vrijdag 16 september 2011
Maakbaar
Door moderne politici en hippe ambtenaren wordt vaak smalend verwezen naar vroeger tijden, toen men nog geloofde in de maakbare samenleving. Inmiddels is maakbaarheid een achterhaald concept en meent iedereen dat het geloof in de maakbare samenleving alleen tot narigheid geleid heeft.
Dus moderne politici laten zich niks gelegen liggen aan kennis, maken zich niet druk over doordachte beleidsontwikkeling, stellen geen belang in beleidsevaluaties en verantwoorden zich nauwelijks inhoudelijk. Als je niet gelooft in maaktbaarheid is er immers geen enkele reden om je druk te maken over de effecten van je besluiten. Dan roep je gewoon om het hardst je mening, en wie het allerhardst roept wint.
Natuurlijk is de samenleving niet echt ‘maakbaar’, maar je moet er wel in geloven dat overheidsinterventies enige impact hebben, anders zou je het achterwege moeten laten. Er is bovendien een schat aan sociaalwetenschappelijke kennis over relaties tussen interventie en gedrag. Er zijn honderden beleidsevaluaties waaruit te leren valt wat de effecten en neveneffecten zijn van maatregelen van de overheid.
Maakbaarheid is niet hetzelfde als het verordonneren van iets wenselijks, en er dan vanuit gaan dat mensen zich op bevel zo gaan gedragen als voorgeschreven. Het is niet de overtuiging dat de overheid alles wat er in de wereld gebeurt in de hand heeft.
Het is het moeizame proces van politieke besluitvorming over wat we zouden willen, wetenschappelijke kennis ontwikkelen over hoe het werkt, ambtelijke vormgeving van beleid en politiek-journalistiek-ambtelijke toetsing van de feitelijke doelmatigheid in de echte wereld.
Er is veel maakbaar, maar weinig is eenvoudig te maken.
woensdag 14 september 2011
Werkplek
Ik begon mijn werkend bestaan op een fijne zolderkamer bij de WRR, in de prachtige villa aan Plein 1813. Ik wilde er nooit meer weg, stond ’s maandagochtends juichend voor de deur en dat had wel iets te maken met de werkomgeving. Dat schitterende pand is inmiddels vreselijk verwaarloosd, vies en afgebladderd en opgeleukt met plakplaatjes, het doet gewoon pijn aan je ogen.
Na een paar jaar in een tuinhuis vlakbij het Vondelpark, kreeg ik een bureau in een grote driepersoonskamer middenin LV8, zodat ik alles en iedereen goed in de gaten kon houden. Ik wilde er nooit meer weg, en dat kwam vooral door de mensen, die ik dankzij m’n centrale werkplek allemaal zag en hoorde. Het gebouw van Aldo van Eyck was toen al te klein voor alle medewerkers, en na de verbouwing willen ze er nog meer onderzoekers per vierkante meter inproppen. Arme rekenkamerado’s.
En nu, na wat omzwervingen langs het lelijkste gebouw van Den Haag, sick buildings en dagelijkse hoofdpijnkamers, worden we de nieuwbouw ingejaagd onder het mom van flexibilisering. Opmerkelijk genoeg betekent flexibilisering niet dat het management flexibeler omgaat met de individuele behoeften en mogelijkheden van een paar duizend verschillende medewerkers. Het betekent niet dat je in de gelegenheid gesteld wordt je werkplek en werktijden zodanig te organiseren dat je optimaal kan functioneren, maximaal kan produceren, helemaal blij en gezond bent.
Flexibiliseren in overheidsmanagersjargon betekent dat wíj, de medewerkers, ons aan moeten passen aan de wensen van onze bazen. We moeten gewoon een beetje indikken, plaats maken, privé-ruimte en privé-tijd aan de baas geven, meer doen met minder middelen. Dat lijkt goedkoop voor de organisatie, dus voor de belastingbetaler.
Maar het zal een kwestie van pennywise-poundfoolish worden. Het informele contact tussen collega’s, de smeerolie van een kennisorganisatie, wordt heel veel minder als je elkaar niet meer live kan vinden. Je gaat toch niet via skype vragen hoe het wiekend was, en of je ook dat interessante artikel gelezen hebt.
De tijd die het iedereen kost om zich ’s ochtends op een werkplek te settelen, gaat af van de functionele tijd. Mensen die als varkens in een megastal zich moeten invechten op een passende plek, worden ongelukkig en vaker ziek. Een passende stoel en goeie hoogte van een bureau zit er niet meer in, tenzij je dagelijks aan het klussen gaat met zwengels en schroeven. Medewerkers die vooral studeren en schrijven, kunnen zich moeilijker concentreren. Kenniswerkers die afhankelijk zijn van hun literatuur, moeten inspiratie opdoen achter een scherm, want verschillende boeken waarvan je de kaften en titels langs kan lopen, zijn er niet meer. Hele oerwouden aan papier zullen worden uitgeprint, omdat je nou eenmaal geen complete boeken van een scherm wil lezen als je ogen je lief zijn.
Laat ik maar zorgen dat ik aan de andere kant van de wereld zit, als dit heilloze experiment uitgevoerd wordt. Tegen de tijd dat ontdekt is dat medewerkers ongelukkig worden en hele ministeries niet meer functioneren, kom ik wel terug. Misschien kan ik dan een eigen bureautje claimen.
zondag 11 september 2011
Het superieure westen
Volgens Bolkestein (als dat een intellectueel is ben ik een atleet) is de westerse beschaving superieur. Afgezien van de definitie van ‘westerse beschaving’ (bierbuiken glimmend in de zonnebrandcreme op het strand? televisie? met z’n allen veertig uur per week in betonnen blokken? hi-ha-hondelul?) is het nogal een makkelijke kunst, die superioriteit. Nadat we de Amerikanen hebben uitgeroeid, Afrikanen als slaven verhandeld, Azië leeggeroofd en aardbol en ruimte één grote vuilnisbak gemaakt, is er niet zoveel over van andere beschavingen. Dan is de westerse beschaving vanzelf superieur.
De sukkel bedoelt natuurlijk dat het liberalisme superieur is, de politieke theorie/ideologie die in ‘het westen’ is ontwikkeld in Verlichting, Franse revolutie en Nederlandse en Amerikaanse onafhankelijkheid. Eén van de basisgedachten in het liberalisme is nou juist dat mensen gelijk zijn, ongeacht hun ‘cultuur’, afkomst, geloof of overtuiging. De koning is ook een gewoon mens, gelijk aan alle anderen; katholieken, protestanten, logischerwijs ook shi’ieten en soennieten en zelfs ongelovigen zijn politiek gelijk, handarbeiders, kapitalisten en intellectuelen zijn gelijk. Enzovoort. Alleen politieke gelijkheid brengt vrijheid, en alleen de vrijheid om te leven en te denken zoals je zelf verkiest biedt gelijkheid. Daar volgt broederschap uit, een vreedzame samenleving die collectief kan ontwikkelen, groeien, leren, verbeteren. Dàt is superieur, het is superieur aan dictatuur en slavernij, aan klassemaatschappij en totalitarisme.
We leven in een superieur regime, waarin zelfs een Bolkestein krantepagina’s lang ruimte krijgt om z’n kromme opvattingen te spuien. Waarin ik vannacht niet opgepakt word omdat ik daar per blog tegenin ga. Waarin we zonder corrupte oorlog hadden moeten omgaan met 9/11.
woensdag 7 september 2011
privacy
Nou moe als ik met korting wil blijven zwemmen, dus een tien-banen-kaart wil, moet ik m'n naam en adres geven. En dat wordt dan allemaal online ergens ingevoerd (en gecontroleerd!). Tot nu toe hadden we gewoon een geplastificeerd papiertje waar iedere keer een gaatje in geknipt werd, heel effectief en volkomen anoniem. Waarom wil het zwembad m'n gegevens? Zijn ze gewoon vreselijk nieuwsgierig?
