisering van racisme en geweld ondergraven democratie en rechtsstaat en
bedreigen de binnenlandse vrede. Ja het Chinese neokolonialisme, Saoedische,
Egyptische en Turkse chantage, West-Europese hulpeloosheid, Russische expansiedrift
en corrupte dictators overal leiden waarschijnlijk binnen afzienbare tijd tot
een volgende wereldoorlog. En ja we weten wie het zijn, de terroristen, de
populisten, de racisten en de seksisten, we begrijpen hoe de dommen en luien
ertoe komen burgerschap tot iets lachwekkends te maken.
Allemaal heel intellectueel en akelig.
Maar niemand biedt een handelingsperspectief. Wat kunnen we doen? Hoe kunnen we het tij proberen te
keren? Wie levert leiderschap?
Het is allemaal goed en wel om de ene na de andere president
met Hitler te vergelijken, om historische parallellen met de wereldoorlogen te
trekken, om schreeuwlelijkerds als nazi’s te definiëren. Maar hoe word je zelf
een Jezus, Gandhi, Martin Luther King of Mandela? En waar vinden we de iets
bescheidener voorbeelden?
Abonneren op:
Posts (Atom)