zondag 23 december 2012

Democratie



In democratie is iedereen gelijk, elke vorm van machtsuitoefening doet daar afbreuk aan. Maar een samenleving impliceert een vorm van organisatie en overheid, dus specialisatie en ongelijke machtsverhoudingen. Zoveel mogelijk democratie en gelijkheid betekent dan zo min mogelijk machtsuitoefening: maximale subsidiariteit. Maar wat is ‘zo min mogelijk’? Er is geen manier om te bepalen wat minimale machtsuitoefening, overheid, is voor een functionerende samenleving. Het is een kwestie van keuzes, van politiek, wat als een functionerende samenleving wordt beschouwd.
Er zijn wel minimale eisen aan overheid te stellen. Minimaal dient iedere vorm van machtsuitoefening rechtmatig te zijn. Alleen in een rechtsstaat, dus een samenleving waar dezelfde regels en normen voor iedereen gelijkelijk gelden en waarin macht beperkt wordt door recht, kan sprake zijn van democratie.
Het principe van subsidiariteit, minimale overheid, veronderstelt effectiviteit. Overheidshandelen moet zin voor de samenleving hebben, zinloos handelen kan nooit subsidiair zijn. Een ‘democratische’ overheid (eigenlijk een contradictie) heeft de morele plicht om naar maximale effectiviteit te streven (en naar volledige rechtmatigheid, zuinigheid, efficiëncy, inclusiviteit etc). Als beleid ineffectief is, worden burgers onnodig belemmerd of gedwongen of gestuurd, wordt er onnodig macht uitgeoefend. Subsidiariteit betekent alléén machtsuitoefening waar nodig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten