maandag 21 juli 2014

Onrecht

Terwijl ik naar de film Bloody Sunday kijk denk ik aan Gaza. Als de tv naar het nieuws switcht zie ik mensen die huilen om MH17.

Strategie

Bij de overheid denken veel mensen dat strategie iets te maken zou hebben met de toekomst. Strategen zouden de toekomst moeten voorspellen, of er op z’n minst met een paar raak gekozen scenario’s voor moeten zorgen dat de organisatie op de toekomst is voorbereid. Strategie gaat over de lange termijn, het volgende kabinet, alles behalve het hier en nu.
De verwachtingen waren hooggespannen toen een paar jaar geleden ieder organisatieonderdeel z’n eigen strategie-eenheid kreeg. De teleurstelling is daardoor fors: als strategen de toekomst niet kunnen voorzien zijn ze eigenlijk volstrekt irrelevant.
Dat is jammer, want het idee dat strategie iets te maken zou hebben met toekomstverkennen is volgens mij een suf misverstand. Strategen moeten naar mijn smaak ervoor zorgen dat hun organisatie zich optimaal positioneert, maximaal datgene doet waarvoor het bestaat. En dat terwijl de wereld eromheen voortdurend verandert, voortdurend vraagt om nieuwe interacties. Die dynamiek levert risico’s op – jawel, mogelijke problemen in de toekomst – en een strateeg moet de organisatie helpen om die risico’s te onderkennen en er mee om te gaan. Frontaal in de aanval? Negeren? Meebewegen? Waarin zitten ‘m de gevaren en hoe reageert de omgeving op acties vanuit de organisatie? Dáár moeten scenario’s over gaan, en dat speelt heel dichtbij het hier en nu.
Een strateeg moet dus vooral gevoel hebben voor de context, het speelveld, van een organisatie. Kunnen waarnemen en duiden wat daar gebeurt. En dat kan weer alleen maar als je weet waar en hoe je je organisatie in die context moet plaatsen: wat is het voor type organisatie, hoe verhoudt het zich tot andere organisaties en van welke systemen maakt het onderdeel uit, en vooral: wat is de functie, wat zijn de kerntaken en welke opgave heeft de organisatie en wat zijn de waarden van waaruit mensen er werken? Het bekende ‘waartoe zijn we hier op aarde?’.
De toekomst is ongewis. Maar als publieke organisaties strategisch opereren, is er een goeie kans dat de democratische rechtsstaat blijft functioneren in vrede, vrijheid en welvaart.

zaterdag 19 juli 2014

Roth Radetzkymarsch

Voor het eerst maakte ik mee wat mensen bedoelen die Duits zo’n prachtige taal vinden. Het kostte me duidelijk extra moeite om een boek te lezen in een taal die ik nooit heb leren spreken – ik werd als lastige puber de klas uitgestuurd. Maar passief begrip is goed te doen, en Roth schrijft op de één of andere manier eenvoudig, terwijl het nooit simpel wordt. Niet alleen z’n taalgebruik is eenvoudig, ook z’n verhaal, z’n hoofdfiguren, en z’n thematiek. Door de eenvoud krijgt het een enorme kracht.
Gewone soldaat redt instinctief het leven van de keizer, wordt in de adelstand verheven en wordt daarmee geintroduceerd in de complexe moraal van de elite. Zijn zoon is niet belast met eenzelfde ingewikkelde positie in het leven, die wordt in alles het stereotype van de Habsburgse edelman. De manier waarop hij zíjn zoon opvoedt is daar een uiting van. Zoonlief, de luitenant, heeft te weinig ruggegraat om van drank, gokken en een vrouw af te blijven en als hij eindelijk iets dappers doet is dat vooral een onbezonnen daad die hij met de dood bekoopt. Hoe heldendom verwordt tot erfzonde.
Afgezien van de fijne literaire ervaring vond ik het fascinerend om een beeld te krijgen van de Duits-Habsburgse wereld rond de eeuwwisseling. Ik had nooit beseft hoe ontzetted ver weg die wereld van de mijne is, hoe vreemd en bizar, terwijl je het turend door een kaleidoscoop toch herkent als een voorganger van onze werkelijkheid. De absolute waarde van gehoorzaamheid en conformisme, de strikte scheiding van klassen en rangen en beroepen zodat er bijna een soort kastenstelsel bestaat. We kennen het nu niet meer, maar herkennen het wel en als lezer ben je griezelig goed in staat om te begrijpen hoe het werkt.

vrijdag 6 juni 2014

Medische persoonsgegevens

Schipper: “een verzekeraar kan zien dat je twee keer aan dezelfde knie geopereerd wordt. Dat is dus een hersteloperatie!” O ja? Kan mijn verzekeraar zien aan welke knie ik word geopereerd? Is er geen medische vertrouwelijkheid meer? Of is een operatie van een linkerknie een andere dbc dan van een rechterknie?

donderdag 5 juni 2014

Kahneman, Thinking, fast and slow

Iemand kan wel heel erg zeker van z’n zaak zijn, heel erg overtuigd van z’n gelijk, dat maakt het nog niet waarschijnlijker dat hij ook gelijk heeft. Iets is niet waar omdat je ontzettend gelooft dat het waar is. Kahneman heeft uitvoerig onderzocht hoe het in onze hoofden werkt, hoe we ons zelf dingen wijsmaken en hoe we blind kunnen zijn voor rationele werkelijkheden. Als we bijvoorbeeld iets herkennen, achten we het bewezen. Geen wonder dat herhaling van een verhaal ertoe leidt dat we het voor waar aannemen. Zelfs als we onszelf kritisch afvragen of iets klopt, doen we dat vaak op een eenvoudige manier: het klopt wel of niet. We laten na om informatie die niet voorhanden is bij de afweging te betrekken, we verzinnen geen alternatieve scenario’s om de waarschijnlijkheid van een bepaald verhaal te beoordelen, we zijn slecht in staat om kansen en hoeveelheden in te schatten.
Ons brein is goed toegerust voor het overleven in een gevaarlijke wereld vol gevaarlijke beesten met grote tanden, maar we kunnen minder goed wegen of het plausibel is dat een bericht op tv gebeurtenissen correct weergeeft. Waar Kahneman het niet over heeft, is de mogelijkheid dat we onze gebrekkige waarneming compenseren en hoe we dat dan doen. Ik vermoed dat het tot je nemen van grote hoeveelheden informatie uit een groot aantal verschillende bronnen helpt, dat het organiseren van debat en kritiek helpt, en dat educatie en cultuur, het bevorderen van creativiteit, helpen.
Dat neemt niet weg dat Kahnemans punt, hoe langdradig opgeschreven dan ook, van groot belang is. Iedereen die keuzes maakt, iedereen die beslissingen neemt, heeft er baat bij om te beseffen dat onze waarnemingen en afwegingen mogelijk biased zijn. Zeker als iemand beslissingen neemt die gevolgen hebben voor anderen is het essentieel om daar alert op te zijn.

zondag 1 juni 2014

Is dat wel zo?



Hoe vind je informatie op internet? Als je hetzelfde verhaal maar vaak genoeg tegenkomt, ga je denken dat het waar is. Als internet dan ook nog eens één grote echoput is, ontstaat er een complete onzinwaarheid. Van tarwe word je dik. Caesar was spastisch. De premier eet elke avond bij z’n moeder.
Om kritisch te kunnen zijn, om te weten wanneer het slim is om je af te vragen of het eigenlijk wel kan kloppen, moet je kennis hebben. Kennis is iets anders dan herhaling, het is gezaghebbende informatie met aandacht voor de verbanden tussen feiten. Daar kom je aan door het te leren van je onderwijzers en ouders, door boeken te lezen, door te leren redeneren en logica toe te passen. Is dit plausibel, zou het waar kunnen zijn? Waarom niet, wat moet ik nog weten om overtuigd te worden?
En je moet flink eigenwijs zijn, durven iets anders te denken dan iedereen. Met enige zelfovertuiging. Dat is dan weer ingewikkeld, want hoe weet je dat je eigen verhaal beter klopt dan dat van een ander? Redeneren, logica toepassen, bereid zijn je fouten te erkennen.
Googlen is het handigst als je de klok wel hebt horen luiden en alleen nog even de klepel probeert te vinden. Maar die klok, dat is dan liefst niet het gebeier van luie journalisten die persberichten overtiepen en exclusieve tips verkondigen.

maandag 19 mei 2014

Google, privacy en vrijheid van meningsuiting

Op radio 1 Dirk Poot van de Piratenpartij, die goed en helder uitlegt waarom de eis dat Google zoekresultaten over oude schulden van een Spanjaard verwijdert, niks met privacy te maken heeft en schadelijk is voor de vrijheid van meningsuiting en van informatiegaring. Je vraagt een bibliothecaris toch ook niet om de geschiedenisboeken over de hertog van Alva uit de index te verwijderen, alleen maar omdat we het niet zo opportuun meer vinden om ons de katholieke overheersing te herinneren?
Het is verschrikkelijk, dat onderdrukkende regimes en machthebbers ‘privacy’ als newspeak gebruiken om hun censuur en geheimhouding te legitimeren. Tegenover macht en machtsmisbruik kan je alleen informatie en educatie zetten: journalistiek, kunst, debat. Burgers kunnen zich alleen een mening vormen als ze geinformeerd zijn.
Ook privacy is een recht dat individuen tegenwicht biedt tegenover de macht van het collectief en van de overheid. Privacy is niet hetzelfde als geheimhouding en anonimiteit, maar dat zijn wel manieren om je privacy te beschermen. En ja, om de privacy van allerlei individuen te beschermen zullen beschaafde media een controversieel figuur anonimiseren door ‘m met een pseudoniem of met alleen initialen aan te duiden. In geschiedenisboeken gebeurde dat dan weer niet.
Google schendt onze privacy op grove manieren: door de inhoud van onze persoonlijke berichten te analyseren, door onze persoonsprofielen aan adverteerders te verkopen, door onze relatienetwerken in kaart te brengen en door te proberen ons gedrag te beïnvloeden zonder transparant te zijn over hoe dat gebeurt en waartoe. En de google zoekmachine biedt geen ‘eerlijk’: neutraal en objectief, overzicht van relevante informatie. Als google vooral zoekresultaten aanbiedt die goed aansluiten bij je belangstelling, bij je profiel, dan heeft google kennelijk in je ziel gekeken en dat is wel de ultieme aantasting van privacy.
Maar een link aanbieden naar een krantenbericht, ook al is dat bericht oud, gaat het over een met naam en toenaam bekend individu en wordt er een misstap uit diens verleden in opgerakeld, is geen privacyschending. Misschien heeft een deurwaarder of politieagent z’n plicht verzaakt om vertrouwelijk met persoonsgegevens om te gaan, door aan een journalist te vertellen dat iemand schulden had. Misschien heeft een redactie besloten om over de rug van een individu het vuurtje van een schandaal op te stoken en zo meer kranten te verkopen.
De medewerkers van de NSA houden vol dat Snowden heeft openbaard wat geheim had moeten blijven, en om die reden praten ze tot de dag vandaag alsof al die informatie nog steeds geheim is. Dat is een lijn die je ook bij privacyschendingen zou kunnen toepassen: als beschermde persoonsgegevens onrechtmatig geopenbaard zijn, moet de krant rectificeren en moeten verwijzingen worden gewist.
Maar kenmerkend voor privacyschendingen is nou juist dat éénmaal geopenbaarde informatie niet meer kan worden ‘ont-openbaard’. Je kan een verwijzing uit een index weghalen, maar je kan de herinnering van het publiek niet verwijderen. Misschien heeft iemand een printje of kopietje gemaakt, misschien heeft iemand er in de kroeg over gebabbeld. Hebben die mensen meer recht dan een ander op de onrechtmatig gepubliceerde informatie?