vrijdag 21 maart 2014

Weg met Wilders

e feestelijke stemming was in één klap voorbij. Om half twee ’s nachts kroop ik m’n bed in, en het eerste wat ik hoorde toen ik de radio aanzette was het racistische gebral van Wilders en het debiele gescandeer van het plebs.
De nazis rukken op, en alleen ons, de tegenstanders van de PVV, wordt de maat genomen. Terwijl Wilders de achterlijke horden mobiliseert, de dommen en haatdragenden, en ook zonder geweld of bestuursmacht schade aanricht aan wat ooit een vrije, welvarende, vriendelijke samenleving was, wordt ons verzekerd dat het zinloos is om met Godwins te smijten, dat een vergelijking met fascisten niet klopt want de PVV heeft helemaal geen gaskamers op het programma staan, dat we het vuurtje alleen maar opstoken en dat we de grieven van het volk niet onderkennen.
Het is waar: ik kan niet begrijpen hoe het bestaat dat mensen die bestaanszekerheid, onderwijs en gezondheidszorg, redelijke kansen en grondrechten genieten in een vrij land, zó rancuneus, haatdragend en vervreemd kunnen zijn, en zó ongeïnformeerd, ongeïnteresseerd in feiten, ongecivilizeerd, dat ze PVV stemmen.  Onzindelijk laten ze hun instincten de vrije loop: ‘weg met de anderen’ dan is er meer voor ons. Zonder te weten wat PVVers schrijven, zeggen of doen, met enkel belangstelling voor de onderbroekenlol van het bruin café waarin ze zat achter elkaar aan hossen, vieren ze wullie tegen zullie. Te beperkt van geest om zich rekenschap te geven van een toekomst, van de wereld buiten hun eigen straatje, gedragen ze zich als Russische boeren die denken dat een plee er is om je haren in te wassen: nog nooit gezien.
Maar ja, ik kan ook niet begrijpen hoe varkens hun neus in de stront kunnen steken, hoe tv-kijkers zichzelf ziek kijken hersenloze sprookjes, hoe hooligans niks liever doen dan vechten en breken. Dat ik het niet kan begrijpen maakt het nog niet onwerkelijk.
Tegen de PVV tekeer gaan helpt geen barst. Wilders provoceert uit alle macht, en wat zijn volgelingen nou juist ontzettend leuk vinden is als er iemand als door een wesp gestoken reageert. Ongeveer hetzelfde soort humor als wanneer je iemand van de trap ziet vallen. Je ziet de kampbeulen al lachen gieren en brullen, als ze iemand op een gloeiende plaat laten dansen.
Sadistisch entertainment is wat Wilders biedt, slapstick met leedvermaak. Wilders en de zijnen beleven niet alleen platte lol aan hun vandalisme, ze kunnen ook nog eens lekker zwelgen in hun verongelijkte underdoggevoel. Hoe meer tegenstand ze krijgen, hoe meer ze ervan overtuigd raken dat ze geuzen zijn, messias die aan het kruis genageld wordt. Dat dat een spelletje met alleen maar verliezers is, doet er niet toe, het geeft instant bevrediging en werkt verslavend. De enige effectieve manier zal zijn om ze belachelijk te maken, laten zien hoe sneu PVVers zijn. Maar dat kunnen wij Nederlanders slecht, we zijn niet geestig en ad rem.
Niet te bestrijden dus. Tegenstand versterkt de PVV, meewind ook. Er blijft maar één optie over: blijven beschaven. Dat wil zeggen: een norm stellen, niet accepteren dat de PVV bepaalt wat ‘normaal’ is: schelden, kwetsen, lasteren en vernederen. Als staat, als politieke samenleving, is de  duidelijkste manier om dat te doen: verbieden. Ik aarzel om het op te schrijven, want het verbieden van uitingen, of van vereniging/partijvorming, is wel het allerlaatste middel dat ingezet zou moeten worden om de rechtsstaat te beschermen. Ik heb ook geen idee of het juridisch zou kunnen. Maar moreel zijn we het aan onszelf verplicht om een grens te trekken.

donderdag 20 maart 2014

Gemeenteraadsverkiezingen

1116 stemmen, om 1 uur 's nachts klaar met tellen



maandag 17 maart 2014

Inspraak privacy

Belangrijk om in te spreken: hier.



