Er woont een klein schattig muisje in mijn tuinhok. Dat
vermoedde ik al, want er waren een paar plastic tassen tot hele kleine
snippertjes gescheurd. Vanmiddag liep ie door het gat onderin de deur naar
buiten, snuffelde wat, knabbelde wat, maakte een paar sprongen en schoot terug
onder de deur. En nog een keer, en een derde keer. Ik zou niet weten wat het
beestje naar buiten dreef. Het was in elk geval zo aandoenlijk dat ik wist dat
ik het met geen mogelijkheid zou kunnen bestrijden. Ik weet ook niet of dat
echt nodig is, zou zo’n klein muisje schade aanrichten? Of z’n familie?
zondag 28 juni 2015
zondag 14 juni 2015
dinsdag 9 juni 2015
Dateleed
Een vriendje introduceert me wel eens als ‘een vrouw zonder
angst en zonder schaamte’. Dat is schromelijk overdreven: ik ben een grote
bangeschijtert. Maar ik snap wel hoe hij aan het idee komt dat ik me nergens
voor schaam. Ik was echt vergeten hoe het door-de-grond-zak-gevoel ook alweer
was. Dat het zweet je letterlijk uitbreekt en je de rest van de avond alleen
nog maar kan denken aan je stommiteit. Onder een
steen willen kruipen.
woensdag 20 mei 2015
Twijfels
Als puber was ik niet zozeer op zoek naar m’n identiteit,
maar vooral naar de principes die voor mij heilig zouden zijn. Uiteraard gaat
dat ook over identiteit, maar meer nog gaat het over simpele handvatten, morele
richtsnoeren, die als vanzelf zouden leiden tot heldendom of heiligheid. Indien
noodzakelijk natuurlijk, liever blijven we gewoon mens en laten we moed of
opoffering zo lang mogelijk voor wat het is.
Helaas, het lukte niet om m’n hoogstpersoonlijke handleidingkje
voor een goed leven samen te stellen, erger nog ik ontdekte dat dat nou juist
principieel niet kan. De waarden die we hoog hebben, en waar we geen onderlinge
rangorde voor kunnen aangeven, zijn vaak bijna synoniem maar soms botsen ze
hevig. Ze zijn in ieder geval niet tegen elkaar af te wegen. Dat geldt zowel
voor individuen, op psychologisch niveau, als voor de maatschappij op politiek
niveau. Neem vrijheid en veiligheid, die impliceren elkaar en sluiten elkaar
uit. Zonder veiligheid is er duidelijk geen vrijheid en ook andersom:
onvrijheid is niet veilig. Hoe vrij kan je zijn als je je uit angst moet
opsluiten achter muren en sloten? Hoe veilig zal je je voelen als een baas je
op elk willekeurig moment geweld aan kan doen?
We sluiten bondgenootschappen, we offeren een deel van onze
vrijheid op, om meer veiligheid te krijgen. ‘Bond’ is gewoon binding, beloftes
en regels zijn prettige vormen van onvrijheid.
Sowieso het leven in een maatschappij, samenleven met
anderen, doet per definitie afbreuk aan ieders vrijheid en het brengt
veilgheidsrisico’s met zich mee. Maar als de sociale dieren die we zijn zouden
we niet erg vrij of veilig zijn als we kluizenaars werden.
Ik lees graag Graham Greene, en ik zie graag films als
Doubt, die over zulke dilemma’s op het persoonlijke vlak gaan, in de taal van
de katholieke geloofsleer. Het is hoogmoed om een ander te be- en veroordelen,
maar als je verantwoordelijk bent voor de bescherming van een ander ontkom je
niet aan het oordelen over mensen. Liefde en compassie zijn absolute deugden,
maar de meeste liefde voor een persoon sluit anderen uit, maakt afhankelijk of
eenzaam en kan leiden tot jaloezie en frustratie. Iemand liefhebben kan hoogst
onrechtvaardig zijn.
Was ik maar weer een puber, verontwaardigd over onrecht en
domheid. Dan kon ik overtuigd van mijn gelijk de wereld gaan verbeteren.
dinsdag 19 mei 2015
Werk
Ik ben een wandelende scheurkalender. Ik blog en tweet en
mail en yammer grote hoeveelheden food for thought. Dat levert gedachten op.
Dat is niet zo spectaculair, misschien net zo irrelevant als tegeltjeswijsheden
en scheurkalenderzinnetjes. Maar ach, gedachten vormen wel de grondstof en het
product van ambtenaren. Als ik daar voedsel aan kan geven ben ik best tevreden.
zaterdag 9 mei 2015
Nepal en Jemen
Ooit heb ik m’n hart verpand aan Nepal, en aan Jemen. Nepal
was de mooiste naam voor een land die ik ooit had gehoord. Het bleek ook nog
eens een mooi land met lieve mensen die in een soort voor-middeleeuwse armoede
leefden. Schitterende bergen, schitterende tempels, idyllische dorpjes.
Tientallen etniciteiten, duizenden goden en rituelen. Er was veel onrecht en
uitbuiting, ik heb er mensen gesproken die in slavernij waren geboren, verkocht
werden, en in slavernij stierven. De hindoes in de Kathmanduvallei
discrimineerden de buddhistische en shamanistische boertjes.
Vluchtelingenkampen in het oosten, Tibetanen die werden gearresteerd of zelfs
vermoord. Meisjes liepen grote risico’s, om als Kumari te dienen en na afloop,
nadat ze begonnen te menstrueren, onaanraakbaar te worden. Of om aan de
bordelen van Bombay te worden verkocht. Het was ongehoord zwaar, maar toch
wekten de mensen niet de indruk dat ze kapot waren.
