dinsdag 30 april 2013

Duff, Once were warriors



Heftig! Denk: onderkant van de samenleving, en dan nog eens een aantal etages dieper. Mensen zonder trots, zonder hoop, zonder kennis en zonder cultuur, dat levert alleen maar geweld en drank en ellende op. Eind van het verhaal had ik medelijden met Jake, de gewelddadige en kinderlijk egocentrische vader. Maar alle figuren hebben een onmogelijk zwaar bestaan, meelijwekkend, dus jammer dan maar tja niemand krijgt hier kansen toegeworpen. Ze moeten het echt helemaal zelf maken, tegen de klippen op. Pfff wat hebben wij het goed, gelukkigen die voortdurend kansen en herkansen krijgen.

donderdag 11 april 2013

Joseph Goldstein, One Dharma



Sinds ik kon lezen tot zo ongeveer m’n twintigste, verslond ik alles wat ik kon vinden over Buddhisme, Taoisme en westerse filosofie. Ik herkende de waarheid in die teksten, maar ik wist niet zo goed wat ermee te doen. Bovendien was ik te druk met andere ontdekkingen, andere ervaringen, en om heel eerlijk te zijn ben ik altijd te lui geweest om te mediteren en te gehecht aan m’n individualiteit.
Het lezen van dit boek was een herhaling, maar dertig jaar later zodat het nieuwe vragen oproept. Wat te denken van intens genieten van natuur? Wat doe je met wreedheid, domme vernieling, onrecht, buiten jezelf? En hoe moeilijk is het niet om je zelf los te laten?
Ik moest voortdurend denken aan Stroke of Insight. Vanuit een biologische logica komt Bolter op dezelfde waarneming uit: alles is een fluide, voortdurend veranderende, eenheid en er is geen begrenzing tussen ik en al.

donderdag 4 april 2013

Afnemende afstand



Vijf maanden geen nieuws, geen politiek, geen actie. Het was heerlijk om te leven zonder krant, radio 1 of google reader. Op de één of andere manier ben ik kennelijk verzadigd, heb ik genoeg buiten gespeeld en m’n hele hebben en houwen geleegd van woede en frustratie. Dag in dag uit eenvoudig genieten van de zon en het gevoel van de bodem onder m’n blote voeten heeft me innig gelukkig en tevreden gemaakt. Maar de herfst treedt in, ik bereid m’n thuisreis voor, en dagelijks neem ik steeds grotere porties nieuws tot me. Privacy-afbraak, Bataafs racisme, oorlog, onrecht, lastenverlichtingsmantra, overregulering… m’n verontwaardigde instincten worden weer wakker en ik voel me alsof ik op een duikplank sta, weldra zal ik er weer kopje-onder in duiken en doodmoe worden van het worstelen in de massa foutigheid. Heb ik dan niks geleerd van een half jaar verrukking? Jawel: negeren is slechts een tijdelijke optie. Het is een beetje als je adem inhouden. Niet meedoen is niet echt leven.

woensdag 27 maart 2013

Bernard Shaw, Plays unpleasant



Iedere keer als ik Shaw lees ben ik verbaasd over de actualiteit van zijn opvattingen, en over de leesbaarheid van z’n negentiende-eeuwse stukken. Het duurt eindeloos voor ik een boek van hem oppak, ik hou sowieso niet van het lezen van toneel en bovendien gaat er aan elk stuk van hem een paginalang politiek pamflet vooraf. Maar als ik dan eindelijk besluit om te lezen, lees ik meestal in één ruk door. De samenleving is inmiddels flink veranderd en het onrecht is anders verdeeld dan in 1890. Maar de waarheid blijft dat in een onrechtvaardige wereld niemand de mogelijkheid heeft om rechtvaardig te leven. Een schoon geweten is alleen te verzekeren door hypocrisie en onwetendheid. Niemand is beter dan een ander.

dinsdag 26 maart 2013

Paul Gallico, The hand of Mary Constable



The place was a kind of cathedral of eating except for the Picasso decor instead of stained glass windows. The waiters trod like acolytes. Every woman there was fresh from the hairdresser; every man just emerged from the attentions of the barber’s shop. If such a thing were possible, Hero thought, here one could be suffocated by luxury.
Gallico doet me een beetje aan Koolhaas denken: de pastel kleuren waarmee hij situaties schetst, de aandacht die hij heeft voor psychologie. Heb het boekje in één ruk gelezen (toegegeven, er was weinig anders te doen).

donderdag 7 maart 2013

Irresponsible regulation



Ik voelde me een tikje opgelaten tijdens m’n avondje babbelen met Christine Parker, professor in rechtenethiek en responsive regulation. Ik heb haar weinig te bieden, had geen concrete vragen op haar onderzoeksgebied, en kwam met nogal anecdotische eigen ervaringen om m’n tekort aan wetenschappelijke kennis te verbergen. Het was wel prettig om een beetje te kletsen over regulering en ik had de indruk dat zij het ook wel aardig vond.
Toen ik vroeg of Australische beleidsontwikkeling inderdaad zo primitief en contraproductief is als het mij schijnt, herhaalde ze een opmerking die ik al tientallen keren gehoord heb: het is hier een ex-convict cultuur. Het volk staat tegenover de overheid, regering en electoraat zijn elkaars tegenpolen. Een aspect van die cultuur is ook, dat niemand z’n verleden met zich mee hoeft te dragen: je wordt beoordeeld op basis van je huidige gedrag. Maar het is ook een bijzonder anti-intellectuele cultuur, waarin evidence based policy, responsive regulation en procedural justice bijna verdacht zijn. Iedereen verwacht van de staat simpele, duidelijke en harde actie, ook al is die verwachting negatief.
We waren het er snel over eens dat één van de kwalijkste fenomenen het gebruik van boetes is om budgetten te vullen. Niemand gelooft dat boetes bedoeld zijn om gedrag te beinvloeden, dus om beleidsdoelen te bereiken. Daardoor worden de boetes, die hier extreem hoog zijn en nogal random worden uitgedeeld, vrijwel nooit als fair beschouwd. Zodat de legitimiteit van de rechtshandhaving per definitie is ondergraven.
We bespraken de legitimiteit van regulering an sich, ongeacht de manier waarop handhaving plaatsvindt. Regulering is per definitie een vorm van vrijheidsbeperking, en als het niet effectief, zinvol, eerlijk of proportioneel is, gaat de democratische rechtsstaat knellen en wringen. Er wordt hier in Australië, in het land van de onafhankelijke crocodile dundees en stoere bushmen, steen en been geklaagd over de nannystate. Bovendien wordt als een feit aangenomen dat politici en ambtenaren corrupt en incapabel zijn. Inderdaad lijkt de lobby van grote bedrijven veel succesvoller dan enige druk vanuit het electoraat. Maar het is wel de vraag of, en hoeveel en hoe effectief, het electoraat überhaupt druk uitoefent.
Christine onderzoekt op dit moment mogelijkheden om consumenten meer politieke machtsmiddelen te geven, met scharreleieren als casus. Woolmart en Coles adverteren met scharreleieren omdat het publiek daar extra voor betaalt, maar de kippen hebben nauwelijks een beter leven dan batterijkippen en het milieu wordt op geen enkele manier gediend. Christine zoekt naar aangrijpingspunten voor regulering eerder in de productieketen van eieren, zodat consumenten uiteindelijk wel bewust verschil kunnen maken. Ze vermoedt dat het ‘m vooral zit in het oligopolie van Woollies en Coles, waardoor kleine boeren en kleine handelaars machteloos staan. Politieke economie dus, naast rechten.
Mijn individuele anecdotische ervaringen bieden hetzelfde beeld: goedwillende Aussies willen niet bij Woollies of Coles winkelen, maar meestal is er geen alternatieve keus. De dorpen hebben IGA, ook een grote keten, en de steden hebben organic markets waar alles vier keer zo duur is.

dinsdag 12 februari 2013

Jonathan Powell, The new Machiavelli; How to wield power in the modern world



Een heerlijk boek voor een politicoloog. Powell geeft een fantastische inkijk in de Blairregering en hij gebruikt Machiavelli op een interessante manier. Vermoedelijk zijn Britten daar gewoon goed in, het vertalen van Shakespeare of andere oude meesters naar hedendaagse relaties. Zoals ze ook bijzonder goed zijn in debatteren, wat Powell verklaart uit hun parlementaire systeem. Ik vond Machiavelli nogal ver-van-m’n-bed maar Powell laat zien dat het wel degelijk bijzonder relevant is. Het belangrijkste literaire minpuntje in het boek is echter ook Machiavelliaans: Powell begint zeker honderd zinnen met ‘A prudent leader would…’ en dat irriteert enorm. Wat ook niet jofel is, is de extreme karikatuur die hij van Gordon Brown schetst. In het begin is het heerlijk gniffelen om de wraakzuchtige roddel, maar op een gegeven moment geloof ik het gewoon niet meer. Als Brown werkelijk zo’n ontzettende hork was, was Blair wel een overdreven onderdanige slappe zak dat hij hem zo totaal niet aankon. De andere kant van de medaille is net iets minder irritant: Powell is een grote fan van Blair en steekt dat niet onder stoelen of banken, maar gelukkig wordt het nog net geen hagiografie.
Interessant vind ik de kleine verschillen tussen het VK en Nederland. Ik kan ons gebrek aan schandalen niet goed verklaren, maar het is wel bijzonder aangenaam om niet voortdurend geteisterd te worden door hysterische seks- of zelfverrijkingsschandalen. Is onze pers zoveel beter? Is onze cultuur zoveel toleranter? Of heeft het iets te maken met het andere verschil: het veel dualistischer parlementaire systeem? Uit het boek krijg ik de indruk dat Britse bewindslieden er vooral last van hebben dat ze lid van het parlement zijn, en het maakt de formatie van een regering een sociaal drama. Het Britse systeem leidt tot cliëntelisme en spoils verdeling, het Nederlandse tot technocratie. Na de beschrijving van Powell kies ik enthousiast voor ons soort platte, stabiele, coalitieregeringen.