In de nota wordt niet krachtig duidelijk gemaakt dat respect voor privacy en het beschermen van beroepsgeheim uitgangspunten zijn. Er wordt geprobeerd om kool en geit te sparen, door te gaan reguleren of protocolleren hoe persoonsinformatie gedeeld mag worden in situaties waarin dat nu niet mag of duidelijk is. Terwijl fundamentele rechten zoals privacy nou juist grenzen stellen aan overheidsoptreden, ook of juist in situaties waar de overheid het nodig vindt om fundamentele rechten terzijde te schuiven.
Het verlangen om alle maatschappelijke problemen op te lossen, om 'integraal' te werken en om optimaal diensten te verlenen is prachtig, maar het fundament onder de rechtsstaat is niet dienstverlening maar burgerrechten. M.i. zou de visie veel nadrukkelijker aan moeten geven dat er geen informatie over mensen wordt gedeeld, tenzij (in precies omschreven situaties, op basis van wettelijke taken en bevoegdheden, gemotiveerd aan de hand van precies omschreven doelen met onderbouwde effectinschatting, verantwoord ten overstaan van de betrokkene en de hele samenleving).
Een ander element: de doelbinding impliceert niet alleen dat er precies wordt aangegeven voor welk doel welke informatie nodig is, en wat er dan met die informatie gebeurt, en waarom er geen alternatieve manieren zijn om datzelfde doel te bereiken (ongeacht de vraag of ze betaalbaar zijn want dat is in de privacywetgeving niet relevant); doelbinding en proportionaliteit impliceren ook dat het gebruik van de informatie daadwerkelijk effectief is. Als de gebruikte persoonsinformatie niet leidt tot het doel, was het immers kennelijk niet noodzakelijk om dat doel te bereiken.
Mijn suggestie zou zijn om te beginnen met een hoofdstuk waarin wordt uiteengezet wat privacy is en wat persoonsgegevens zijn, waarom privacy van iedereen gerespecteerd dient te worden (omdat het een mensenrecht is, omdat het voorwaarde is voor veiligheid, gelijkheid, waardigheid en vrijheid) en wat de persoonlijke en maatschappelijke risico's zijn van het (ongeoorloofd) delen van persoonsinformatie (stigmatisering, hulpeloosheid/onmacht, foute beslissingen gebaseerd op foute veronderstellingen of op foute data).
Tenslotte ontbreekt in de visie aandacht voor bewustwording, training en intern en extern toezicht op professionals. De hele visie gaat uit van regulering en protocollering, waarmee of het werk voor hulpverleners aanzienlijk ingewikkelder wordt, of de rechten van burgers worden uitgehold.
 

vrijdag 14 maart 2014

Geen verantwoording hoeven afleggen



Privacy is een fundamenteel recht, dat in geen enkele juridische opsomming van fundamentele rechten wordt genoemd. In de Universele Verklaring[1], het EVRM[2] en de Grondwet[3] is sprake van de persoonlijke levenssfeer die gerespecteerd en beschermd dient te worden, en van gegevensbescherming.

Het fundamentele recht op een persoonlijke levenssfeer en andere rechten, zijn in feite middelen om een doel: privacy, te garanderen. Maar als privacy geen juridisch begrip is, wat is het dan wel?

Op die vraag zijn vele antwoorden mogelijk, maar ze leiden allemaal tot een idee in dezelfde sfeer: privacy is voorwaarde voor vrijheid en gelijkheid en/dus voor een menswaardig bestaan. Je hebt privacy nodig om je eigen gedachten, meningen en overtuigingen te koesteren en uit te dragen, om niet op grond van willekeurige criteria als je etniciteit, geloof of voorkeuren te worden lastiggevallen, om je net als ieder ander te mogen bewegen in de publieke ruimte.

Privacy is het recht om met rust gelaten te worden, het is de zelfbeschikking over informatie die jezelf betreft, het is in wezen: je niet hoeven verantwoorden. Zodra je privacy geschonden is, kunnen er vragen komen: Wat deed jij daar? Waarom denk je dat? Hoe is je relatie met die persoon? Zolang zaken over jou onbekend zijn, is er voor niemand aanleiding om een uitleg te vragen.

Als privacy zelfbeschikking is, heeft het niks met privacy te maken als je zelf de openbaarheid zoekt. Zelf bekend maken hoeveel je verdient of waar je je geld aan uitgeeft kan je reputatie schaden, maar het is geen inbreuk op je privacy.

Privacy is een mensenrecht; het is geen recht dat instanties, bedrijven of clubs toekomt. Het is heel goed mogelijk dat de veiligheid van een organisatie gevaar loopt doordat er informatie bekend is gemaakt, maar dat is geen privacyprobleem. Ook reputatieschade door laster of onthulling kan onrechtmatig zijn, maar niet op grond van privacyrechten.
Privacy hangt nauw samen met identiteit, en met informatie. Het is een stuk makkelijker om je privacy te beschermen als je identiteit onbekend is. Desondanks kan ook de privacy van een anoniem persoon geschonden worden: er kan iemand je woning binnentreden, een gesprek afluisteren, je kan gefouilleerd of betast worden, je kan in verlegenheid worden gebracht. Anonimiteit is een handig middel om je privacy te beschermen, maar het is niet genoeg.

In de moderne informatiesamenleving is alles informatie, en alle informatie kan worden gedigitaliseerd en dus bewerkt. De kleur van je haar is informatie, de emoties die je voelt bij het zien van je partner ook. Als informatie wordt gedigitaliseerd kan het worden vastgelegd in bestanden. Informatie in bestanden kan worden gekoppeld aan andere informatie, en er kunnen statistische analyses op worden uitgevoerd zodat verbanden zichtbaar worden. Zulke verbanden zijn ‘nieuwe’ informatie die nog meer over een persoon bekend maken. Persoonsgegevens in verband met andere informatie vormen een profiel.
Het is niet erg dat bedrijven en overheden profielen van burgers maken, al kan je je wel ongemakkelijk voelen bij de wetenschap dat anderen meer over je weten dan jijzelf. Er ontstaan wel problemen als profielen eigenlijk onjuiste interpretaties zijn van correlaties tussen jouw kenmerken en gedrag (als gevolg van verlies aan contextuele integriteit, of simpelweg als gevolg van fouten in de data) of als je wordt geconfronteerd met beslissingen op basis van je profiel, in plaats van je burgerschap. Een simpel voorbeeld: als burger kan je de grens oversteken om naar het buitenland te gaan mits je een geldig paspoort kan overleggen. Als jij echter het profiel van een potentiële terrorist hebt, of van iemand die illegaal werk zoekt, is het paspoort niet voldoende en kan je worden tegengehouden.
Tenslotte zit er iets onrechtvaardigs in dat bedrijven goed geld verdienen met jouw data, terwijl je zelf hooguit profiteert van gerichte aanbiedingen. Niet alleen zijn er mensen die een andere keuze zouden willen maken, namelijk iets meer betalen voor diensten en hun persoonsinformatie voor zichzelf houden, of zelf verhandelen en er aan verdienen. Er zijn ook mensen die op grond van hun profielen geen aanbiedingen meer krijgen, omdat ze bijvoorbeeld te arm zijn of te laag opgeleid.


[1] Art. 12
[2] Art. 8
[3] Art. 10

zaterdag 8 maart 2014

Kommaneuken



Een academicus die geen lid van een vereniging werd, omdat hij ‘zich niet wilde confirmeren’. Volgens een rechter heeft een vrouw ‘zich van het leven willen benemen’. Een journalist beschrijft ‘improvisorische tentjes’ en een politieman heeft met z’n handtekening ‘zwijgplicht beloofd’.
Deze zijn allemaal nog erger dan het inmiddels ingeburgerde ‘misdaden tegen de menselijkheid’ en ‘zich irriteren’. En dommer dan ‘het soort die een rol spelen’ en ‘het aantal gaan’.
Dagelijks lees ik hoe hoogopgeleide ambtenaren, journalisten, secretarissen, standaard ‘hij bedoeld’ en ‘je beleefd’ schrijven zonder met hun ogen te knipperen. Als lezer moet ik dat allemaal vol begrip negeren, niet zeuren, het is een kommaneuker die er op let. M’n eigen schrijfsels zijn immers ook niet foutloos.

Ondertussen lukt het me niet om teksten en schrijvers serieus te nemen als de auteurs kennelijk onvoldoende opleiding of ontwikkeling hebben, of niet voldoende respect voor hun publiek op kunnen brengen om een foutloze tekst aan te bieden. Spelfouten zijn net zoiets als vlekking op je kleding; grammaticale fouten lijken toch wel erg op scheuren in je broek. Niet erg verzorgd, het doet er niet toe hoe je overkomt want je hebt niets nodig van je publiek. Arrogant.

Tot nu toe kom ik nog weinig taalfouten tegen in boeken of in de ondertiteling van tv-programma’s. Er zijn nog genoeg collega’s die wel hun werk verstaan. Maar ik vrees dat ik al hard op weg ben om een ouwe zeur te worden, dat er minder en minder taal onderwezen wordt. Het is wel erg gemakkelijk om het te wijten aan communicatie per toetsenbord. Natuurlijk, daar worden we allemaal slordig van. Maar half Nederland heeft gewoon niet geleerd hoe het moet. Misschien kunnen we ons laten opleiden door de officieel ingeburgerde vreemdelingen, die tenminste nog echt de Nederlandse taalregels hebben geleerd.

vrijdag 28 februari 2014

The circle

Ik was al niet zo’n enorme fan van Eggers, en uit de recensies begreep ik dat De cirkel niet veel nieuws zou bieden. Inderdaad, het boek maakte geen spetterende indruk. Literair is het heel matig, de karakters zijn bijzonder plat, de seksscènes vooral lachwekkend en het einde overstijgt het niveau van een stripboek niet. Niemand gelooft dat er echt meisjes als Mae bestáán, zo dom worden ze echt niet meer gemaakt hoop ik.
Wel sterk is het dat Eggers laat zien hoe hippe lifestyle en goeie bedoelingen, gekoppeld aan kennis en sociale dwang, tot totalitarisme kunnen leiden. Het tot cliché verworden gezegde ‘kennis is macht’, wordt ingevuld en ingekleurd. En als het meezit helpt dit boek om meer mensen bewust te maken van de noodzaak van privacy. Maar het geeft niemand aanwijzingen over hoe je kan leven met de handige mogelijkheden die ict ons biedt, zonder locked in te raken bij Google, Facebook en Apple.
Volgens Eggers kan dat ook niet meer, omdat politici die concurrentie en vrije keuze voor consumenten, en privacybescherming proberen te bevechten, meteen onschadelijk worden gemaakt dankzij medialogica en grenzeloze naïviteit van het publiek. Ik heb nog net ietsje meer vertrouwen in kritische kiezers en democratische mechanismen. Maar ja, we moeten wel een beetje haast maken en stemmen op partijen die niet naar de pijpen van Amerikaanse bedrijven willen dansen: http://www.wepromise.eu/en

donderdag 27 februari 2014

Save the internet

Netvrijheid en -gelijkheid moeten actief worden bewaakt, onderneem actie.