dinsdag 12 februari 2013

Jonathan Powell, The new Machiavelli; How to wield power in the modern world



Een heerlijk boek voor een politicoloog. Powell geeft een fantastische inkijk in de Blairregering en hij gebruikt Machiavelli op een interessante manier. Vermoedelijk zijn Britten daar gewoon goed in, het vertalen van Shakespeare of andere oude meesters naar hedendaagse relaties. Zoals ze ook bijzonder goed zijn in debatteren, wat Powell verklaart uit hun parlementaire systeem. Ik vond Machiavelli nogal ver-van-m’n-bed maar Powell laat zien dat het wel degelijk bijzonder relevant is. Het belangrijkste literaire minpuntje in het boek is echter ook Machiavelliaans: Powell begint zeker honderd zinnen met ‘A prudent leader would…’ en dat irriteert enorm. Wat ook niet jofel is, is de extreme karikatuur die hij van Gordon Brown schetst. In het begin is het heerlijk gniffelen om de wraakzuchtige roddel, maar op een gegeven moment geloof ik het gewoon niet meer. Als Brown werkelijk zo’n ontzettende hork was, was Blair wel een overdreven onderdanige slappe zak dat hij hem zo totaal niet aankon. De andere kant van de medaille is net iets minder irritant: Powell is een grote fan van Blair en steekt dat niet onder stoelen of banken, maar gelukkig wordt het nog net geen hagiografie.
Interessant vind ik de kleine verschillen tussen het VK en Nederland. Ik kan ons gebrek aan schandalen niet goed verklaren, maar het is wel bijzonder aangenaam om niet voortdurend geteisterd te worden door hysterische seks- of zelfverrijkingsschandalen. Is onze pers zoveel beter? Is onze cultuur zoveel toleranter? Of heeft het iets te maken met het andere verschil: het veel dualistischer parlementaire systeem? Uit het boek krijg ik de indruk dat Britse bewindslieden er vooral last van hebben dat ze lid van het parlement zijn, en het maakt de formatie van een regering een sociaal drama. Het Britse systeem leidt tot cliëntelisme en spoils verdeling, het Nederlandse tot technocratie. Na de beschrijving van Powell kies ik enthousiast voor ons soort platte, stabiele, coalitieregeringen.

woensdag 6 februari 2013

Nanny state



Sinds gisteren mogen kindertjes in een crèche of kleuterschool niet meer trakteren op verjaardagstaart. Als ze de kaarsjes uitblazen worden er immers ziektekiemen verspreid. Voor ieders veiligheid moeten de ouders nu individuele cakejes voor alle kinderen kopen.
Ik vraag me af hoe veilig het eigenlijk is om überhaupt crèches te hebben waar kinderen elkaar – god forbid – aanraken en besmetten. Het veiligst is natuurlijk om kinderen thuis te houden en dagelijks alle oppervlakten met antibacteriële zeep te boenen. Eigenlijk zouden families sowieso niet meer dan één kind tegelijk moeten hebben. Om optimale veiligheid te garanderen moet het krijgen van kinderen gewoon helemaal verboden worden. Veel te gevaarlijk die kleine snotneuzen.

maandag 21 januari 2013

Anthony Burgess, Man of Nazareth



Normaal gesproken zou ik niet meteen een Jezusboek oppakken, maar ik was wanhopig. Ik had helemaal geen zin in m’n laatste Shaw-toneelstuk en van Dennis had ik een Danielle Steele gekregen. Afschuwelijk! Het is één van m’n principes om een éénmaal begonnen boek eerst uit te lezen voordat ik aan iets anders begin, maar Steele was nog saaier dan Voskuil, slechter dan de boeketreeks en ernstiger tijdverspilling dan een radiohandboek. Na twee hoofdstukken smeekte ik om een ander boek, willekeurig wat. De Mezzanine heeft alleen prullen die toeristen hebben achtergelaten, dat viel niet mee, maar gelukkig viel m’n oog op de naam van de auteur. Eén van de beste schrijvers ever, en ik werd niet teleurgesteld. Het nieuwe testament als roman, geestig en onderhoudend en vlot. Jezus in het rijtje Buddha, Mohammed en Confucius, leraar van reden en rechtvaardigheid. Naar mijn smaak geeft Burgess de essentie van het christendom weer, heb je naaste lief en behandel anderen zoals je zelf behandeld wil worden. En dan slaagt hij er ook nog in om het menselijke van heiligen te laten zien, twijfel en zwakheden en falen.

zaterdag 19 januari 2013

Vertrouwen



Ik laat doorgaans de sleutel in het contact zitten, m’n handtas in m’n voortent, m’n computer op een tafel in de bar. Als ik geland ben steek ik m’n duim omhoog om terug naar m’n auto te liften. Ik logeer bij mensen die ik minuten geleden ontmoet heb. Het is heerlijk om alles en iedereen te vertrouwen, het is de beste vorm van vrijheid. Lastig is om niet te naief te zijn want dat gaat pijn doen. Maar ernstiger dan naiviteit is leven in angst en wantrouwen. Het is jezelf opsluiten, jezelf beperken, en tegelijk de voortdurende pijn ervaren van een mogelijke klap. Als je bang bent hoeft de klap niet eens echt te vallen om toch te lijden. Vertrouwen levert dus altijd meer op, zelfs als het wordt beschaamd.

zondag 30 december 2012

Paris Williams, Rethinking madness



Paris biedt een alternatief model voor het medische model van psychose. Psychose is volgens hem geen degeneratieve ongeneeslijke ziekte. Hij biedt een hoop aanwijzingen dat het medische model de plank flink misslaat. Hij levert een alternatief model, waarin een psychose een manier is waarop een organisme balans probeert te hervinden.
De condition humaine is enerzijds een existentiële behoefte aan het overleven van je hoogstindividuele zelf, met de angst voor eenzaamheid die dat met zich meebrengt. En anderzijds de al even existentiële behoefte aan vereniging met het Al, opgaan in god, met de angst voor verdwijnen, voor niet-bestaan, die dat met zich meebrengt.
Mensen hebben een zekere tolerantie voor de spanningsboog die de twee uiterste belevingen met zich meebrengen. Zowel de ‘breedte’ van die tolerantie varieert als de positie waarin iemand zich bevindt. Als iemand buiten z’n tolerantiegrenzen dreigt te raken, zal zijn psyche eerst z’n percepties aanpassen, maar als dat niet voldoende soelaas biedt gaan de cognitieve constructen eraan. Dat kan leiden tot psychose, een bijzonder angstige, heftige, ervaring. Paris pleit fel tegen het gebruik van antipsychotica, omdat die leiden tot verdoving waardoor de psychotische persoon niet goed in staat is om de psychose te verwerken.
In de kantlijn neemt hij ook mystieke ervaringen mee, die lijken op psychoses maar die niet negatief zijn. Dergelijke ervaringen worden geintegreerd in een gezonde psyche, en maken intieme relaties met anderen niet onmogelijk.
Een knap boek, goed geschreven, de moeite waard om te lezen zelfs als je niet in psychoses geinteresseerd bent maar wel in existentiele dilemma’s en de positie van het individu, of zelf, in de wereld. Jammer dat Paris zo nadrukkelijk ‘het westen’ tegenover ‘het oosten’ plaatst. Volstrekt onnodig en hier en daar gewoon onjuist. Geeft niks, het is nog steeds een zeer lezenswaardig boek.

zondag 23 december 2012

Democratie



In democratie is iedereen gelijk, elke vorm van machtsuitoefening doet daar afbreuk aan. Maar een samenleving impliceert een vorm van organisatie en overheid, dus specialisatie en ongelijke machtsverhoudingen. Zoveel mogelijk democratie en gelijkheid betekent dan zo min mogelijk machtsuitoefening: maximale subsidiariteit. Maar wat is ‘zo min mogelijk’? Er is geen manier om te bepalen wat minimale machtsuitoefening, overheid, is voor een functionerende samenleving. Het is een kwestie van keuzes, van politiek, wat als een functionerende samenleving wordt beschouwd.
Er zijn wel minimale eisen aan overheid te stellen. Minimaal dient iedere vorm van machtsuitoefening rechtmatig te zijn. Alleen in een rechtsstaat, dus een samenleving waar dezelfde regels en normen voor iedereen gelijkelijk gelden en waarin macht beperkt wordt door recht, kan sprake zijn van democratie.
Het principe van subsidiariteit, minimale overheid, veronderstelt effectiviteit. Overheidshandelen moet zin voor de samenleving hebben, zinloos handelen kan nooit subsidiair zijn. Een ‘democratische’ overheid (eigenlijk een contradictie) heeft de morele plicht om naar maximale effectiviteit te streven (en naar volledige rechtmatigheid, zuinigheid, efficiëncy, inclusiviteit etc). Als beleid ineffectief is, worden burgers onnodig belemmerd of gedwongen of gestuurd, wordt er onnodig macht uitgeoefend. Subsidiariteit betekent alléén machtsuitoefening waar nodig.

maandag 12 november 2012

Jill Bolte Taylor, My stroke of insight



Er zijn boeken die het effect hebben van een priester of een guru. Ik krijg Waarheid opgediend, ik lees en wéét dat dit Waar is, en het helpt om mezelf en de wereld en het leven te begrijpen. En dat helpt weer om me goed te voelen, heel, content (gelukkig is niet het goeie woord en tevreden ook niet, dankbaar, het is alledrie).Van dit boek begrijp ik dat ik weliswaar m’n linker hersenhelft gebruik om de tekst te lezen, begrijpen, verwerken, maar dat de inhoud appelleert aan m’n rechter hersenhelft-intuitie. 
Het verstoorde leven van Etty Hillesum (ik zou niet meer kunnen navertellen waarom dat zo’n indruk maakte toen ik een jaar of twaalf, dertien was, maar het hoort in dit rijtje); Carlos Castaneda’s beschrijving van de energie die iedereen is; Spinoza’s Ethica; het Tibetaanse dodenboek; kernkwadranten; the art of living now; Zen and the art of motorcycle maintenance; dat is waar ik god vandaan haal. Boeken die ik wil hebben, zodat ik de ervaring van inzicht direct zou kunnen terugzoeken, terwijl dat helemaal niet nodig is want het zit in m’n hoofd. De teksten reflecteren, verwoorden, gewoon wat ik al weet.
Bolte Taylor beschrijft hoe een hersenbloeding een groot deel van haar linker hersenhelft lam legde, zodat haar rechter hersenhelftsbewustzijn dominant werd. Ze nam waar hoe zij zelf en alles en iedereen om haar heen uit atomen/energie bestaat, hoe ze zich vloeibaar en één met het universum voelde, een vredig nu-bewustzijn. Tegelijk maakt ze duidelijk hoe handig en noodzakelijk haar linker hersenhelft is: het biedt haar taal, onderscheidend vermogen, tijd. Rechts verwerkt informatie parallel, links doet het sequentieel. Rechts is nodig voor overzicht, intuitie, links voor analyse en planning.
Terwijl ik dit lees begin ik te vermoeden waarom ik zo verslaafd ben aan vliegen, aan zwemmen, en aan goeie literatuur. Het helpt me om m’n linker hersenhelft op een wat lager pitje te zetten. Ik wou dat m’n linkerkant wat beter was toegerust om goed te vliegen, maar de circuits voor kritische analyse en taal zijn zo sterk ontwikkeld, dat ik een hoop moet uitschakelen voor ik echt vrij de lucht in kan.