woensdag 18 april 2012

Migrantenclubjes

Volgens zijn column over migrantenorganisaties voelt Hassan Bahara zich niet door hen vertegenwoordigd. Dat zal wel terecht zijn. Hij wijst ook nog even op het denigrerende ‘clubjes’ dat door ambtenaren wordt gebezigd. Wat iedereen ondertussen lijkt te vergeten, de niet-vertegenwoordigde migrantenkinderen en de ambtenaren, is dat de overheid twintig jaar geleden smekend op de knieën lag bij willekeurige migranten, om toch maar vooral een organisatie op te richten. De Nederlandse overheid, met haar corporatistische inslag, weet zich geen raad met individuen, en heeft vertegenwoordigers van groepen nodig om er mee te kunnen communiceren. ‘Inspraak’ door groepsvertegenwoordigers legitimeert beleid, en daarom wist de overheid niet hoe snel ze een paar actieve migranten moest erkennen als vertegenwoordigers van een ‘achterban’. Dat die achterban eigenlijk geconstrueerd was door de overheid, die doelgroepen en bevolkingscategorieën had aangewezen, wordt makkelijk vergeten omdat we met z’n allen geloven dat dit de enige werkelijkheid is. Dat is het korte geheugen van de politiek: vergeten zijn de sociale klassen, vergeten zijn de zuilen, vergeten zijn de sexeverschillen, leeftijdsgroepen, opleidingsniveaus, leefstijlen, stad en platteland, over tot de orde van de etnisch verdeelde samenleving.

zondag 15 april 2012

avondje uit

Ik wacht op de trein van half vier in de nacht. Tegenover me zit een stel. Het meisje kotst stilletjes op de vloer. Onsmakelijk voor mij, en ik denk aan de schoonmaker die dit morgenochtend op moet ruimen. De perronwachten manen het stel in ieder geval de tafel schoon te maken. De jongen sputtert over de vermeende onvriendelijkheid. Het meisje ziet er ziek uit. Iedereen triest.

woensdag 11 april 2012

Dom Nederlands

“Trevin lag in z’n eigen plas bloed.” Zou de journaliste echt denken dat hij net zo goed in een plas bloed van iemand anders had kunnen liggen?

maandag 9 april 2012

Trivialisering van religie

Ik ben niet gelovig, en toch kan ik ineens begrip opbrengen voor strenge moslims die bezwaar maken tegen afbeeldingen. Ik hoor Danny de Munck op de radio dommigheid uitkramen over ‘the passion’ (entertainment moet in het engels). Bij rtl-nieuws is een item over de hoeveelheid vreten die Nederlanders verorberen tijdens feestdagen, geen woord over de betekenis van pasen. De NRC met een smakeloze cartoon over Jezus. Niets zo ontheiligends als ‘amusement’. Daarmee trap je wie er één heeft, op hun ziel.

Paradox van recht

Een kind weet wat recht is: vrijheid en gelijkheid. Zelfs rhesusaapjes schijnen het concept ‘recht’ te kennen, en te associeren met gelijkheid. In de tientallen jaren kritiek op het communisme is ook duidelijk geworden dat gelijkheid alleen nooit recht oplevert; vrijheid is een essentieel onderdeel.
Gelijkheid en vrijheid zijn rare, paradoxale, begrippen. Ze lijken tegengesteld aan elkaar, immers gelijkheid van eenieder vereist het beperken van de vrijheid van eenieder, zodat niemand zijn eigen vrijheid gebruikt om die van een ander te belemmeren. En vrijheid verhoudt zich maar moeizaam met gelijkheid, als gelijkheid alleen verkregen kan worden door de dwang om zich te voegen naar anderen.
Gelijkheid kan alleen bestaan als er diversiteit is. Het meest tegengesteld aan gelijkheid is homogeniteit en conformisme. Alleen bij de gratie van verschillen, vooral gelijkwaardige verschillen, bestaat politieke gelijkheid. Niemand moet voldoen aan een soort standaard-beeld, niemand moet zich conformeren aan iets ‘hogers’ of waardevollers dan hijzelf is. Gelijkheid betekent vooral dat verschillen politiek irrelevant zijn. Of je nu man of vrouw, oud of jong, geel of roze, boer of professor bent, je hebt gelijke rechten en verplichtingen, je bent op een gelijke manier burger. Verantwoordelijkheden hangen samen met je relevante mogelijkheden, niet met je irrelevante kenmerken.
Vrijheid is al net zo paradoxaal pas aan de orde als er grenzen, kaders, zijn. Kaders geven een referentie: vrijheid om iets te doen of te denken; bevrijding van beperkende belemmeringen. Onbegrensde vrijheid is leegte, betekenisloos en daardoor onvrij. Een ruimtewandelaar in het heelal die niet meer aan z’n schip verbonden is, kan alle kanten op en is daardoor gevangen in de leegte.
Alleen als er gelijkheid is, is er vrijheid. Ongelijkheid betekent macht van de één over de ander, en dat is onvrijheid voor beiden. De ondergeschikte kan geen eigen keuzes maken, maar ook de machthebber is niet langer autonoom. Hij is gebonden door de logica van z’n macht, verliest de vrijheid om op voet van gelijkwaardigheid met anderen te communiceren.
Als recht vrijheid/gelijkheid is, kan er alleen sprake zijn van een toestand van recht bij een democratie. En van een democratie is slechts sprake als er recht heerst. Het is nog niet zo onlogisch hoor, het idee van de democratische rechtsstaat.

zondag 8 april 2012

Vuijsje, Beste vriend

Misschien is het niet goed om een boek in een paar uurtjes uit te lezen, maar ja ik ben ziek dus dan doe je dat. En nou heb ik het uit, ben ik gaar en weet ik niet wat ik van het boek vind. Triest, vooral. Niet vreselijk interessant, niet erg diepgaand, niet grappig. Aan het taalgebruik is niks mis, en het is knap om een verhaal te vertellen vanuit het perspectief van een volkomen leeg personage. Maar eigenlijk vind ik er niks aan. Zal wel komen doordat ik geen man ben.

Draaisma, Vergeetboek

Een populair-wetenschappelijk boek over herinneren en vergeten blijkt zowaar nog ontroerende verhalen te bevatten. Over de afscheidsbriefjes van terdoodveroordeelden, over foto’s van dode kinderen alsof ze nog leefden, over lobotomieslachtoffers die non-stop in het heden moeten leven. Een echte brok in m’n keel kreeg ik van het verhaal van Peter Esterházy, die z’n herinneringen aan z’n vader moest herzien toen bleek dat de man een agent voor de geheime dienst was geweest.
Dat is inderdaad het pijnlijkste, gruwelijkste, meest onzekermakend aspect van verraden worden. Je kan je eigen herinneringen niet meer vertrouwen. Je verleden is onwaar. Je bent acht jaar lang dolgelukkig met de liefde van je leven, zeker en vertrouwd in de wetenschap dat je samen oud zal worden. Het leven wordt gedeeld, belevingen beleef je samen, met z’n tweeën zijn we iets dat veel meer is dan twee losse personen. Je kent hem door en door en je wordt gekend en bemind.
De klap van het verraad is niet het moment van afscheid nemen, maar de moord op wat je daarvóór wist, was. Met terugwerkende kracht is alles wat je zeker wist, wat je tot op het bot voelde, een leugen. Acht jaar van je leven ontkend. En dus ook het leven van daarvóór, alles wat naar die acht jaar toe gebeurde. Je hele bestaan blijkt een verzinsel. Dat is pure moord.