zondag 7 september 2014

Vrijheid van meningsuiting



Normaal gesproken schrijf ik m’n blogs zelf en jat ik geen complete columns uit de krant. Maar soms is er eentje me zo volledig uit het hart gegrepen dat ik ‘m graag nazeg. Vrijheid van meningsuiting was pas weer eens een issue, toen een collega werd gestraft om haar tweet dus om haar mening. En toen ik daar vervolgens geen blogje over durfde te publiceren, uit angst dat mensen me verkeerd zouden begrijpen en ook mij in het nazi-kamp zouden categoriseren. Omdat ik de manier waarop we tegenwoordig over moslims en de islam praten wel heel erg veel lijkt op de manier waarop joden in de jaren dertig werden belasterd en ontmenselijkt.
Ik blijf geloven dat John Stuart Mill gelijk had: het is niet aan de overheid, of aan het recht, om mensen beperkingen op te leggen voor wat betreft hun overtuigingen of hun uitingen. Je hoopt dat mensen zelfdiscipline hebben en elkaar opvoeden met moraal, goede zeden en beargumenteerde tegenspraak. Niet met straf.

donderdag 28 augustus 2014

Bedreigingen

In één journaal van twintig minuten merkt de nieuwslezer drie keer op dat iemand is bedreigd. Om een mening, om een geloof, om activiteiten die normaal zijn in het rechtsverkeer. Kennelijk ben ik de enige die er nog door geschokt word, het wordt tussen neus en lippen vermeld en ik hoor nooit dat de politie met man en macht achter de griezels aanzit die in het wilde weg medeburgers lopen te bedreigen. Met als gevolg dat dit een heel onveilige samenleving wordt, waarin het gevaarlijk is om je maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen, waarin je ernstige risico’s loopt als je je mening uit of gebruik maakt van je rechten.
Dat was vroeger – toen alles uiteraard beter was – toch niet zo? Twintig, dertig jaar geleden hadden er grote koppen op de voorpagina’s gestaan als er iemand bedreigd was. Was er een compleet rechercheteam op onderzoek uitgegaan om de onverlaat op te sporen.
Het internet, natuurlijk. Maar volgens mij is de mogelijkheid van makkelijke, anonieme, berichten en de stemmingmakerij in honderden echokamers niet de enige oorzaak. Er zijn kennelijk een hoop hufters die zich niet weten te beheersen, die overlopen van agressie en sociale onmacht. Die geen boodschap hebben aan samenleving of democratische rechtsstaat, voor wie hun kleine wereld slechts om hun beperkte ikje draait. Dat lijkt me toch een kwestie van opvoeding, niet van media om je kwaadaardige berichten te verspreiden.
Na de jaren vijftig zijn we met z’n allen zo bang geworden voor de spruitjeslucht van ‘hoe het hoort’ en oppassend en zuinig zijn, is non-conformisme zo hip geworden, dat we doorgeslagen zijn naar hyperindividualisme en überconsumentisme. Het zal best wel dat die cultuuromslag gevoed is door economische zekerheid en Amerikaanse popcultuur, maar verdorie hebben ouders en onderwijzers dan geen enkele verantwoordelijkheid meer om hun kroost wat burgerschap bij te brengen? Zijn ze zo onmachtig om goeie mensen van hun kinderen te maken? Mislukte mensen dus. Je zal er maar zo eentje zijn.

woensdag 20 augustus 2014

Ha-Joon Chang, 23 Things They Don't Tell You About Capitalism

Een anti-neoliberalismeboek vol economische redeneringen en argumenten die voor een geïnteresseerde leek makkelijk te volgen zijn. Goed tegenwicht tegen de Ayn Rand-aanhangers met hun amorele vrije marktideologie. De meeste van Changs stellingen worden door sociaal-democraten en sociaal-liberalen al lang onderschreven, maar meestal op basis van ideologische weerzin tegen grote inkomensverschillen en een ‘recht-van-de-sterkste-economie’. Chang laat aan de hand van economische theorie en historische voorbeelden zien dat de economische nachtwakerstaat niet alleen asociaal is, maar vooral ook economische ontwikkeling belemmert. Volgens hem is er een hoop overheidsinterventie nodig voor een gezond kapitalistisch stelsel waarin de welvaart van landen toeneemt. In drieëntwintig hoofdstukjes laat hij zien dat de economische ontwikkeling van landen geremd wordt door deregulering en volledig open markten; dat de relatie tussen persoonlijke inkomens en productiviteit erg dun is; dat goede sociale zekerheid arbeidsmobiliteit en –flexibiliteit bevordert; dat algemeen aanvaarde overtuigingen als dat meer hoger onderwijs beter is voor de economie onbewezen en zelfs niet-plausibele hypothesen zijn; dat slim protectionisme heilzaam is voor economische ontwikkeling.
Een aanrader voor iedereen die belang heeft bij de economie. Iedereen dus.

dinsdag 22 juli 2014

Gaza

Er zijn verschillende manieren om de oorlogsmisdaden die Hamas en Israel plegen te framen: als het uitschakelen van een gevaarlijke vijand, als een conflict om macht, territorium en water of als een etnisch-religieus conflict. Als bombardementen hèt antwoord zijn op een serieuze dreiging, is Israel de underdog die niet met zich laat spotten. Als het om macht en recht gaat, zijn de Palestijnen de underdog die ondanks voortdurende onderdrukking, vernedering en uitbuiting over enorme veerkracht beschikken.
Een etnisch-religieus conflict heeft niks te maken met de waarden van een rechtsstaat, met vrijheid, gelijkheid en broederschap, met rechten die mensen hebben ongeacht hun geloof, huidskleur of geboorteplek. Het roept herinneringen op aan de Holocaust en dat mobiliseert de solidariteit van na-oorlogse democratieën met joden en tegen Arabieren, moslims.
Inwoners van Gaza hebben recht op een menswaardig leven ongeacht of ze Christen, atheist of moslim zijn. Ze zouden in vrijheid hun regering moeten kunnen kiezen, of dat nou conservatieve of communistische of liberale politici zijn. En niemand, geen enkele staat, kan verontschuldigen dat hun huizen, hun scholen en ziekenhuizen en fabrieken en winkels worden platgebombardeerd, dat ongewapende burgers in schuilkelders verbranden, onder tonnen beton verpletterd worden, bij explosies uit elkaar gereten worden.
Maar sukkels die het Palestijnse volk en Palestijnse burgers neerzetten als vrome moslims en als alléén moslims, die impliceren dat mensenrechten alleen zouden gelden voor geloofsgenoten, die lopen het risico om iedere solidariteit vanuit de beschaafde wereld, tegen deze barbarij, te verspelen. De beschaafde wereld rouwt om 297 burgers die helemaal niets te maken hadden met de oorlog waarin ze werden vermoord – de reden dat ze ‘onschuldig’ worden genoemd. De verontwaardiging is niet in de eerste plaats omdat het landgenoten of geloofsgenoten zouden zijn. Het gaat om soortgenoten: mensen zoals wijzelf die geen militaire rol spelen in het conflict waarin ze omkwamen. Het had ieder van ons kunnen overkomen.
De meer dan 400 Palestijnen waren net zo onschuldig: ongewapend, onmachtig. Maar als ze perse als brave moslims en Arabieren moeten worden gezien, dan waren ze dus niet zoals wij.

maandag 21 juli 2014

Onrecht

Terwijl ik naar de film Bloody Sunday kijk denk ik aan Gaza. Als de tv naar het nieuws switcht zie ik mensen die huilen om MH17.

Strategie

Bij de overheid denken veel mensen dat strategie iets te maken zou hebben met de toekomst. Strategen zouden de toekomst moeten voorspellen, of er op z’n minst met een paar raak gekozen scenario’s voor moeten zorgen dat de organisatie op de toekomst is voorbereid. Strategie gaat over de lange termijn, het volgende kabinet, alles behalve het hier en nu.
De verwachtingen waren hooggespannen toen een paar jaar geleden ieder organisatieonderdeel z’n eigen strategie-eenheid kreeg. De teleurstelling is daardoor fors: als strategen de toekomst niet kunnen voorzien zijn ze eigenlijk volstrekt irrelevant.
Dat is jammer, want het idee dat strategie iets te maken zou hebben met toekomstverkennen is volgens mij een suf misverstand. Strategen moeten naar mijn smaak ervoor zorgen dat hun organisatie zich optimaal positioneert, maximaal datgene doet waarvoor het bestaat. En dat terwijl de wereld eromheen voortdurend verandert, voortdurend vraagt om nieuwe interacties. Die dynamiek levert risico’s op – jawel, mogelijke problemen in de toekomst – en een strateeg moet de organisatie helpen om die risico’s te onderkennen en er mee om te gaan. Frontaal in de aanval? Negeren? Meebewegen? Waarin zitten ‘m de gevaren en hoe reageert de omgeving op acties vanuit de organisatie? Dáár moeten scenario’s over gaan, en dat speelt heel dichtbij het hier en nu.
Een strateeg moet dus vooral gevoel hebben voor de context, het speelveld, van een organisatie. Kunnen waarnemen en duiden wat daar gebeurt. En dat kan weer alleen maar als je weet waar en hoe je je organisatie in die context moet plaatsen: wat is het voor type organisatie, hoe verhoudt het zich tot andere organisaties en van welke systemen maakt het onderdeel uit, en vooral: wat is de functie, wat zijn de kerntaken en welke opgave heeft de organisatie en wat zijn de waarden van waaruit mensen er werken? Het bekende ‘waartoe zijn we hier op aarde?’.
De toekomst is ongewis. Maar als publieke organisaties strategisch opereren, is er een goeie kans dat de democratische rechtsstaat blijft functioneren in vrede, vrijheid en welvaart.

zaterdag 19 juli 2014

Roth Radetzkymarsch

Voor het eerst maakte ik mee wat mensen bedoelen die Duits zo’n prachtige taal vinden. Het kostte me duidelijk extra moeite om een boek te lezen in een taal die ik nooit heb leren spreken – ik werd als lastige puber de klas uitgestuurd. Maar passief begrip is goed te doen, en Roth schrijft op de één of andere manier eenvoudig, terwijl het nooit simpel wordt. Niet alleen z’n taalgebruik is eenvoudig, ook z’n verhaal, z’n hoofdfiguren, en z’n thematiek. Door de eenvoud krijgt het een enorme kracht.
Gewone soldaat redt instinctief het leven van de keizer, wordt in de adelstand verheven en wordt daarmee geintroduceerd in de complexe moraal van de elite. Zijn zoon is niet belast met eenzelfde ingewikkelde positie in het leven, die wordt in alles het stereotype van de Habsburgse edelman. De manier waarop hij zíjn zoon opvoedt is daar een uiting van. Zoonlief, de luitenant, heeft te weinig ruggegraat om van drank, gokken en een vrouw af te blijven en als hij eindelijk iets dappers doet is dat vooral een onbezonnen daad die hij met de dood bekoopt. Hoe heldendom verwordt tot erfzonde.
Afgezien van de fijne literaire ervaring vond ik het fascinerend om een beeld te krijgen van de Duits-Habsburgse wereld rond de eeuwwisseling. Ik had nooit beseft hoe ontzetted ver weg die wereld van de mijne is, hoe vreemd en bizar, terwijl je het turend door een kaleidoscoop toch herkent als een voorganger van onze werkelijkheid. De absolute waarde van gehoorzaamheid en conformisme, de strikte scheiding van klassen en rangen en beroepen zodat er bijna een soort kastenstelsel bestaat. We kennen het nu niet meer, maar herkennen het wel en als lezer ben je griezelig goed in staat om te begrijpen hoe het werkt.