donderdag 20 juni 2013

Voorkomen terreuraanslagen

Van tijd tot tijd wordt ons wijsgemaakt dat een terroristische aanslag voorkomen is. Sinds het PRISM-schandaal hebben we een indruk hoe onze spionnen konden weten dat er een terreuraanslag werd voorbereid, en door wie. Maar nooit wordt er uitgelegd hoe die aanslag dan voorkomen is. Er staat me sinds de Hofstadaffaire ook geen groot proces bij tegen een vermeende terrorist. Dus hoe wordt een aanslag voorkomen? Worden de toekomstige terroristen gewoon vermoord, al dan niet door drones? Wordt een enge geheime dienst in een eng land getipt, zodat ze de ‘verdachten’ op kunnen pakken en tot bekentenissen martelen? Worden de baardige sujetten eenvoudig naar Guantanamo Bay ontvoerd, of in geheime rechtbanken ontrecht?

Wie is er eigenlijk wel eens een buurman kwijtgeraakt? Herinnert iemand zich een verdwenen clubgenoot, valt het op dat een dorpeling in het vakantieland er niet meer is? In de grote urbane samenleving kunnen mensen spoorloos verdwijnen. Ongeruste moeders, verdrietige echtgenotes, maken geen stennis en als ze het al wel doen gebeurt dat achter hoge muren, buiten het zicht van de vrije democratieën.

woensdag 19 juni 2013

De rol van internet

Morozov legt uit dat er nog altijd politiek nodig is om maatschappelijke problemen aan te pakken. En dat de jongens en meisjes in Sillicon Valley, die denken dat ze de wereldrevolutie vorm geven, niet zozeer arrogant zijn als wel grenzeloos naïef. Uitvoerig interview hier.

En als ik dan toch bezig ben te linken naar bere-interessante verhalen over ict, hier een uitstekend verhaal om het enthousiasme over big data een beetje te temperen.

woensdag 12 juni 2013

Van Tugrul Yilmaz

We ask for your solidarity and support. Please spread this text. We need your insight and your solidarity in this matter.
We are a group of people who have come together to write this text as a result of the oppression in Turkey.
We have been taking a stand against police assaults for days now. We and countless other citizens.
The protests which were triggered after the ruling to demolish Gezi Park provided with a ground to a initiate a far belated struggle.
Numerous events brought us to this point in the struggle, including the devastating incidents at Reyhanlı and Roboski where many people were killed due to – if we are being politically correct – lack of foresight on part of the government; laws and the proposed legislations that violate our liberties such as abortion and alcohol; the negligent attitude of mainstream media; and many other legislations, events and public statements.
Some insist our struggle is an ideological one. Although we do respect them, we are not members of any political party or ideological group. This is a common struggle of the people; we are united in our cause. The Turkey-wide struggle cannot be attributed to anyone else but the people.
We face police attacks every day. Gas masks, vinegar, neutralizing solution have become vital materials we cannot leave home without. Plainclothes police and provocateurs run rampant among us; and because the mainstream media broadcasts mainly misinformation, we do our best to distinguish between truthful and misleading news on Facebook and twitter. While the struggle has spread throughout the country mainstream TV stations have been broadcasting documentaries and quiz shows.
We all help one another on the streets; when someone falls, people rush over to their side and help them up. We calm one another down, we protect one another. People who are unable to take to streets support us from their windows, open up their homes to us if needed. The pepper gas makes us sick, police brutalities result in various injuries.
From the government, we demand our fundamental rights and freedoms. We want the mainstream media to broadcast the truth, make our voice heard. We want the government to reconsider its policies, and withdraw the police forces. In short, we want to be acknowledged as human beings.
We are all responsible individuals. But until this struggle reaches its desired end, our main responsibility will be to resist. Otherwise, what does it mean to be a human being?

Terreurbestrijding



Geweld en terreur zijn kostbare middelen om je morele gelijk te halen. In een wereld waarin mensen het idee hebben dat ze naar hun overtuigingen kunnen leven, zullen het alleen de heel sneue, machteloze minderheden zijn die de meerderheid proberen te dwingen hen serieus te nemen. Als je goed gebekt bent zodat je mensen kan overtuigen, als je je sterk weet omdat je heel veel medestanders hebt, als het politieke systeem je goeie kansen biedt om invloed uit te oefenen, is terreur wel het laatste waar je je van bedient.
Maar als er genoeg signalen zijn waaruit kan worden opmaakt dat je helemaal geen kans krijgt om invloed uit te oefenen, zal een enkeling zo gefrustreerd raken, zich zó onmachtig voelen, dat hij naar krachtige instrumenten zoekt om z’n zin door te drijven. Signalen als de discriminatie van geloofsgenoten, corruptie, doofpotten en vriendjespolitiek onder mensen met macht, staatsterreur in de vorm van een willekeurige inzet van de zwaardmacht. Signalen als het niet respecteren van grondrechten. Het éénzijdig bepalen dat andere belangen zoals veiligheid, in de zin van behoud van de status quo, belangrijker zijn dan jouw vrijheid en burgerschap.
In een samenleving waarin sommigen meer gelijk zijn dan anderen, waarin mensenrechten niet voor alle mensen gelden, heerst geen recht. In zo’n wereld voelen mensen zich machteloos, en van de machtelozen kan je verwachten dat ze de waarden van democratie en recht niet zullen respecteren.

maandag 10 juni 2013

Prisma

Er zijn mensen die geloven dat ze hun privacy beschermen door geen facebookaccount te hebben. Maar als je wel eens een pinbetaling doet, met het openbaar vervoer of een vliegtuig reist, wel eens iemand belt of over het internet surft, als je lid bent van een vereniging of een bankrekening hebt, als je werknemer bent of een abonnement hebt, dan is er geen facebookaccount nodig om persoonlijke informatie rond te laten slingeren. In al die gevallen heb je geen enkele zeggenschap over wat er met die informatie gebeurt. Je hebt er zelfs volstrekt geen weet van.


Zouden onze eigen overheden, en Europese bedrijven, minder cynisch met ons, hun burgers, omgaan dan de VS? Is het “100% veiligheid” denken hier minder? Hebben wij nog oprechte democraten in alle lagen en posities?

Obama stelt dat er niets illegaals is gebeurd. Des te erger, want dat betekent dat de wet misbruikt is om democratische controle uit te schakelen. Om zonder toezicht door journalisten, zonder publiek debat tussen volksvertegenwoordigers, zonder openbare rechterlijke toetsing, mensen aan te wijzen als verdachten en eventueel ook zo te behandelen. Zonder hen te laten weten waarvan ze beschuldigd worden, zonder ze een kans te geven de informatie te controleren waarop een verdenking is gebaseerd.

We worden misschien niet allemaal gevangen gezet in rendition prisons, of gewoon vermoord door drones. Misschien krijgen we niet eens te maken met een visumweigering of hinderlijk volgen door de politie. Zelfs al wordt er alleen maar gekeken, worden onze gangen gevolgd, wordt in kaart gebracht wanneer we met wie communiceren, beoordeelt er iemand, of een machine, of we wel ongevaarlijke burgers zijn, dan nog worden we in ons burgerschap geschaad.

De EU kan eigenlijk alleen maar geloofwaardig maken dat openbaarheid, grondrechten en democratie in Europa wèl inhoud hebben, door Edward Snowden asiel en bescherming aan te bieden. Teken deze petitie!

Hier een film over privacy, lang maar toch de moeite van het uitkijken waard. En hier een geniaal artikel waarin vijf stellingen over privacy onderuit worden gehaald.Hier en hier over persoonlijke beveiligingsmogelijkheden, die ik eerlijk gezegd zelf niet goed begrijp.

dinsdag 21 mei 2013

Rik Peeters, The preventive gaze

Peeters stelt dat we van een rechtsstaat (waarin de staat reageert op wetsovertredingen) via de verzorgingsstaat (waarin het noodlot wordt gecompenseerd) naar een preventiestaat zijn ontwikkeld. Dit betekent een fundamentele transformatie van de staat, van het burgerschaps-ideaal en van beleidslogica en de verhouding tussen overheid en burgers. Het betekent ook een nieuwe visie op vrijheid en verantwoordelijkheid: individuele verantwoordelijkheid is niet langer een vorm van ex post (juridische) aansprakelijkheid, maar het is het vermogen van burgers om ex ante de gevolgen van hun keuzes te overdenken.


De mens wordt geacht vrij te zijn als hij zelf nadenkt en verantwoordelijkheid voor zijn keuzes draagt. Vrijheid is in de preventiestaat niet meer tegengesteld aan staatsmacht, maar het is er juist een instrument van. De preventiestaat doet een beroep op individuele autonomie, en introdu-ceert tegelijkertijd gedragsinterventies om ‘vrijwillige gehoorzaamheid’ te ontlokken.
Ook de betekenis van solidariteit verandert: binnen het sjabloon van de verzorgingsstaat werd solidariteit gevraagd van de belastingbetaler met het slachtoffer van een willekeurig en onvermijde¬lijk noodlot; in de preventiestaat wordt juist solidariteit gevraagd van de burger die door vermijdbaar gedrag onnodige aanspraken op collectieve middelen maakt.

De rechtvaardiging voor overheidsinterventies is verschoven van een inbreuk op de wet of een individuele zorgvraag, naar het mitigeren van risico’s.
Het interventierepertoire dat voortvloeit uit het preventiedenken is gericht op het sturen, beïnvloeden, faciliteren en managen van verantwoordelijkheid en solidariteit. De ontwikkeling van dit nieuwe repertoire vindt plaats langs drie organisatieprincipes: nabijheid, coördinatie en tijdigheid.
Nabijheid: preventie wordt georganiseerd in de directe leefomgeving van burgers.
Coördinatie: een pakket maatregelen, en een samenwerkingsverband van organisaties, wordt ingezet om gedrag te beïnvloeden. Wat vanuit disciplinair, rechtsstatelijk of bureaucratisch perspectief logische scheidslijnen zijn, blijken vanuit preventieperspectief juist barrières.
Tijdigheid: preventie is het meest effectief als het zo vroeg mogelijk wordt ingezet. De staat moet zorgen voor anticiperend vermogen, door vroegsignalering. Dat betekent in de praktijk surveillance van de publieke ruimte, screening van de bevolking, monitoring van risicoburgers en nieuwe rolopvattingen van professionals.
Het preventiedenken verandert ook de selectie van objecten van interventie. In criminaliteits-preventie bijvoorbeeld, is niet de delinquent, maar de gehele bevolking het aangrijpingspunt. De grondgedachte is dat in principe iedere burger zowel dader als slachtoffer kan worden.

Peeters geeft aan waardoor de transformatie naar een preventiestaat in gang is gezet. Met de toegenomen welvaart, en de toegenomen kennis over risico’s en gedragsbeinvloeding, gecombineerd met een neergang van sociale instituties en erosie van sociale controle, treedt de staat naar voren als compensatie voor een gebrek aan maatschappelijke zelfregulering en zelfcorrectie. Daarbij volstaat een reactief handelingsrepertoire niet.


Hoewel de preventiestaat mogelijk veel goeds brengt, zijn er ook nadelen en risico’s aan verbonden. Het gaat met name om het risico van willekeur, en de instrumentalisering van burgerschap. Peeters hoopt dat er tegenwicht geboden zal worden door institutionele en maatschappelijke checks and balances en door burgers die risico’s blijven nemen in ondernemerschap, verkeer, sport en ongezonde gewoonten.
Het is de vraag of de verworvenheden van rechtsstaat, verzorgingsstaat en preventiestaat behouden kunnen blijven. Een verzorgingsstaat was nog steeds een rechtsstaat, en mogelijk fungeren de waarden van rechtsstaat en verzorgingsstaat evengoed als basis voor de preventiestaat.

Sharia

Ik kom uit een rotdorp. Katholiek, benepen, lelijk. Op zondag bewoog iedereen zich naar de kerk en daarna gingen de mannen naar het café, de vrouwen en kinderen naar oma. Op het pleintje tegenover de Végé stonden pubers met brommers, intimiderend als gorilla’s. Als je in je eigen, afgesloten tuin, bloot zonnebaadde, klopte iemand aan om z’n beklag te doen. Kinderen mochten niet spelen met kinderen van gescheiden ouders. Alle druk was erop gericht dat je je zou conformeren aan de normen en uiterlijkheden van het dorp.


Ik ben ontsnapt naar een stad, waar ik bij mooi weer in korte broek en mouwloos hemd door de Schilderswijk fiets. Waar ik boodschappen doe bij de Pakistaan en af en toe door oude wijken wandel. Geen gezicht daar: dikke bedoekte vrouwen en in zwarte nepleren jasjes gestoken donkere mannen. Een ander soort lelijk dan in m’n eigen wijk, waar de dikke witte mannen hun bilspleet laten zien en de vrouwen akelige verfspatten in hun bleke schouders hebben laten prikken. Waar tientallen buren hun enorme honden laten kakken tussen je voordeur en je auto, waar jongeren vroeg in de ochtend hard naar elkaar toeteren. Waar kinderen strings en lippestift dragen.

Maar waar je overal, zowel in de Schilderswijk als bij mij in de buurt, met rust gelaten wordt. Waar niemand zich druk maakt om hoe je eruit ziet, om wat je denkt zegt of doet, zolang je maar niet meer hinder veroorzaakt dan ieder ander. Er zal een hoop gegiecheld worden om rare types, en die zijn er genoeg. Geen stress maar pret.

Wie spreekt van een shariadriehoek in de Schilderswijk, zou voor de gein eens een paar jaar in een Limburgs gehucht moeten proberen te leven. De Schilderswijk zal daarna als een bevrijding voelen.