maandag 5 september 2011
vluchtelingen
Tijdens de museumnacht werden we blootgesteld aan een ‘experience’ als vluchteling, in het Humanities House aan de Prinsegracht. Een goedbedoelde poging, al was me niet helemaal duidelijk wat het resultaat moest zijn. Erg onder de indruk raakte je in ieder geval niet, het leek eigenlijk vooral op een beetje saaie kermisattractie. Kennelijk bestaat de overtuiging dat modern publiek (sowieso tellen alleen mensen tussen de vijftien en dertig lijkt het) pas aandacht voor een onderwerp heeft als er ‘interactief’ en met audiovisuele middelen gewerkt wordt. En dan blijkt dat interactief toch wel heel erg beperkt te blijven tot rondlopen en hier en daar je naam invullen.
Het stoorde me eigenlijk wel, dat het echte drama van vluchten zo enorm onderbelicht werd. De gruwel van geweld en oorlog, je geliefden en je huis en je hele omgeving vernietigd zien worden, angst en verdriet en pijn en onzekerheid, je leven volledig achterlaten.
De Kafkaeske ontmenselijking van asielprocedures, waarin mensen hun onschuld moeten aantonen, moeten bewijzen dat ze bedreigd worden en moeten aantonen dat ze zichzelf zijn. Het eindeloze wachten, de uitzichtloosheid en de slechte levensomstandigheden in vluchtelingenkampen en opvangcentra.
En dan de discriminatie, cultuurshock, de enorme aanpassingskloof. Een nieuwe taal leren, opnieuw naar school, werkloosheid, sociale ontheemding. Vluchtelingen bezoeken een ander land niet als toerist, met een gidsje in de hand van leukste plekken. Ze komen ergens terecht waar ze niet hadden willen zijn, want ze hadden liefst thuis willen zijn.
Mijn sterkste beelden over vluchtelingen, of eigenlijk over illegale migranten, heb ik niet van de ‘experience’ in het humanity house, maar van films. Verschrikkingen die je je eigenlijk niet voor wil stellen, onvoorstelbaar, en toch moet je het weten. Zo'n film confronteert, een wandeling door een geestig bedoeld neparchief maakt alleen maar lacherig.
Fastfood nation http://www.imdb.com/video/screenplay/vi3148218649/
Reise der Hoffnung http://de.wikipedia.org/wiki/Reise_der_Hoffnung
zondag 4 september 2011
Ben Goldacre, Bad Science
Goldacre legt uitvoerig, degelijk, begrijpelijk en goed onderbouwd uit wat er mis is met allerlei kwakzalverclaims en media coverage van medische kennis. De essentie van wetenschap, kennis en evidence wordt uitvoerig toegelicht, en hij fulmineert tegen homeopaten, hysterische redacties en voedingssupplementenindustrie met griezelverhalen over hoe ze hun boodschap steeds weer voor het voetlicht krijgen. Maar het is juist die degelijkheid en uitvoerigheid die verzekert dat geen normaal mens dit hele boek zal lezen, en die echte kennis zo impopulair maken.
Dat maakt het niet minder waardevol om nog eens eenvoudig uit te leggen wat random, statistische significantie, placebo-effect en controlegroep werkelijk betekenen. Zeker nu in allerlei andere disciplines naar evidence based medicine wordt verwezen als beste methode, is het de moeite waard om zulke basis schoolkennis nog eens te herhalen.
Het meest beangstigend vind ik overigens niet de enorme fouten die op het terrein van ziekte en gezondheid worden gemaakt, maar het risico dat iemand op grond van DNA-bewijs veroordeeld wordt terwijl de onderliggende onderzoeksmethode niet klopt. Juristen en publiek zijn alleen geinteresseerd in de conclusie van een onderzoeker, ze maken zich nauwelijks druk om de vrij hoge waarschijnlijkheid dat de verkeerde persoon aangewezen wordt door het vermenigvuldigen van DNA-moleculen inclusief alle mogelijke (besmettings)fouten.
Ook interessant: zelfs voor neurowetenschappers is het moeilijk. Ik herinner me nog wel dat ik tijdens m'n studie vergelijkbare fouten maakte. Statistiek is net als koken, je moet blijven opletten.
Abonneren op:
Posts (Atom)