zondag 23 november 2014

ingroep uitgroep



Zelden gaat een babbeltje met m’n sportmaatjes dieper dan een grapje en een knipoog, of een opmerking over de eeuwige herhalingen op discovery channel. Heel af en toe is er een trigger voor commentaar op niet-witte of niet-hetero of niet-autochtone mensen. Ik heb er altijd spijt van als ik iets uitlok in die richting, want elke keer weer word ik verbijsterd door het venijn. Waarom voelen laag opgeleide witte heren zich makkelijker met mij verbonden dan met laag opgeleide bruine mannen? En op welke manier zou hen een beetje respect voor anderen kunnen worden bijgebracht? Het helpt niet genoeg om gewoon samen te sporten en te kletsen; achter de rug om van buitenlandse of nichterige maatjes blijkt ook daarover een hoop weerzin.
Voor m’n sportvriendjes is het vanzelfsprekend dat zij zelf de norm zijn, en ze voelen zich kennelijk bedreigd in hun cultuurreservaat. Met valse grappen, roddels en giftige praatjes bevestigen ze hun status als ‘echte Nederlanders’ en ‘echte mannen’.
Het zijn schatjes, en het is leerzaam om discriminatie in werking te zien, maar echt begrip heb ik nog niet. Natuurlijk besef ik dat er nog een enorme afstand is tussen zulke misplaatste superioriteitsfantasieën, en onvervalst racisme en genocide. Maar een holocaust komt wel voort uit dezelfde sentimenten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten