maandag 12 juli 2010

Ambtenaar

Ik wilde altijd al ambtenaar worden. Vooral uit tegendraadsheid natuurlijk, er was geen beroep zo onhip als ambtenaar dus dat leek mij wel geinig. Maar serieuzer: om het bijdragen aan het publiek belang. Om mee te doen met een prettig draaiende samenleving, om een steentje bij te dragen aan zoveel mogelijk geluk. Heel erg groot, en heel erg klein tegelijk. Dat het groots, ambitieus, misschien wel pretentieus is, dat is evident. Het kleine, dat is voor moderne carrièrejagers, prima donna’s, bekende Nederlanders en bazen niet goed te begrijpen.
Een samenleving als de onze kan alleen zo vredig en welvarend zijn met behulp van een overheid. Geen machines, maar mensen, een paar duizend mensen, vormen samen het apparaat dat een essentiële component van de samenleving is. Juist het ambtelijk apparaat functioneert bij de gratie van talloze anonieme medewerkers die ieder een heel klein deelrolletje spelen. Ze zijn allemaal individueel nog misbaar ook. Het verdwijnen van een functie uit het ambtelijk apparaat is als een slag met vlindervleugeltjes, onmerkbaarder dan een zucht.
Daar moet je tegen kunnen, onbelangrijk en anoniem zijn. Het is dezelfde paradox als die van verkiezingen: één stem op de tien miljoen is onbetekenend, heeft één-tien-miljoenste invloed. Maar het is wel essentieel dat tien miljoen mensen allemaal hun stem uitbrengen, en het kan leiden tot politieke aardverschuivingen.
Ik hou van het kleine, en van mijn plaats in die paradox. Als ik vanaf nu alleen nog maar uit het raam ga kijken zal het geen Nederlander opvallen dat het overheidsbeleid ineens anders uitpakt. Maar ik kijk niet uit het raam, ik stel m’n domme vragen aan collega’s en ik strooi eens een verslagje rond. Ik voel me als een tuinman die ergens een handje zaden werpt, hier wat onkruid uittrekt en daar wat mest bijschoffelt. Een mooie tuin is niet mijn verdienste, de planten groeien toch echt zelf en worden gevoed door regen en grond die ik niet geleverd heb. Toch ben ik er trots op. Maar net als een trotse tuinman hoeft ook een ambtenaar niet op het podium te worden toegejuicht. Daar hebben we politici voor.

kat

vanmorgen had ik de deuren tegen elkaar open gezet om het huis een beetje door te luchten. Een kat struinde door de gang, wierp een hautaine blik op mij en verdween de straat in.

zaterdag 3 juli 2010

Reunie

Tijdens de reunie van de zeeverkennertjes, na 28 jaar, bedenk ik dat je hele repertoire aan relaties waarschijnlijk op die leeftijd ontstaan is. De onweerstaanbaarheid van een man waar ik nu voor val, zie ik terug in de blik van het jochie dat toen zo spannend was. De liefdevolle kordaatheid van een vrouw waar ik me een jongere zus van voel, in de gebaren van een leidster die ik toen blindelings vertrouwde.
Na al die schoolklassen, clubs, oud-collega’s, vliegmaten zie ik bijna alleen nog maar look-a-likes. Sympathie is gebaseerd op een gelijkenis met een vriendje van dertien, verwantschap op de motoriek van een ander.

Wat waren die verkennertjes geweldig! We waren ruig, ongedisciplineerd, zochten altijd de grenzen op en gingen daar flink overheen. Ik denk nu dat we daardoor op een heel acceptabele manier onze puberteit door konden komen. De leiding durfde ons forse risico’s te laten nemen, vonden een balans tussen kaderen en loslaten. Tja we zijn bijna allemaal gaan roken in die tijd, gebruikten vanalles wat niet gezond voor ons was, braken af en toe eens een botje of hielden er hier en daar een litteken aan over. Terugkijkend naar de foto’s van ontgroeningen en kampvuren vol oliedrums snappen we nauwelijks dat er nooit doden zijn gevallen. Maar wij zijn niet in het gareel gedwongen, wij hebben voor het gareel gekozen.

dinsdag 29 juni 2010

Kurban Said, Ali & Nino

Met de kinderlijke overtuiging van een Karl May wordt een fantasie-Perzië weergegeven: Ali is een compleet in z’n cultuur opgesloten provinciaal die alleen bìnnen dat kader een integer mens is. Romans zonder verscheurende dilemma’s zijn geen romans, en Nino en hun slecht passende liefde brengt er net voldoende spanning in om er een aardig boekje van te maken. Maar ik vermoed dat Essad Bey nooit een voet in Iran heeft gezet, laat staan in een harem.

Wat ik niet begrijp: waarom wil Nachararyan ineens met Nino trouwen, en waarom pakt hij dat zo slinks aan? Als hij zo verliefd op haar was geweest had hij toch al die moeite niet hoeven doen om Nino’s ouders te overtuigen van Ali’s geschiktheid?
En nog vreemder, waarom zou Nino willens en wetens met hem meegaan?

Voetbal

Het voetbal gaat weer volkomen langs me heen, gelukkig. Herrie en opstoppingen vallen erg mee en in de lift word je er niet te erg mee doodgegooid.
Toch neemt de irritatie toe, niet over het voetbal maar over de steeds sterker geponeerde eis dat je mee moet doen. Volgens de publieke omroep reclame hoor je alleen bij Nederland als je smult van de voetbalverslaggeving, volgens voorbijgangers had ik vanzelfsprekend voor oranje in plaats van paars gips moeten kiezen, volgens collega’s heb ik geen voeling met ‘de ‘ samenleving als ik niet ervaar hoe het is om een paar uur collectief m’n gehoor te beschadigen met oversized plastic toeters.
Opnieuw wordt buiten mij om bepaald wat ‘de echte’ Nederlandse identiteit is, en als je je daar niet aan conformeert, jezelf er willens en wetens buiten plaatst, dan vráág je erom. Ik weet niet precies waar om, maar ik voel me in een defensieve positie gedrongen.
Vanwaar toch die drang naar éénvormigheid, die weerzin tegen diversiteit? Waarom zijn minderheden, van welke aard dan ook, meteen ook buitenstaanders? Hoe komt het toch dat democratie niet langer een procedure is maar een verheerlijking van de meerderheid? In hetzelfde land waarin Bavaria razend populair wordt als symbool van verzet tegen een overmacht die de kleintjes de wet voorschrijft. Of zou daar nou alleen mijn particuliere enthousiasme voor het jurkje in zitten?

zondag 27 juni 2010

Hans van Maanen, Goochelen met getallen; cijfers en statistiek in krant en wetenschap

Op een bijzonder leesbare, vaak geestige manier, loopt Van Maanen zo’n twintig valkuilen langs van verkeerde interpretaties van statistieken. Niet alleen het toeschrijven van causaliteit aan correlaties (mannen met grijze haren krijgen vaker een hartaanval, allochtonen worden vaker veroordeeld wegens diefstal), ook het opblazen van minieme verschillen (duizenden meisjes in handen van loverboys), het presenteren van statistische significantie als een waarheid in zichzelf (cursus verhoogt iq significant) enzovoort.
De prettige herhaling van de betekenis van p, z-score, r2, 2 en standaarddeviatie geven mij het idee dat ik weer alert ben op onzinbeweringen. En ik heb een handig boekje bij de hand om statistische kennis in na te zoeken.

zondag 20 juni 2010

Mansvelt Becks vertaling van Laozi's Daodejing

Ik begon de nieuwste vertaling van de tao te ching te lezen met een mengeling van weerstand en verwachting. Van de verwachting is niet veel over. Het is niet om dóór te komen, de eindeloze aaneenschakeling van nietszeggende spreuken die waarschijnlijk vreselijk diepzinnig zijn omdat ze zo ‘mysterieus’ zijn. Het laat een Jomanda-smaak van gedragen voordrachten en vormeloze gewaden achter. Het allerergst is de toelichting of uitleg die na iedere spreuk volgt, in negentig procent van de gevallen niets anders dan een herhaling van de spreuk zelf. Spreuk: “Met mijn huis neem ik huizen in ogenschouw,” uitleg: “Met mijn huis waarin ik zorg draag voor de Weg neem ik de huizen waarin geen zorg gedrageb wordt voor de Weg in ogenschouw.” Ik geef toe dat het lezen van een tekst van een paar duizend jaar oud met de ogen van nu niet tot onmiddellijk begrip hoeft te leiden, ik vind het dan ook tijdverspilling. Wijsheid is niet persé beter omdat het oud en exotisch is.
Met die wijsheid had ik de eerste keer toen ik het las, vijfentwintig jaar geleden, al moeite en deze keer verslik ik me weer in de paradox. Laotse maant zijn pupil voortdurend om niks te willen, niks te begeren, passief zijn leven te ondergaan. En dat zou iemand doen om lang en gelukkig te leven Dat is dan toch een streven, een begeerte? Het gaat nadrukkelijk niet over het moreel juiste, over rechtvaardigheid of over het verbeteren van het menselijk bestaan, en ook is het geen beschrijving van de aard van wereld of leven Geen kennis, maar voorschrift. Doe mij maar bijbel of bardo thödol, daarmee kan ik mezelf tenminste wijsmaken dat het inzicht oplevert.