vrijdag 31 oktober 2008

Fiets

Nog niet eerder heb ik een fiets ‘op’gemaakt. Verbruikt, versleten. Een fiets gaat mee totdat ie gestolen wordt, meestal door gemeentewerkers die plotseling fietsrekken ruimen. M’n huidige fiets heb ik echter zo goed antidiefstal geverfd dat het ding tweedehands al acht jaar mee gaat. Ging. Na het vijfde zadel, de slag in het voorwiel (fietsrekken!) de vervanging van een knoerthard rammelend spatbord een brakke dynamo nieuwe banden reparatie van de standaard en het oppimpen van de ketting hoor ik de fietsenmaker nu net iets te vaak melden dat reparatie weinig zin heeft. Verschrikkelijk, zo’n fiets staat symbool voor mijn hele lifestyle. Ik verplaats me nooit gemotoriseerd als het niet hoeft, afzien in regen kou en wind is nog altijd beter dan peentjes zweten wegens het krappe inparkeren, voorrangsregels en stoplichten zouden er voor ons moeten zijn en zolang dat nog niet het geval is zie ik de verkeersregels als leuke uitdagingen die de overwinning zoeter maken als ik door de stad race. Milieu, sport, vrijheid, eenvoud. De fiets staat voor Nederland. Waarom heeft ons kille polderlandje eigenlijk een leeuw in haar wapen?

woensdag 22 oktober 2008

Privacy

Altijd gedacht dat vrijheid van meningsuiting het allerbelangrijkste grondrecht was, maar ik begin me toch steeds meer zorgen te maken over privacy. Natuurlijk natuurlijk de verschillende grondrechten hangen bijna onlosmakelijk met elkaar samen: je hebt je privacy – anonimiteit, gelegenheid je in je eigen levenssfeer terug te trekken, bescherming van je huisvrede – nodig om de gekste meningen te kunnen uiten zonder dat dat repercussies heeft.

Maar toch. Met de koppeling van allerlei informatie over je gedrag, verblijfplaats, opvattingen, consumptie, kenmerken en met de bijbehorende fouten, en dat in een wereld waarin overheid en bedrijven steeds meer gebruik maken van persoonsinformatie voor het voeren van selectief beleid, verliezen we langzaamaan ons burgerschap.

Burgerschap heeft iets te maken met onafhankelijk en zelfstandig zijn, verantwoordelijk voor je eigen keuzen en gedrag. Die onafhankelijkheid werd altijd al beperkt door je natuurlijke vermogens, je inkomen en de maatschappelijke kansen die je kreeg. Als je niet heel intelligent bent kan je er niet voor kiezen om professor te worden, als je gediscrimineerd wordt heeft jouw ethiek niet zo bijster veel invloed op je sociale omgeving.

Nu de macht – overheid en bedrijven – steeds meer overgaat tot maatwerk, risicobeheersing en preventieve actie, worden we nog meer gestuurd in plaats van het zelf kunnen bepalen hoe we leven en wat we doen. Heb je ooit een schuld gehad? De bank verleent je geen hypotheek. Kan je niet zo goed lezen en schrijven? Hulpverleners komen je opvoedles geven, of je daar nou om gevraagd hebt of niet. In je jeugd de wereld rondgereisd? Amerika kom je niet meer in want je bezoeken aan Iran, Cuba en Afghanistan, gecombineerd met je voorliefde voor Islamitische literatuur, maken je een terrorisme-verdachte.

Het gaat er niet om of je iets te verbergen hebt, en het gaat er ook niet om dat overheden Jan Piet en Klaas arresteren wegens bizarre verdenkingen. Probleem is de mogelijkheden die overheid en bedrijven hebben om te selecteren, om jou toe te staan, te verbieden of onmogelijk te maken je vrij te bewegen. Vrijheid en burgerschap is het kunnen maken van je eigen keuzen. Dat kunnen we al lang niet meer.

maandag 15 september 2008

externe inhuur door roulerende topambtenaren

Onder de toplaag van roulerende overheidsmanagers zitten duizenden inhoudelijke ambtenaren. Beleidsmedewerkers, adviseurs, onderzoekers enzovoort, die jarenlang voor dezelfde organisatie werken. Deze academisch of juist praktisch geschoolde ambtenaren zijn vaak uiterst betrokken bij hun werk, en ze beschikken over de kennis en ervaring die nodig zijn om het overheidshandwerk te doen: beleidsnota’s schrijven, wetsvoorstellen maken, maatschappelijke groeperingen consulteren en voorlichting geven.

De overheid beschikt ook nog eens over een schat aan eigen onderzoeksinstituten, waar informatie en kennis die rechtsstreeks van belang zijn voor politiek en beleid, worden vergaard. Bij inspecties, adviesraden en onderzoeksraden en -afdelingen werken honderden mensen die er voor kunnen zorgen dat de top geïnformeerde beslissingen kan nemen.

Niet alleen Jouke de Vries vergeet deze groep ambtenaren, die het primaire proces van het Haagse uitvoeren, ook de ambtelijke top lijkt niet in de gaten te hebben wat een schat aan kennis en advies ze in huis hebben. Hoe anders is te verklaren dat er zo verschrikkelijk veel extern wordt ingehuurd, terwijl de ‘consultants’ gewoon in dienst zijn?

De vraag is natuurlijk waarom de ambtelijke top deze nogal stille kracht over het hoofd ziet. Kennen ze door het duizelingwekkend rouleren hun eigen organisaties niet meer? Hebben ze minder vertrouwen in ambtenaren dan in commerciële consultants, omdat ze zoveel meer affiniteit hebben met het bedrijfsleven dan met de publieke dienst? Is het misschien veel eenvoudiger om een externe adviseur met een enkele opdracht de organisatie in te sturen, dan om zich bezig te houden met het lastige managen van zo’n organisatie?

Leverden ze maar werkelijk prestatiegegevens op! Dan zou zichtbaar worden of de ABD-ers werkelijk topmanagers zijn. Dan blijkt of ze het voor elkaar krijgen een organisatie zodanig te sturen, te beheren en te faciliteren, met andere woorden te managen, dat het iets oplevert waar politiek en samenleving iets aan hebben. Dan kunnen ze hun organisaties verdedigen tegen de aanvallen vanuit de politiek, waar men dagelijks méér beleid wil en minder ambtenaren.

donderdag 11 september 2008

Ambtenarenruggen

Politici kunnen makkelijk scoren over de ruggen van ambtenaren. Roep dat er teveel zijn, dat ze lui zijn of zich Kafkaësk gedragen, dat ze vooral veel last voor de burgers veroorzaken. Ambtenaren kosten een hoop belastinggeld en ze besteden het ook nog eens aan rare luxe programma’s voor zichzelf: zakkenvullers!
Niemand neemt de moeite om eens uit te zoeken of er nou werkelijk teveel ambtenaren zijn, of bureaucratie en lasten niet veroorzaakt worden door de scoringsdrift van politici, of goed personeelsbeleid bij de overheid misschien leidt tot een hogere kwaliteit van het beleid.

Neem nou een futurcentrum van rijkswaterstaat, waar de geesten los gemaakt kunnen worden, of neem nou zoiets als de ov-kaart. Als je een contract met de openbaar vervoerbedrijven afsluit om alle rijksambtenaren een ov jaarkaart te geven, sla je ik weet niet hoeveel vliegen in één klap. Het is voor de overheid lekker goedkoop, want je bent van de reisdeclaraties af. Niemand hoeft meer uren te besteden aan het invullen van z’n declaraties, of aan het uitbetalen, controleren, archiveren. Duizenden minuten hoeft niemand meer in de rij voor de kaartjesautomaat te staan. Ambtenaren zijn ook blij met de prettige employee benefit, het is voor hen niet alleen gemakkelijk, maar ook een leuke extra omdat ze met zo’n ov-kaart ook privé kunnen reizen. Het milieu wordt gediend want niemand stapt nog in een auto als dat niet echt nodig is, en daarmee worden meteen ook de files rond Den Haag aanzienlijk minder. Maar het belangrijkste voordeel is ongrijpbaar: ambtenaren die makkelijk reizen zullen eerder geneigd zijn om de wereld in te gaan, kennis te nemen van meningen en ontwikkelingen en wensen buiten hun kleine wereldje van hun afdeling, contacten te leggen, mensen en organisaties aan elkaar te koppelen.

