zaterdag 16 juli 2011

C.J. Cherryh, The chronicles of Morgaine

Lekker, in geen tijden meer een dikke vette fantasy gelezen. Het is er eentje van Joop, de parapenteschoolhouder uit Greifenburg, en ik ben blij dat ik deze uit z’n voor-de-liefhebber-doos heb gevist. Dom amusement, verslavende onzin, niet eens zo slecht. Het haalt het niet bij Tolkien, niets haalt het bij Tolkien vrees ik, maar het verhaal zit goed in elkaar en de taal is uitstekend. Het is natuurlijk ook gruwelijk simplistisch, zoals iedere fantasy. Ras tegen ras, je ziet meteen aan iemands uiterlijk hoe ie is en wat ie kan. En iedere gemeenschap heeft altijd een koning, of een Raad van Wijze Ouderlingen, en dan toch nog een AllerWijsteOud type. Ydillische dorpjes in het groen met Amish-achtige boerse levenswijzen zijn Goed, en technologisch al te geavanceerde stedelingen hebben het vreselijk Mis.
Maar dat neemt allemaal niet weg dat het lekker lezen is. Hopelijk kan ik het ruilen tegen een sf die ik nog niet ken, of desnoods een Scandinavische detective.

woensdag 6 juli 2011

Stéphane Hessel, Indignez vous!

Heel bijzonder natuurlijk, dat een man van 93 zich druk maakt om de toestand in de wereld en oproept om geen genoegen te nemen met ongelijkheid, onderdrukking, onrecht en obsceen winstbejag. Voor mij was het een nieuwe gedachte, dat het Franse verzet tegen de nazis gebaseerd was op verontwaardiging. Hessel hoopt dat de strijd van toen niet voor niks gestreden is, dat het verzet erfgenamen heeft.
Het geeft hoop, als iemand die helemaal aan het eind van zijn bestaan is, de moeite neemt om de wereld nog te verbeteren. Het sterkste is nog wel dat Hessel alles wat er mis is niet als aanleiding geeft om te wanhopen, maar oproept tot actie vanuit verontwaardiging. Woede! Verzet! Daar is niets hopeloos aan.

zondag 3 juli 2011

Limburgse schuttersfeesten

Mooie dag voor een beetje jeugdsentiment. Al was ik er na deze dag ook wel weer helemaal overheen voor de komende twintig jaar, ik was even vergeten wat eenhttp://www.blogger.com/img/blank.gif hekel ik aan Limburg heb maar nu weet ik het weer. Dat komt eigenlijk niet door het schuttersfeest, dat was gewoon leuk, aandoenlijk, feestelijk, gemoedelijk. Maar de lelijke huizen, de depressie die me beving door de fotoos van Ballen, het dialect dat mij buitensluit, de varkensstallen en legbatterijen.

vrijdag 1 juli 2011

Typisch Nederlands

Mijn waarden en vooral mijn normen zijn heel anders dan die van minister Donner, dan die van Wilders of die van Roemer. En van nog wel zo’n vijftien, zestien miljoen andere Nederlanders. Toch ben ik net zo Nederlands als zij, zijn zij net zo Nederlands als ik. Ons Nederlander-zijn wordt niet bepaald door onze waarden of normen.
Wat weer wel typisch Nederlands is, is dat ik het niet pik dat iemand anders gaat verzinnen aan welke eisen ik zou moeten voldoen om een ‘echte Nederlander’ te mogen zijn. Zijn ze helemaal gek geworden daar in Den Haag? Als een stelletje amateur-filosofen proberen de parlementariërs de checklist van Neerlands glorie vast te stellen. Dan heb ik ook nog wel een duit voor in het zakje, ook weer zo’n typisch Nederlandse gewoonte trouwens.
Typisch Nederlands heeft helemaal niks met waarden te maken, want die zijn of zo universeel dat ze geen relatie hebben met onze nationale identiteit (vrijheid, gelijkheid, broederschap), of zo particulier dat ze nou juist de pluriformiteit van onze samenleving zichtbaar maken (liefde, geld, presteren, geloof… het hangt maar van je opvoeding af welke waarden je belangrijk vindt).
Typisch Nederlands gaat over smaak en stijl. De onbehouwen lompheid die kenmerkend is voor Nederlanders, en ook de duidelijke directheid. Aardappelen en buitenlandse reizen maken. Allergie voor hierarchie, zelfvoldaan, no nonsense en liever praktisch dan esthetisch. Gemoedelijke desinteresse voor andermans gewoonten. Fietsen. Het vingertje van Sire.
Gelukkig ververst en verfrist zo’n nationale identiteit, dankzij die reizen naar het buitenland waar we collectief van leren, dankzij nieuws en kunst en commercials uit andere landen, dankzij immigranten en communicatie via internet. Jee wat ben ik toch blij dat Nederland er niet meer hetzelfde uitziet als vijftig jaar geleden. Spruitjes zijn vervangen door shoarma, we picknicken niet langer en in plaats van naar de mis en oma gaan we op zondag wandelen of naar de film.