Nu weet ik het niet. Zoveel huizen en akkertjes kapot,
zoveel mensen die toch al niet veel hadden die moeten zien te overleven als
beesten, zonder beschutting, zonder kleding, zonder eten.
Jemen was het land met de allermooiste steden en dorpen die
je in een mooi geillustreerd sprookjesboek zou verwachten. Trotse mannen,
vrolijke vrouwen die in een soort wilde-westen-primitiviteit en armoede
leefden. Waanzinnig mooie landschappen van kale rotsen in alle kleuren van de
regenboog. Tientallen stammen, verschillende nogal exotische islamitische
stromingen en nog overal de symbolen van een verdwenen joodse gemeenschap.
Jemen was behalve deels door de Turken nooit gekoloniseerd geweest en dat
leverde een open, gastvrije sfeer op – ondanks de gijzelingen die het
gebruikelijke drukmiddel waren om iets van de regering in Sana’a gedaan te
krijgen. Alle mannen in Noord-Jemen hadden behalve hun djambia, het kromme mes
in hun riemen, een kalasjnikov en soms zelfs een pistool. Het leverde een hoop
schotwonden op. ’s Middags kauwde de halve bevolking qat, niet alleen een licht
opwekkend middel maar ook een sociaal en politiek gebruik dat overleg en
onderhandeling makkelijk maakte. Het bestaan was er hard, vooral voor vrouwen,
die al het zware werk deden. Mensen hadden geld doordat een familielid in
Saoedi-Arabië werkten. Van de wereld wist niemand iets, behalve dat er in
Nederland water in overvloed was en dat Saddam Hussein een krachtig leider was,
voorbeeld voor ieder stamhoofd.
Ik besef dat er dagelijks bommen ontploffen, dat de machtige
eeuwenoude vestinghuizen (“de hoogste woongebouwen ter wereld” wisten de meeste
Jemenieten) tot stof en puin worden vernietigd, dat er mensen uit elkaar worden
gereten of levend verbranden.
Op de achtergrond de Syrische vluchtelingenkampen, de
Griekse werkloosheid, de Mexicaanse angst. En nog tientallen, honderden rampen,
drama’s, catastrofes. Voor hen. Ik voel me als de domme blondjes die in hun
badpak met een sjerp om ernstig pleiten voor wereldvrede. Lachwekkende onzin.
Ik weet dat Nepal, Jemen, geen paradijzen waren. Maar de
mensen daar waren geen slachtoffers, of gedroegen zich in elk geval niet als
slachtoffers. Nu wel. Ze zijn niet alleen hun huizen en hun voedsel en hun
veiligheid kwijt, maar ook hun waardigheid. Daar komen militante jongeren van.
vrijdag 1 mei 2015
Nepal
De fotootjes die ik in ’92 met een pocketcameraatje maakte
en in Kathmandu zo goedkoop mogelijk liet ontwikkelen helpen nauwelijks om
herinneringen boven te halen. Op de fotoos zijn we zo jong, ik en Mina (de
discussies over de engelse spelling van haar naam!) en Pramod, zo ver weg van
wie we nu zijn. Maar ik weet nog hoe fijn de geluiden waren als je in de bergen
was, en hoe fris de vroege ochtendlucht. Wat vee, geruis van bladeren, soms een
fluitje van iemand die geiten hoedde. Dat is wat het woord vreedzaam betekent,
zulke geluiden.
Ik heb er veel geleerd, over mezelf, m’n beperkingen. Die
bleken niet zozeer fysiek te zijn, ik heb maar weinig nodig al had ik er wel
schreeuwende behoefte aan om me te kunnen wassen en schone kleren aan te
trekken na zweterige dagen lopen door Nuwakot. De dal-bhat kwam me soms de neus
uit maar ik had al gauw een samosastalletje in het oude centrum van Kathmandu
ontdekt zodat ik m’n frituurbehoefte kon bevredigen. En Mina liet me zien waar
je mithai kon krijgen, snoep van buffelmelk met veel suiker en kardemom, ik ben
er nog steeds verslaafd aan. De kou, het moeizame lopen of dagen aan een stuk
opgepropt in een tjokvolle jeep over wegen vol potholes hobbelen, zelfs het net
te kleine bed kwam ik allemaal wel te boven. Alle ellende die ik zag was vooral
studie-object en zo exotisch dat ik er emotioneel voldoende afstand voor had om
het op te nemen. Kleine meisjes die als seksslavinnen verkocht werden, vrouwen
met aids die uit hun gemeenschap werden verstoten, kleine kumari’s die voorbestemd
werden voor een eenzaam en onmenselijk leven, Tibetaanse vluchtelingen die
werden vermoord en de slavernij in de tapijtweverijen en ver weg in de
westelijke Terai. Ik had veel te weinig kaas gegeten van de Nepalese wereld om
het allemaal te kunnen duiden, het is een wonder dat het me lukte toch af te
studeren. Het was frustrerend om Nepali te praten als een peuter, maar gelukkig
leidde het vooral tot hilariteit.
M’n persoonlijke beperkingen hadden heel onverwacht te maken
met m’n culturele hangups. Ik had veel privacy nodig. Ik werd ontzettend
ongeduldig van het totale gebrek aan planning. Ik wist niet om te gaan met de
familieverhoudingen in m’n gastgezin. En ik moest af en toe fietsen.
Wat een prachtig, schitterend, wonderbaarlijk land. Wat
hebben de Nepalezen die ik ontmoette me ongelooflijk goed ontvangen, gastvrij
en tolerant voor mijn vreemdheid. En wat waren ze extreem arm en primitief. Dat
zag er toen nog wel romantisch uit, nu weet ik hoe onbeschrijflijk de ellende
moet zijn voor mensen die al bijna niks hadden en die dat dan ook nog
verliezen.
Abonneren op:
Posts (Atom)