Burgerschap impliceert zelfbeschikking, vrijheid, verantwoordelijkheid, eigen keuzes en beslissingen kunnen nemen. Mensen kunnen geen burger zijn zonder dat hun grondrechten en politieke vrijheden worden gewaarborgd.
De laatste jaren zijn onze individuele burgerrechten en vrijheden sterk geërodeerd, in naam van de veiligheid. We worden overal bekeken en beoordeeld, we worden gecensureerd en als we ons niet conformeren aan de normen van de gemeenschap lopen we het risico strafrechtelijk te worden lastiggevallen. Informatie over onszelf wordt vrijelijk uitgedeeld aan bedrijven, overheden en instanties zonder dat ons wordt gevraagd of we ons bekend willen maken aan zulke instanties. We zijn geen burgers meer, maar onderdanen van een betuttelende overheid die éénzijdig bepaalt of ze ons vertrouwt.
De druppel die een definitief einde maakt aan het burgerschap in Nederland is de centrale registratie van onze complete identiteit, en de onmogelijkheid om je daaraan te onttrekken. Ik heb er weinig vertrouwen in dat de overheid ons kan beschermen tegen hackers en identiteitsfraude, of dat er geen fouten gemaakt zullen worden in de persoonsregistratie waardoor mensen slachtoffer worden van Kafkaeske bureaucratische molens. Ik heb ook niet zoveel vertrouwen in AIVD en politie en hun zorg voor de grondrechten van de mensen voor wie universele rechten niet automatisch door iedereen worden erkend. Met de centrale registratie zullen nog meer mensen ten onrechte als verdachte worden aangemerkt, met alle gevolgen van dien.
Een paar jaar geleden kon je er bij registraties nog voor kiezen om informatie over je etnische achtergrond, godsdienst of andere zaken niet te geven. Voor mij betekende burgerschap dat ik niet meehielp met het categoriseren van mensen, dus ik gaf geen gegevens over mezelf waar statistici en risicoanalisten mee aan de haal konden.
Nu is er geen keuze meer. De overheid heeft bepaald dat naam en geboortedatum, adres en sofinummer, vingerafdrukken en uiterlijke kenmerken vrijgegeven moeten worden. Weigeren kan niet, want zonder je te identificeren kan je niet autorijden, naar het buitenland reizen, een bankrekening hebben, aan baan aannemen, stemmen, je verkiesbaar stellen of andere basale activiteiten ondernemen. Geen keuze, geen burgerschap.
In de week dat het kabinet een campagne lanceert om te praten over burgerschap, haalt het parlement de bescherming van burgerrechten en vrijheden definitief onderuit. In machteloze woede verliezen we het laatste restje vertrouwen in democratie en volksvertegenwoordiging.
zondag 14 juni 2009
dinsdag 2 juni 2009
Nationalisme
Alle mensen zijn gelijk maar sommige een beetje meer dan anderen.
De universele verklaring van de rechten van de mens is makkelijk te onderschrijven, natuurlijk heeft iedereen dezelfde mensenrechten. Een mens die in Bihar of Patagonië woont is net zoveel mens als m’n buurvrouw en het kost niets om hun rechten te erkennen.
Maar heb ik ook een zorgplicht voor de hele wereld? Moeten mijn stem, premies en belastingen, waarmee ik bijdraag aan allerlei collectief goeds, ingezet worden om overal te wereld noden te lenigen? Je zou in eerste instantie zeggen van wel, want een Siberisch boertje is mij niet vreemder dan een Zeeuwse tegelzetter. Het zijn allebei mensen, ik zal ze allebei nooit ontmoeten en hun leefstijl, geloofsovertuigingen en taal staan mijlenver van mij af.
Toch werkt het niet, dat universalisme. De spoeling wordt wel erg dun als wij, die paar rijken in de wereld, onze middelen gelijk verdelen over iedereen. Onze overheid heeft ook niks te vertellen over de manier waarop geld besteed wordt buiten de landsgrenzen, en houdt ook geen toezicht op een rechtmatige besteding. Die belastingen en premies worden ook alleen maar geheven binnen de kring van Nederlanders, het komt wat eerlijker over om de zorgen dan ook tot die kring te beperken.
Maar daarmee worden de erkenning van universele mensenrechten en mondiale solidariteit wel erg gratuit. Dat voelt niet lekker, zeker niet voor Nederlanders met ons geheven vingertje. Dus zoeken we naar een manier om de cognitieve dissonantie op te heffen. Dat lukt als we niet alleen strikt onderscheid maken tussen wullie en zullie, door onszelf een gezamenlijke identiteit aan te meten, maar ook als we gaan geloven dat wullie toch net iets meer gelijk zijn dan zullie. Wullie, wij Nederlanders, medeburgers, dat is net een soort grote familie. Wij zijn zo fijn en warm verbonden met elkaar, we hebben jegens elkaar toch een grotere morele zorgplicht dan jegens buitenstaanders, anderen, vreemden. Alle mensen zijn gelijk, maar de persoonlijke ervaring leert dat sommigen toch een beetje meer zijn dan anderen.
De universele verklaring van de rechten van de mens is makkelijk te onderschrijven, natuurlijk heeft iedereen dezelfde mensenrechten. Een mens die in Bihar of Patagonië woont is net zoveel mens als m’n buurvrouw en het kost niets om hun rechten te erkennen.
Maar heb ik ook een zorgplicht voor de hele wereld? Moeten mijn stem, premies en belastingen, waarmee ik bijdraag aan allerlei collectief goeds, ingezet worden om overal te wereld noden te lenigen? Je zou in eerste instantie zeggen van wel, want een Siberisch boertje is mij niet vreemder dan een Zeeuwse tegelzetter. Het zijn allebei mensen, ik zal ze allebei nooit ontmoeten en hun leefstijl, geloofsovertuigingen en taal staan mijlenver van mij af.
Toch werkt het niet, dat universalisme. De spoeling wordt wel erg dun als wij, die paar rijken in de wereld, onze middelen gelijk verdelen over iedereen. Onze overheid heeft ook niks te vertellen over de manier waarop geld besteed wordt buiten de landsgrenzen, en houdt ook geen toezicht op een rechtmatige besteding. Die belastingen en premies worden ook alleen maar geheven binnen de kring van Nederlanders, het komt wat eerlijker over om de zorgen dan ook tot die kring te beperken.
Maar daarmee worden de erkenning van universele mensenrechten en mondiale solidariteit wel erg gratuit. Dat voelt niet lekker, zeker niet voor Nederlanders met ons geheven vingertje. Dus zoeken we naar een manier om de cognitieve dissonantie op te heffen. Dat lukt als we niet alleen strikt onderscheid maken tussen wullie en zullie, door onszelf een gezamenlijke identiteit aan te meten, maar ook als we gaan geloven dat wullie toch net iets meer gelijk zijn dan zullie. Wullie, wij Nederlanders, medeburgers, dat is net een soort grote familie. Wij zijn zo fijn en warm verbonden met elkaar, we hebben jegens elkaar toch een grotere morele zorgplicht dan jegens buitenstaanders, anderen, vreemden. Alle mensen zijn gelijk, maar de persoonlijke ervaring leert dat sommigen toch een beetje meer zijn dan anderen.
donderdag 7 mei 2009
Ambtenaar
Als ambtenaar mag ik wel een eigen mening hebben, en ook uiten. Ik mag alleen tussen negen en vijf niet handelen op basis van mijn mening. De basis voor het werk van een ambtenaar zijn de opvattingen van de minister, van de politiek verantwoordelijke persoon.
Ik kan nog steeds als professional, op basis van mijn expertise, denken en functioneren. De minister wordt het beste ondersteund als ik haar ideeën kritisch tegen het licht hou, aangeef waar naar mijn mening haar redenering mank is of de uitkomsten van haar beleid ongewenst zullen zijn. Maar uiteindelijk geven mijn opvattingen niet de doorslag en moet ik toch gewoon aan het werk: uitvoeren wat de minister me opdraagt. Alleen zo kan de minister verantwoordelijk worden gehouden voor haar beleid, voor al dat werk van al die honderden of duizenden ambtenaren die haar wensen uitvoeren.
Daarom heb ik ook geen arbeidsovereenkomst met een baas, maar ben ik aangesteld door de regering. Zolang ik in functie ben, zijn m’n werkgever en ik geen gelijkwaardige partners die in een contract de ruil van mijn werk voor zijn salaris hebben afgesproken. In plaats daarvan is er een hiërarchische gezagsverhouding waarin ik niet onafhankelijk en vrij ben. Het gaat om de uitvoering van politieke besluiten, en dan kan een ambtenaar niet zelf een politieke rol spelen. Dat is ook wel eens lastig. Je wordt juist ambtenaar omdat je belangstelling hebt voor politiek, voor het ‘algemeen belang’. In je werk ben je voortdurend bezig met politieke onderwerpen. En juist in die functie moet je je onthouden van het zelf bedrijven van politiek.
Daar is een bijzondere arbeidsrechtelijke relatie aan gekoppeld, inclusief vergaande ontslagbescherming. Juist in een politieke omgeving is het van belang dat ambtenaren niet onder druk gezet kunnen worden. De minister betaalt voor ambtelijke loyaliteit de prijs van baanzekerheid.
Ik kan nog steeds als professional, op basis van mijn expertise, denken en functioneren. De minister wordt het beste ondersteund als ik haar ideeën kritisch tegen het licht hou, aangeef waar naar mijn mening haar redenering mank is of de uitkomsten van haar beleid ongewenst zullen zijn. Maar uiteindelijk geven mijn opvattingen niet de doorslag en moet ik toch gewoon aan het werk: uitvoeren wat de minister me opdraagt. Alleen zo kan de minister verantwoordelijk worden gehouden voor haar beleid, voor al dat werk van al die honderden of duizenden ambtenaren die haar wensen uitvoeren.
Daarom heb ik ook geen arbeidsovereenkomst met een baas, maar ben ik aangesteld door de regering. Zolang ik in functie ben, zijn m’n werkgever en ik geen gelijkwaardige partners die in een contract de ruil van mijn werk voor zijn salaris hebben afgesproken. In plaats daarvan is er een hiërarchische gezagsverhouding waarin ik niet onafhankelijk en vrij ben. Het gaat om de uitvoering van politieke besluiten, en dan kan een ambtenaar niet zelf een politieke rol spelen. Dat is ook wel eens lastig. Je wordt juist ambtenaar omdat je belangstelling hebt voor politiek, voor het ‘algemeen belang’. In je werk ben je voortdurend bezig met politieke onderwerpen. En juist in die functie moet je je onthouden van het zelf bedrijven van politiek.
Daar is een bijzondere arbeidsrechtelijke relatie aan gekoppeld, inclusief vergaande ontslagbescherming. Juist in een politieke omgeving is het van belang dat ambtenaren niet onder druk gezet kunnen worden. De minister betaalt voor ambtelijke loyaliteit de prijs van baanzekerheid.
woensdag 22 april 2009
Macht aan het volk
We gaan het allemaal anders doen. We stoppen met de negentiende-eeuwse liberale rechtsstaat. We stoppen met individuele burgerrechten, gelijkheid, rechtvaardigheid. We stoppen met een overheid die moet zorgen voor veiligheid van burgers, voor ordening en voor recht. Dat is allemaal niet doelmatig, daar maakt de bv-Nederland geen winst mee. Vrijheid van meningsuiting was een geinig idee, maar het moet natuurlijk wel aan banden worden gelegd. Je kan niet alles zeggen, of vinden. Je mag niet oproepen tot overtreding van de wet. Je mag niemand kwetsen. Je mag niet discrimineren. Je dient je mening in het Nederlands te uiten en als je grappig probeert te zijn moet je dat er nadrukkelijk bijvertellen zodat iedereen het begrijpt. Misschien kunnen we verplichten om zo’n televisie-lachsalvo aan te zetten?
We maken de afweging tussen individuele rechten en gelijkheid ook maar eens opnieuw. Indidviduele rechten gelden alleen en voor zover ze niet strijdig zijn met de gelijkheid. Iedereen moet gelijk zijn aan de meerderheid. Je moet eruit zien als de meerderheid, je gedragen als de meerderheid, dezelfde smaak hebben als de meerderheid. Gelijkheid is een groot goed en wij Nederlanders zijn erg trots op onze ruimdenkendheid, dus je mag geen zwarten gehandicapten homo’s of reli’s discrimineren. Marokkanen, behoofddoekte dames, dierenactivisten en voetbalsupporters moeten zich voegen naar onze wet, de wet van de meerderheid. Dat is democratie. Ik hoor bij de meerderheid, kijk maar ik ben wit en hoog opgeleid en links dus ik vertegenwoordig de Nederlanders, dus wat ik vind is waar. Zo waar, dat die anderen hun bek moeten houden, moeten stoppen met hun rare opvattingen over vrouwen en geweld en de manier waarop je je kinderen opvoedt. Vrouwen bijvoorbeeld, die vinden we hier in Nederland absoluut en volledig gelijkwaardig aan mannen. Beter zelfs! Gelukkig hoeven we daar in de praktijk niks mee te doen, als je principes maar correct zijn.
De overheid, dat vooral gaan we anders doen. Voor je veiligheid moet je zelf maar zorgen, en als je wil weten of bedrijven je iets aansmeren dan betaal je je lidmaatschap van de Consumentenbond maar. De overheid is niet langer een politieagent maar een dokter. Wie niet mee wil doen, of niet kan, die moet worden genezen van z’n onmacht. De sneuerds zitten vaak nog in de ontkenningsfase, maar gelukkig zet de overheid alle middelen in om zo vroegtijdig mogelijk in te grijpen en ellende te voorkomen. Als een niet-witte buitenlandse vrouw zwanger is, dan beginnen we vast met bijles van ouders en kind: vader moet ’s nachts de straat op om vandalen tegen te houden, moeder moet het kind liefdevol en met veel aandacht normen en waarden bijbrengen, en voor het kind hebben we tijdig les in taal en zelfredzaamheid. Witte ouders vergeten we niet, maar die vallen in een heel andere risicogroep. Die leggen we een vragenlijst voor over hun drinkgewoontes, jeugdtrauma’s en kwalen zodat we na een gedegen analyse weten wie z’n kind zal slaan, wie het teveel zal pushen om op vioolles te gaan en wie het teveel patat zal voeren.
Mooi toch, On liberty bij het vuilnis en Brave new world als nieuwe handleiding. Zo loodst papa staat ons veilig door kredietstorm en Bin Ladenterreur. Wat een heerlijk zacht bedje!
We maken de afweging tussen individuele rechten en gelijkheid ook maar eens opnieuw. Indidviduele rechten gelden alleen en voor zover ze niet strijdig zijn met de gelijkheid. Iedereen moet gelijk zijn aan de meerderheid. Je moet eruit zien als de meerderheid, je gedragen als de meerderheid, dezelfde smaak hebben als de meerderheid. Gelijkheid is een groot goed en wij Nederlanders zijn erg trots op onze ruimdenkendheid, dus je mag geen zwarten gehandicapten homo’s of reli’s discrimineren. Marokkanen, behoofddoekte dames, dierenactivisten en voetbalsupporters moeten zich voegen naar onze wet, de wet van de meerderheid. Dat is democratie. Ik hoor bij de meerderheid, kijk maar ik ben wit en hoog opgeleid en links dus ik vertegenwoordig de Nederlanders, dus wat ik vind is waar. Zo waar, dat die anderen hun bek moeten houden, moeten stoppen met hun rare opvattingen over vrouwen en geweld en de manier waarop je je kinderen opvoedt. Vrouwen bijvoorbeeld, die vinden we hier in Nederland absoluut en volledig gelijkwaardig aan mannen. Beter zelfs! Gelukkig hoeven we daar in de praktijk niks mee te doen, als je principes maar correct zijn.
De overheid, dat vooral gaan we anders doen. Voor je veiligheid moet je zelf maar zorgen, en als je wil weten of bedrijven je iets aansmeren dan betaal je je lidmaatschap van de Consumentenbond maar. De overheid is niet langer een politieagent maar een dokter. Wie niet mee wil doen, of niet kan, die moet worden genezen van z’n onmacht. De sneuerds zitten vaak nog in de ontkenningsfase, maar gelukkig zet de overheid alle middelen in om zo vroegtijdig mogelijk in te grijpen en ellende te voorkomen. Als een niet-witte buitenlandse vrouw zwanger is, dan beginnen we vast met bijles van ouders en kind: vader moet ’s nachts de straat op om vandalen tegen te houden, moeder moet het kind liefdevol en met veel aandacht normen en waarden bijbrengen, en voor het kind hebben we tijdig les in taal en zelfredzaamheid. Witte ouders vergeten we niet, maar die vallen in een heel andere risicogroep. Die leggen we een vragenlijst voor over hun drinkgewoontes, jeugdtrauma’s en kwalen zodat we na een gedegen analyse weten wie z’n kind zal slaan, wie het teveel zal pushen om op vioolles te gaan en wie het teveel patat zal voeren.
Mooi toch, On liberty bij het vuilnis en Brave new world als nieuwe handleiding. Zo loodst papa staat ons veilig door kredietstorm en Bin Ladenterreur. Wat een heerlijk zacht bedje!
donderdag 2 april 2009
Leviathan
Ook al ben ik niet zo’n bangerik, er zijn toch een hoop gevaren om rekening mee te houden. Het is misschien wel het belangrijkste wat je leert bij het opgroeien: vuur doet pijn en als je te hoog in de boom klimt val je ook diep. Niet met vreemde mensen meegaan, grote honden niet vrolijk aan hun oren trekken, je fiets op slot zetten en je spaargeld naar een nette bank brengen.
Nu ben ik volwassen en ik kan het allemaal. Ik doe m’n riem om in de auto, ik eet geen kankerverwekkende patat, koop geen buitendijks huis en ik begin niet te schelden tegen een groepje brommerjochies die me uit m’n slaap houden. En dan is er natuurlijk nog de overheid. De overheid, die er primair is voor de veiligheid, voor het beschermen van individuele burgers tegen gevaren die we niet individueel de baas kunnen. Hobbes legde al uit waarom er een overheid is: om ons te beschermen tegen collectieve gevaren.
Tot mijn schrik zie ik echter dat de overheid inmiddels het grootste gevaar ìs. Terwijl wij, burgers, onze veiligheid aan de overheid hebben toevertrouwd: bescherm ons tegen overstroming en hongersnood, tegen vijandelijke buurlanden en tegen oplichters en fraudeurs. Maak recht wat krom is, herstel de orde, bestraf criminelen en organiseer het maatschappelijk verkeer zodat we elkaar niet tot last zijn.
Vooral dat laatste, dat organiseren van de samenleving, gebeurt met regels, ge- en verboden, voorwaarden en eisen. Die allemaal gehandhaafd worden met aanwijzingen en sancties. Om te voorkomen dat we elkaar doodrijden moet iedereen rechts houden en wie dat niet doet krijgt een boete.
Nou is het bij de overheid mode om te proberen te voorkómen dat er sancties opgelegd moeten worden. Het is natuurlijk veel doelmatiger als mensen zich ‘uit zichzelf’ aan de regels houden. De overheid gaat dus ‘slim’ regelen, en dat doet ze door te onderzoeken welke burgers zich waarschijnlijk niet aan de regels zullen gaan houden. En die burgers, de risicogroepen, die worden bestookt met ‘preventief beleid’.
Het is veel makkelijker om burgers in categorieën in te delen, dan om beleid te maken dat de gewenste uitkomsten heeft zonder van burgers aanpassing aan de overheid te vragen. Makkelijker, en goedkoper, is het om alle informatie die je over burgers hebt op een rijtje te zetten en dan als een ware homeopaat de symptomen van deviant gedrag te bepalen. Kerkse christenen slaan hun dochters, kinderen van gescheiden ouders doen aan winkeldiefstal, rokers claimen hoge ziektekosten.
Iedereen die niet in het ideaalbeeld past van de oplettende, brave, Nederlands sprekende, opgeleide, zelfredzame, verantwoordelijke, middenpartij-kiezende, gezond etende en vooral gematigde, burger past, wordt onderwerp van preventief overheidsbeleid. De overheid wil al die devianten er toch toe bewegen zich te conformeren aan datgene wat gedefinieerd is als ‘de samenleving’. Iedereen die niet bij de groep ideale burgers past, hoort eigenlijk ook niet echt bij de samenleving. Hij/zij moet er bij gaan horen, of je wil of niet. De overheid definieert de samenleving, definieert de burger, en definieert integratie: wat moet je doen en hoe moet je zijn om erbij te horen? Dat is het grootst denkbare gevaar, de grootste aantasting van de veiligheid van individuele burgers: onze individuele vrijheid, onze eigen identiteit, wordt ons ontzegd.
Nu ben ik volwassen en ik kan het allemaal. Ik doe m’n riem om in de auto, ik eet geen kankerverwekkende patat, koop geen buitendijks huis en ik begin niet te schelden tegen een groepje brommerjochies die me uit m’n slaap houden. En dan is er natuurlijk nog de overheid. De overheid, die er primair is voor de veiligheid, voor het beschermen van individuele burgers tegen gevaren die we niet individueel de baas kunnen. Hobbes legde al uit waarom er een overheid is: om ons te beschermen tegen collectieve gevaren.
Tot mijn schrik zie ik echter dat de overheid inmiddels het grootste gevaar ìs. Terwijl wij, burgers, onze veiligheid aan de overheid hebben toevertrouwd: bescherm ons tegen overstroming en hongersnood, tegen vijandelijke buurlanden en tegen oplichters en fraudeurs. Maak recht wat krom is, herstel de orde, bestraf criminelen en organiseer het maatschappelijk verkeer zodat we elkaar niet tot last zijn.
Vooral dat laatste, dat organiseren van de samenleving, gebeurt met regels, ge- en verboden, voorwaarden en eisen. Die allemaal gehandhaafd worden met aanwijzingen en sancties. Om te voorkomen dat we elkaar doodrijden moet iedereen rechts houden en wie dat niet doet krijgt een boete.
Nou is het bij de overheid mode om te proberen te voorkómen dat er sancties opgelegd moeten worden. Het is natuurlijk veel doelmatiger als mensen zich ‘uit zichzelf’ aan de regels houden. De overheid gaat dus ‘slim’ regelen, en dat doet ze door te onderzoeken welke burgers zich waarschijnlijk niet aan de regels zullen gaan houden. En die burgers, de risicogroepen, die worden bestookt met ‘preventief beleid’.
Het is veel makkelijker om burgers in categorieën in te delen, dan om beleid te maken dat de gewenste uitkomsten heeft zonder van burgers aanpassing aan de overheid te vragen. Makkelijker, en goedkoper, is het om alle informatie die je over burgers hebt op een rijtje te zetten en dan als een ware homeopaat de symptomen van deviant gedrag te bepalen. Kerkse christenen slaan hun dochters, kinderen van gescheiden ouders doen aan winkeldiefstal, rokers claimen hoge ziektekosten.
Iedereen die niet in het ideaalbeeld past van de oplettende, brave, Nederlands sprekende, opgeleide, zelfredzame, verantwoordelijke, middenpartij-kiezende, gezond etende en vooral gematigde, burger past, wordt onderwerp van preventief overheidsbeleid. De overheid wil al die devianten er toch toe bewegen zich te conformeren aan datgene wat gedefinieerd is als ‘de samenleving’. Iedereen die niet bij de groep ideale burgers past, hoort eigenlijk ook niet echt bij de samenleving. Hij/zij moet er bij gaan horen, of je wil of niet. De overheid definieert de samenleving, definieert de burger, en definieert integratie: wat moet je doen en hoe moet je zijn om erbij te horen? Dat is het grootst denkbare gevaar, de grootste aantasting van de veiligheid van individuele burgers: onze individuele vrijheid, onze eigen identiteit, wordt ons ontzegd.
maandag 30 maart 2009
Italië
Berlusconi is geen Mussolini en 21e eeuws fascisme is geen jaren-dertig-nazisme. We hoeven denk ik niet direct bang te zijn voor grootscheepse oorlog en genocide. Zelfs basale mensenrechten zullen niet meteen op grote schaal grof geschonden worden, zelfs niet alleen in Italië.
Maar het gebrek aan verontrusting in Europa, terwijl Berlusconi de democratie perverteert tot een populistisch spelletje en de rechtsstaat ondermijnt, dat gebrek aan zorg is gevaarlijke struisvogelpolitiek. Gevaarlijk, omdat onrecht in een land dat lid is van de Europese Unie, ons wel degelijk raakt. Moreel, het doet de mensheid en individuele mensen geen goed als er mensen zijn die kwaad aanrichten. En ook de legitimiteit van Europa, van het internationaal recht en van het principe van een democratische rechtsstaat lijdt schade.
Vrouwe Justitia is geblinddoekt; recht is pas recht als het zonder aanziens des persoons geldt. Sommige dieren zijn niet een beetje meer gelijk dan andere. Een samenleving waarin recht alleen voor bepaalde groepen geldt, is een onrechtvaardige samenleving. Italië en de Italianen maken deel uit van onze samenleving, van dat deel van de samenleving met de pretentie beschaafd en vreedzaam, rechtvaardig en modern te zijn. De winst van Berlusconi is verlies voor ons allemaal.
Maar het gebrek aan verontrusting in Europa, terwijl Berlusconi de democratie perverteert tot een populistisch spelletje en de rechtsstaat ondermijnt, dat gebrek aan zorg is gevaarlijke struisvogelpolitiek. Gevaarlijk, omdat onrecht in een land dat lid is van de Europese Unie, ons wel degelijk raakt. Moreel, het doet de mensheid en individuele mensen geen goed als er mensen zijn die kwaad aanrichten. En ook de legitimiteit van Europa, van het internationaal recht en van het principe van een democratische rechtsstaat lijdt schade.
Vrouwe Justitia is geblinddoekt; recht is pas recht als het zonder aanziens des persoons geldt. Sommige dieren zijn niet een beetje meer gelijk dan andere. Een samenleving waarin recht alleen voor bepaalde groepen geldt, is een onrechtvaardige samenleving. Italië en de Italianen maken deel uit van onze samenleving, van dat deel van de samenleving met de pretentie beschaafd en vreedzaam, rechtvaardig en modern te zijn. De winst van Berlusconi is verlies voor ons allemaal.
donderdag 12 maart 2009
Betere overheid
Hoe slecht is de overheid? Hoe fout is Den Haag? In een race om de negatiefste te zijn buitelen we over onszelf heen. Ambtenaren hebben een lage dunk van de politiek, politici vinden ambtenaren verkeerd, overheid en volk staan als erfvijanden tegenover elkaar. En we zijn ook vooral zelf heel slecht. We werken ondoelmatig, bureaucratisch, zitten in een ivoren toren en veroorzaken bizarre administratieve lasten. Hef ons op, daar zou de wereld een stuk beter van worden. En ja hoor, alweer is er een indrukwekkend programma om de rijksdienst te vernieuwen en te verbeteren want het is allemaal maar niks.
Al tientallen jaren draaien we in hetzelfde kringetje rond. Een commissie, programma of verander-SG moet de verkokering bestrijden, de overheid dienstbaarder maken en aangezien dat enorme doelmatigheidswinsten op gaat leveren ook meteen maar even flink bezuinigen. Zodra de verbeteringsacties in gang worden gezet, gooien de ambtenaren heel terecht hun kont tegen de krib. Hun baan wordt bedreigd, hun inzet wordt niet erkend, ze moeten ineens weer alles anders doen terwijl ze het juist zo gedreven deden, en bovendien is het vooral de politiek die de oorzaak is van het falen en van de bovenmatige beleidsproductie. Uiteindelijk blijkt het hele systeem toch te weerbarstig voor structurele veranderingen en bezuinigen lukt ook maar matig en iedereen hapt even naar adem tot de nieuwe verkiezingen en de stoere belofte van alle partijen om nou eindelijk die vermaledijde overheid eens aan te pakken.
Volgens mij is de overheid zo slecht helemaal niet. Ik denk dat ieder systeem z’n knelpunten, ongewenste neveneffecten en nadelen heeft en die probeer je dan zo goed mogelijk te compenseren. Bovendien verandert de wereld om ons heen voortdurend, dus moeten wij ons ook voortdurend aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Ik ben helemaal niet tegen verbetering en vernieuwing. Maar het systeem dat we hebben werkt grosso modo uitstekend. Politieke articulatie via algemene verkiezingen van een vertegenwoordigend parlement; uitvoering van de in het parlement geformuleerde volkswil door een Weberiaans ambtelijk apparaat. Dat ambtelijk apparaat met z’n deskundige, specialistische neutrale functionarissen is zo georganiseerd dat ministers hun verantwoordelijkheid waar kunnen maken, dat er gestreefd wordt naar effectief beleid en dat er optimale communicatie tussen overheid en samenleving is. Jazeker, daar is nog een hoop te verbeteren. Zo geweldig is de communicatie niet, zo effectief is het beleid niet en het kost altijd weer meer dan belastingbetalers zouden willen. Verbeteringen zijn nodig en dat doen we door goed personeelsbeleid, sleutelen aan procedures, af en toe eens een nieuwe functie instellen of een afdeling opheffen.
Structurele wijzigingen zijn kostbaar en onnodig. Laten we er eens mee stoppen om doelmatiger werken te forceren door meer werk van minder mensen te vragen. Om samenwerking te forceren door organisaties formeel samen te voegen. De beste stimulansen van de afgelopen jaren kwamen volkomen oncontroleerbaar van buiten op ons af: email en hippe lunchrooms.
Al tientallen jaren draaien we in hetzelfde kringetje rond. Een commissie, programma of verander-SG moet de verkokering bestrijden, de overheid dienstbaarder maken en aangezien dat enorme doelmatigheidswinsten op gaat leveren ook meteen maar even flink bezuinigen. Zodra de verbeteringsacties in gang worden gezet, gooien de ambtenaren heel terecht hun kont tegen de krib. Hun baan wordt bedreigd, hun inzet wordt niet erkend, ze moeten ineens weer alles anders doen terwijl ze het juist zo gedreven deden, en bovendien is het vooral de politiek die de oorzaak is van het falen en van de bovenmatige beleidsproductie. Uiteindelijk blijkt het hele systeem toch te weerbarstig voor structurele veranderingen en bezuinigen lukt ook maar matig en iedereen hapt even naar adem tot de nieuwe verkiezingen en de stoere belofte van alle partijen om nou eindelijk die vermaledijde overheid eens aan te pakken.
Volgens mij is de overheid zo slecht helemaal niet. Ik denk dat ieder systeem z’n knelpunten, ongewenste neveneffecten en nadelen heeft en die probeer je dan zo goed mogelijk te compenseren. Bovendien verandert de wereld om ons heen voortdurend, dus moeten wij ons ook voortdurend aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Ik ben helemaal niet tegen verbetering en vernieuwing. Maar het systeem dat we hebben werkt grosso modo uitstekend. Politieke articulatie via algemene verkiezingen van een vertegenwoordigend parlement; uitvoering van de in het parlement geformuleerde volkswil door een Weberiaans ambtelijk apparaat. Dat ambtelijk apparaat met z’n deskundige, specialistische neutrale functionarissen is zo georganiseerd dat ministers hun verantwoordelijkheid waar kunnen maken, dat er gestreefd wordt naar effectief beleid en dat er optimale communicatie tussen overheid en samenleving is. Jazeker, daar is nog een hoop te verbeteren. Zo geweldig is de communicatie niet, zo effectief is het beleid niet en het kost altijd weer meer dan belastingbetalers zouden willen. Verbeteringen zijn nodig en dat doen we door goed personeelsbeleid, sleutelen aan procedures, af en toe eens een nieuwe functie instellen of een afdeling opheffen.
Structurele wijzigingen zijn kostbaar en onnodig. Laten we er eens mee stoppen om doelmatiger werken te forceren door meer werk van minder mensen te vragen. Om samenwerking te forceren door organisaties formeel samen te voegen. De beste stimulansen van de afgelopen jaren kwamen volkomen oncontroleerbaar van buiten op ons af: email en hippe lunchrooms.
Abonneren op:
Posts (Atom)