Wat zou moeten blijven, een norm die voor sommige ouderwetse Nederlanders nog steeds geldt, is leven en laten leven. Dàt was onze wereldberoemde tolerantie. Als u in een zwart pak in de kerk gaat zitten, prima, laat die Turkse families lekker thee drinken op de boulevard in hun gekke jurken en ik fiets nog een rondje met m’n korte broek en rugzakje. Ieder z’n ding.

woensdag 29 juni 2011

Inbrekers en ander boeventuig

Zelf zet ik m’n voordeur open als het benauwd weer is; vergeet ik regelmatig m’n auto op slot te doen en laat ik m’n huissleutel achter bij klussers zodat ik kan gaan werken. Ik leg niet helemáál m’n portefeuille op het dashboard en m’n laptop in de gang, maar ik neem toch risico’s terwijl ik probeer om me zo min mogelijk druk te maken. De wereld met maximale naïviteit tegemoet treden heeft mij al veertig jaar veel goeds gebracht.
Maar m’n ouders, dat is een ander verhaal. Terwijl ik schade voor mezelf nog wel te behappen vind, en bovendien geloof dat ik me nog redelijk kan weren, moet ik er niet aan denken dat hen iets overkomt. Ze zijn kwetsbaar, en hun leven zou ernstig verpest worden als iemand ze iets aandoet.
Ze wonen nog altijd in mijn geboortehuis, in een ingeslapen dorpje waar de sociale controle de keel dichtknijpt. Toen ik klein was stond de achterdeur altijd open, ook als we een weekend weg waren, zodat vriendjes en kennissen altijd binnen konden. De voordeur was alleen voor deftig bezoek. Het politiebureau was twee straten verderop, de buurman ondernam actie als er iets aan de hand was, m’n weggelopen hond werd altijd teruggebracht.
Inmiddels hebben de meeste huizen in zulke dorpen een alarminstallatie en rijdt er één politiepatrouille door de hele provincie. Bendes oplichters en overvallers struinen het platteland af op zoek naar makkelijke buit. Net als alles en iedereen in de samenleving zijn ze grover en gewelddadiger geworden; je kan maar beter niet thuis zijn als er ingebroken wordt.
Maar moet ik ze dan opsluiten, die ouders van me? Achter sloten en luiken stoppen, met brand- inbraak- en valalarm uitrusten, hen verbieden met vreemden te praten, onbekende mail te openen, gastvrij te zijn? Hoe kan ik gerust gaan slapen, in de wetenschap dat ze redelijk beschermd zijn, en dat ze een sociaal rijk en actief leven leiden? Hoeveel vrijheid zouden ze in moeten leveren voor hun veiligheid?

maandag 27 juni 2011

Schelden

Een man veroorzaakt bijna een ongeluk. Alleen door hard te remmen en me voor een vrachtwagen te storten weet ik een botsing te voorkomen. Hij scheldt me onmiddellijk uit voor kankerwijf. In gedachten scheld ik terug, PVV-er. Ga maar na: een hufter die niet kan fietsen, grof schelden op z’n slachtoffer, pure geestesarmoe.
M’n lesje: schelden raakt wel degelijk, vooral als het zo ongerechtvaardigd is.

zondag 26 juni 2011

Bill Bryson, A short history of nearly everything

Ik ben fan. Ben ik bijna nooit, zelfs Rushdies boeken vind ik niet allemaal even geweldig. Maar dit was echt weer puur genieten, bijna achthonderd pagina’s goed geschreven, bere-interessante, onmisbare verhalen over natuurwetenschappers en hun inzichten. Juist fijn dat er niks nieuws in stond, Bryson plaatst alle feitjes en klepels in een omvattend en begrijpelijk beeld, zodat ik nou eindelijk de betekenis van quantummechanica doorzie en de stellingen van Stephen J. Gould plaats. Sinds ik a short history begon ben ik weer fysicanieuws gaan lezen, en ik sla zowaar de artikelen over de ruimte niet eens meer automatisch over.
Ik zeg het honderden andere fans na: ideale literatuur voor schoolkinderen. Geef ze dit bij natuurkunde, Tom Holland bij klassieke geschiedenis, literatuur van Koolhaas tot Couperus bij maatschapplijleer en Rushdie bij engels, dan krijgen ze er vanzelf wel zin in.