Maar nee, zulke doelmatigheid bekt niet lekker. Voor een politicus is het makkelijker om verontwaardigd schande te roepen over belachelijke uitgaven, dan om uit te leggen dat het werkelijk bereiken van je doelen op een efficiënte manier goed doordachte maatregelen vergt. Het verhaal zou veel te complex worden voor de simpele goegemeente, die op zoek naar een gemeenschappelijke vijand zich blij tegen ‘de ambtenaren’ keert.

Verwachten diezelfde mensen wel dat het overheidsapparaat zich het vuur uit de sloffen loopt om hen te bedienen?

vrijdag 5 september 2008

Opstaan voor de rechter

Advocaat Enait begrijpt er niks van. Als er gevraagd wordt respect te tonen door op te staan, is dat niet voor een persoon die een beter of belangrijker mens zou zijn dan een ander. Je staat op voor de rechter, uit respect voor de functie. Het maakt helemaal niet uit wie de functie bekleedt, wat voor mens dat is. In een rechtsstaat is het van groot belang dat men de rechter respecteert, en dat dat respect steeds weer wordt betoond. De symboliek van toga en opstaan is juist nodig om de gelijkwaardigheid van mensen, die beschermd wordt door de neutrale rechter, te bevestigen.

zondag 8 juni 2008

Bekrompen

Tweederde van de Nederlanders heeft bezwaar tegen gezichtsbepalende moskees. Ik zou willen weten of ze ook bezwaar hebben tegen gezichtsbepalende kerken. Industriële loodsen. Windmolens. Flatgebouwen. Het ministerie van volksgezondheid. De Chinees bij Breukelen.

Hebben ze misschien geen bezwaar tegen eenvoudige, niet al te zichtbare, moskees? Tegen moskees die weliswaar enorm gezichtsbepalend zijn, maar ook een smaakvol architectonisch hoogstandje waarin Nederlandse en Arabische cultuur tot uitdrukking komen?

Over welke tweederde van de Nederlanders hebben we het eigenlijk? Die tweederde die in z’n leven nog nooit een moskee gezien heeft? Die tweederde die het grootste deel van z’n dagen doorbrengt tussen graansilos en legbatterijen, of flatgalerijen en keurig aangeharkte voortuintjes? De Nederlanders die dagelijks tussen de geluidsschermen kachelen en af en toe een glimp van bebouwing daarachter opvangen?

Ik heb wel eens een moskee gezien in Nederland, en sommige vind ik uitgesproken lelijk. Kitscherige wansmaak en goedkope oplossingen om aan het bouwbesluit te voldoen, zonder trots op een eigen Nederlands-islamitische bouwstijl. Het simplisme van een koepel en een minaret, wit en groen geverfd alsof een kindertekening werkelijkheid is gemaakt. Ik hoop op architecten van Marokkaans-Nederlandse of Turks-Nederlandse afkomst, die op een vernieuwende manier het exotische met het gewone vermengen. Dat zal een plezieriger beeld opleveren dan alleen die abstracte balken kunst die overal in het land zo gezichtsbepalend zijn.

zondag 1 juni 2008

Zelf denken

Twintig jaar geleden ging ik er nog – heel naief – van uit dat verworven rechten niet meer verdedigd hoeven worden. Ik zag de liberale democratische rechtsstaat als een soort clickfonds: éénmaal geëmancipeerde minderheden worden steeds minder gediscrimineerd, individuele vrijheden worden gerespecteerd, de scheiding van machten en het onderscheid tussen publiek en privaat worden geaccepteerd.

Fout. Naarmate gevarieerder uitingen op meer manieren hun weg naar het publiek vinden worden de bangerikken en reactionairen steeds zenuwachtiger. Naarmate vreemdere minderheden zich meer emanciperen worden oude gardes arroganter. En de overheid grijpt de macht over het private domein: ethiek, fatsoen, omgangsvormen.

Er is maar één reactie mogelijk, één manier om ons te verzetten tegen de inbreuk op ons recht om te denken en te zeggen en te tekenen en te roepen wat we willen. We moeten harder roepen, méér zeggen en vooral beter denken. Het enige verzet tegen de poging van big brother om onze gedachten te beheersen, is onze gedachten niet laten beheersen. Zelf denken. En zelf denken, dat kan alleen door veel te lezen, te praten, te schrijven, te discussiëren.