zaterdag 25 september 2021

Autoriteiten zijn niet te vertrouwen

Zijn overheid en wetenschap te vertrouwen? Nee natuurlijk, daarom hebben we allerlei instituten, procedures en mechanismen om er voor te zorgen dat de kans zo groot mogelijk wordt dat politici, ambtenaren, rechters, journalisten, onderzoekers het goede doen. En als iemand fouten maakt, willens en wetens of per ongeluk, die fouten ontdekt worden en hersteld. De procedures en mechanismen werken in de wetenschap iets anders dan voor de overheid, omdat het in de wetenschap primair gaat om de vraag of conclusies op basis van onderzoek correct, eerlijk en logisch zijn terwijl het er voor de overheid om gaat of macht op een eerlijke manier wordt aangewend en machthebbers zich voldoende verantwoorden. Maar echt heel groot zijn de verschillen nou ook weer niet. Natuurlijk zijn er personen in de wetenschap te vinden die niet kundig zijn of die liegen, in de hoop roem en financiering te krijgen. Natuurljik zijn er corrupte politici die hun macht vooral voor zichzelf gebruiken. Juist daarom bestaat er peer review in de wetenschap, houden wetenschappers conferenties waarin ze elkaar kritisch bevragen, moeten onderzoekers laten zien hoe ze aan hun bevindingen en conclusies komen en moet onderzoek reproduceerbaar zijn. Juist daarom is een democratische overheid helemaal volgetimmerd met allerlei vormen van checks & balances, verantwoording en transparantie. Van vrije en diverse media tot onafhankelijke rechtspraak, van rekenkamers tot de vertrouwensregel (de regel dat een kabinet op moet stappen als een parlementaire meerderheid er geen vertrouwen in heeft), van ambtelijke hierarchie en onpartijdige toezichthouders tot ambtelijk vakmanschap en klokkeluidersregelingen, van regelmatige verkiezingen tot het gelijkheidsbeginsel en gegarandeerde grondrechten.

Naast al die checks and balances en procedures en mechanismen, naast instituties en instituten die tegenmacht en toezicht leveren, helpt goed onderwijs. Mensen leren kritisch en logisch te denken en vooral taal te hanteren als we aan de ene kant kennis en vaardigheden opdoen en aan de andere kant leren dat niets en niemand onfeilbaar is. Dankzij goed onderwijs kunnen we beweringen en informatie duiden, kunnen we begrijpen waarom iets wel of niet plausibel is, zien we in dat waarden, perspectieven en belangen een rol kunnen spelen bij de selectie en presentatie van informatie. Goed onderwijs leidt tot mensen die enerzijds open staan voor nieuwe informatie, zich anderzijds bewust zijn van hun eigen en andermans belangen en waarden. Waarom zegt iemand iets, waarom doet iemand iets?

En dan is er natuurlijk altijd nog de eigen ervaring. Je zal veel meer vertrouwen hebben in wetenschap en technologie als je net een goeie medische behandeling hebt gehad voor een akelige kwaal, of als je zojuist veilig door een vliegtuig naar huis bent gebracht over een ronde aardbol met zwaartekracht. Je zal mogelijk alle vertrouwen in de overheid verliezen als je je onrechtvaardig behandeld weet, als je onbegrijpelijke brieven krijgt of onvriendelijke functionarissen meemaakt. Hoe meer bureaucratie, hoe meer regels en voorschriften er zijn, hoe lastiger het wordt om je aan de regels te houden en dus hoe stompzinniger je die regels vindt. Zeker als je er alleen maar persoonlijk nadeel van ondervindt.

Niets en niemand is zomaar, of blind, te vertrouwen. Daarom zijn in de loop van decennia, van eeuwen zelfs, ingewikkelde systemen opgebouwd waarmee we de kans op misbruik, corruptie en leugens zo klein mogelijk maken. Die systemen falen af en toe – juist het afgelopen jaar van toeslagenaffaire, Groninger gasschade en politici met dédain voor recht zie ik de zaken ook flink zwarter dan voorheen. Aan de andere kant zijn we collectief op de hoogte van leugens en fouten juist omdat media, politiek en rechtspraak juist wel werken. Als dan nog de overgrote meerderheid van je medeburgers anders stemmen dan jijzelf (wat zonder uitzondering, altijd het geval is in ons proportionele bestel) dan zal je moeten accepteren dat jouw mening en jouw voorkeur kennelijk een minderheidsmening is. Iedere burger in Nederland moet onder ogen zien dat de meerderheid er anders over denkt. Daar heb je dat goeie onderwijs voor nodig. En een soort psychologische integriteit, vertrouwen in zowel jezelf als in je medemensen. De meeste mensen hebben geen kwaad in de zin, de meeste mensen kennen vergelijkbare twijfels als jijzelf, voor de meeste mensen is het ontzettend lastig om te aanvaarden dat niet iedereen het met mij eens is. Juist dáárom zijn democratie en gelijkheid zo’n geniaal idee.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten