Erudiete verhandeling over moraliteit. ‘Links’ wordt duidelijkheid over goed en kwaad beloofd, en daartoe worden de Bijbel en de Odyssee uitvoerig aangehaald. Wat ik niet helemaal begrijp is waarom moraliteit een probleem van links zou zijn, al laat Neiman wel duidelijk zien dat ‘linksen’ bang zijn om te oordelen. Ze laat ook zien hoe kitscherig de morele zekerheden van rechts zijn. Eigenlijk vind ik dat het sterkste punt uit het boek: dat moraliteit onzekerheid betekent. Dat moreel oordelen niet makkelijk is, dat er geen richtlijnen voor te geven zijn en dat ieder mens opnieuw verantwoordelijk is voor het maken van keuzen. Dàt is nou net die vrijheid die we als mens hebben. Vrijheid is bepaald niet eenvoudig.
Jammer dat Neiman uiteindelijk toch weinig helderheid biedt, naar mijn smaak. Niet omdat morele oordelen ambigu en ingewikkeld en specifiek zijn, maar omdat het hoofdstukken lang niet helemaal duidelijk is welk punt ze wil maken. Ze deelt een hele hoop kennis en inzichten, maar dat gaat op een nogal chaotische manier. Commentaren op de gedachten van filosofen lopen door de behandeling van die filosofen heen, en daar levert Neiman dan weer commentaar op. Of op de filosoof? Kernbegrippen als de categorische imperatief en de veil of ignorance legt ze nauwelijks uit. De gevolgtrekkingen die er te maken zijn na de experimenten van Milgram en Zimbardo worden alleen vluchtig behandeld (mensen zijn vrij en verantwoordelijk voor hun keuzen, maar de omgeving kan een bepaalde keuze wel veel aantrekkelijker of makkelijker maken. Wat betekent dat voor de verhouding tussen individuele verantwoordelijkheid en determinisme?).
Heel mooi is dat Neiman laat zien dat moraal van de mens komt, dat god van de mens komt, dat de mens de maat der dingen is. Ze stelt het alleen niet zo scherp. Maar als je haar boek leest kan je niet anders dan vaststellen dat we de wereld, goed en kwaad, verleden en toekomst, alleen door mensenogen kunnen zien en begrijpen. En dat het juist zo menselijk is om er niet veel van te begrijpen.
donderdag 3 februari 2011
woensdag 2 februari 2011
woensdag 26 januari 2011
bont
In Amsterdam werd gedemonstreerd voor bont. Het zou om te lachen zijn als het niet zo triest was. De twintig verongelijkte kennissen die het recht claimden om te consumeren wat ze willen, en vooral te consumeren zonder geconfronteerd te worden met het leed en de schade die ze daarmee aanrichten. Ze zagen, begrijpelijk, geen verschil met vleeseters en leerdragers. Ik snap hun verontwaardiging wel, over de moreel zelfingenomen bontbestrijders. “Wij laten ons niet de wet voorschrijven” zei er één. Het treurige is dat ze zich juist wel de wet voor laten schrijven. Door marketing en mode. Hun geestelijke leegte is misschien niet ernstiger dan die van milieu-activisten en dierenbeschermers, maar ze lopen er wel mee te koop, blind, in het spiegelhuis van de hip-heid.
Het recht om te consumeren, onmiddellijk, en alles wat je blieft, instant bevrediging, hypermaterialisme, ik denk dat het niet alleen komt door de welvaart, door het fenomeen dat geen van ons ooit iets tekort is gekomen. Volgens mij heeft het er ook mee te maken dat er geen grote gezinnen meer zijn. We hebben nauwelijks meer broers en zussen, een inwonende oma en een ongetrouwde tante, waar we rekening mee moeten houden, waarmee we moeten delen of waarvoor we ons iets moeten ontzeggen. Onze ouders behoeden ons voor onrecht, nooit zijn we tekort gedaan, nooit hebben we ons schuldig hoeven voelen omdat we een ander tekort deden. Geweten wordt ontwikkeld in een sociale context, en als die context beperkt is dan zal het geweten ook beperkt zijn.
Arme demonstranten, ze zetten zichzelf voor schut en ze doen zichzelf tekort. Hun hoogstpersoonlijke individuele vrijheid, hun identiteit, hangt kennelijk af van een kraagje van doodgemartelde gevilde konijnen.
Het recht om te consumeren, onmiddellijk, en alles wat je blieft, instant bevrediging, hypermaterialisme, ik denk dat het niet alleen komt door de welvaart, door het fenomeen dat geen van ons ooit iets tekort is gekomen. Volgens mij heeft het er ook mee te maken dat er geen grote gezinnen meer zijn. We hebben nauwelijks meer broers en zussen, een inwonende oma en een ongetrouwde tante, waar we rekening mee moeten houden, waarmee we moeten delen of waarvoor we ons iets moeten ontzeggen. Onze ouders behoeden ons voor onrecht, nooit zijn we tekort gedaan, nooit hebben we ons schuldig hoeven voelen omdat we een ander tekort deden. Geweten wordt ontwikkeld in een sociale context, en als die context beperkt is dan zal het geweten ook beperkt zijn.
Arme demonstranten, ze zetten zichzelf voor schut en ze doen zichzelf tekort. Hun hoogstpersoonlijke individuele vrijheid, hun identiteit, hangt kennelijk af van een kraagje van doodgemartelde gevilde konijnen.
woensdag 19 januari 2011
Jonathan Franzen, Freedom
Een lekker wegleesboek, hedendaags drama met zowaar een happy end. Fijn taalgebruik door een auteur die kennelijk scherp observeert, en die gelukkig de komische kant van alle triestigheid ziet. Het ‘autobiografische’ deel is ijzersterk, voortdurend vroeg ik me af hoe een mannelijke auteur dit allemaal zo goed weet. Knap, om een vrouw zo van binnenuit heel echt neer te zetten, eigenlijk beter dan de mannen in het verhaal.
Maar om nou te doen alsof dit het ultieme boek van de jaren tien is vind ik wat overdreven. De NRC had dagenlang complete pagina’s over Franzen en z’n boek, alsof dit dan eindelijk the great American novel zou zijn. Nou ja, dat zit er wel in, maar tegelijk is het toch niet méér dan een tekening, een beeld, zichtbare buitenkant. Misschien is dat wel juist het kenmerk van iets echt Amerikaans.
Maar om nou te doen alsof dit het ultieme boek van de jaren tien is vind ik wat overdreven. De NRC had dagenlang complete pagina’s over Franzen en z’n boek, alsof dit dan eindelijk the great American novel zou zijn. Nou ja, dat zit er wel in, maar tegelijk is het toch niet méér dan een tekening, een beeld, zichtbare buitenkant. Misschien is dat wel juist het kenmerk van iets echt Amerikaans.
maandag 3 januari 2011
Rosenboom, Zoete mond
Snel weg te lezen roman over de discrepantie tussen uiterlijk en innerlijk van mensen. Apart taalgebruik, niet heel erg storend maar eigenlijk ook niet zo aantrekkelijk. Het was geen tijdverspilling maar ik maak me sterk dat ik over drie maanden vergeten ben dat ik het boek ooit gelezen heb.
Eduardo Galeano, Kroniek van het vuur
Een soort blog, duizend bladzijden stukjes geschiedenis, verslag, getuigenis. Duizend bladzijden om recht te doen aan de slachtoffers, de slaven, de mensen.
Duizend bladzijden verschrikkingen, martelingen, wreedheid, uitbuiting, vernietiging, onrecht. Ook liefde en hoop, maar in Latijns Amerika heeft het goede het nooit gered. Het is gruwelijk om te lezen, steeds maar door, onophoudelijk, moord na moord na moord na moord. En te weten dat je als lezer bij de daders hoort.
Duizend bladzijden verschrikkingen, martelingen, wreedheid, uitbuiting, vernietiging, onrecht. Ook liefde en hoop, maar in Latijns Amerika heeft het goede het nooit gered. Het is gruwelijk om te lezen, steeds maar door, onophoudelijk, moord na moord na moord na moord. En te weten dat je als lezer bij de daders hoort.
maandag 13 december 2010
Derksen, De ware toedracht
Ton Derksen, De ware toedracht; Praktische wetenschapsfilosofie voor waarheidzoekers, Veen Magazines, Zutphen 2010
Dit inderdaad nogal praktische boek zou verplichte kost moeten zijn voor iedereen die met de strafrechtketen te maken heeft. De auteur laat zien hoe politiefunctionarissen, openbaar aanklagers en rechters (en advocaten) in dezelfde cognitieve valkuilen trappen als alle mensen. De hersenen van mensen werken nou éénmaal op een bepaalde manier, bij uitstek geschikt om te overleven in een omgeving van direct gevaar en voedselstrijd. De valkuilen veroorzaken doorgaans weinig serieuze problemen, maar in de strafrechtketen levert het wel onschuldige veroordeelden en loslopende criminelen op.
Twee oplossingen liggen voor de hand: goed onderwijs voor politiefunctionarissen en juristen over empirisch onderzoek en de risico’s van zelfgenoegzaamheid, en het organiseren van tegendenkers. Bij belangrijke strafrechtelijk onderzoek (al vanaf het moment dat de opsporing begint) zou er een instantie moeten zijn die alternatieve scenario’s bedenkt en ondersteunt dan politie en OM.
Onderdeel van goed onderwijs zou kennis van statistiek moeten zijn, zeker nu politie en justitie meer en meer gebruik maken van datamining technieken en geavanceerde statistische analyses. Het boek van Derksen biedt een eerste kennismaking. Nog inzichtelijker wordt het met Hans van Maanen, Goochelen met getallen; Cijfers en statistiek in krant en wetenschap 2009. Functionarissen die oordelen en handelen baseren op statistische analyses, moeten begrijpen welke conclusies wel en niet getrokken kunnen worden op basis van statistische verbanden.
Derksen behandelt cognitieve valkuilen vanuit drie perspectieven: psychologie, wetenschapsfilosofie en statistiek. Hij gebruikt bekende voorbeelden ter illustratie: Louwes, Henk H. en Lucia de B.
Psychologie: zelfbevestigende overtuigingen
Politiefunctionarissen construeren een verhaal, een scenario, rond een misdrijf en rond een bepaalde verdachte. Dat is hun werk. Wanneer mensen éénmaal een verhaal en een verdachte in hun hoofd hebben, wordt het steeds moeilijker om open te staan voor aanwijzingen dat het verhaal niet klopt of de verdachte niet schuldig is. Allerlei aanwijzingen worden zodanig geinterpreteerd dat ze in het scenario passen. Een ontkennende verdachte wordt bijvoorbeeld als leugenachtig beschouwd.
Hoe meer ervaren functionarissen zijn, hoe meer zij hun vaardigheden om leugens en waarheid van elkaar te onderscheiden, overschatten.
Een onschuldige burger moet dan ook hopen nooit als verdachte aangemerkt te worden, en als hij betrokken raakt bij een misdrijf moet hij hopen op onervaren agenten.
Wetenschapsfilosofie
Er zijn verschillende soorten waarheid. De uitspraak van een rechter over het al dan niet schuldig zijn van een verdachte is een sociale constructie van de waarheid. Die constructie is nuttig en nodig voor het functioneren van de rechtsstaat, maar het laat onverlet dat er foute uitspraken kunnen worden gedaan. Fouten kunnen ontstaan door gebrekkige kennis (gebrekkig bewijsmateriaal) of door verkeerde interpretatie van feiten.
Voor het goed functioneren van de rechtsstaat is afsluiting van strafzaken met een rechterlijke uitspraak van groot belang, maar ook het veroordelen van criminelen en het vrijspreken van onschuldigen. Een voorziening om fouten te herstellen is dus nodig.
Statistiek
Mensen hebben grote moeite met het accepteren van toeval, en kunnen daardoor moeilijk geloven dat sterke correlaties en coincidenties toevallig zijn. Het fout interpreteren van coincidenties (7 kinderen stierven tijdens een dienst van Lucia de B. dus had zij ze vermoord) wordt sterk bevorderd door het fout toepassen van referentiegroepen. De kans dat een willekeurige vrouw zeven sterfgevallen in korte tijd meemaakt is miniem, maar de kans dat het een verpleegster overkomt is al aanzienlijk groter.
Dit inderdaad nogal praktische boek zou verplichte kost moeten zijn voor iedereen die met de strafrechtketen te maken heeft. De auteur laat zien hoe politiefunctionarissen, openbaar aanklagers en rechters (en advocaten) in dezelfde cognitieve valkuilen trappen als alle mensen. De hersenen van mensen werken nou éénmaal op een bepaalde manier, bij uitstek geschikt om te overleven in een omgeving van direct gevaar en voedselstrijd. De valkuilen veroorzaken doorgaans weinig serieuze problemen, maar in de strafrechtketen levert het wel onschuldige veroordeelden en loslopende criminelen op.
Twee oplossingen liggen voor de hand: goed onderwijs voor politiefunctionarissen en juristen over empirisch onderzoek en de risico’s van zelfgenoegzaamheid, en het organiseren van tegendenkers. Bij belangrijke strafrechtelijk onderzoek (al vanaf het moment dat de opsporing begint) zou er een instantie moeten zijn die alternatieve scenario’s bedenkt en ondersteunt dan politie en OM.
Onderdeel van goed onderwijs zou kennis van statistiek moeten zijn, zeker nu politie en justitie meer en meer gebruik maken van datamining technieken en geavanceerde statistische analyses. Het boek van Derksen biedt een eerste kennismaking. Nog inzichtelijker wordt het met Hans van Maanen, Goochelen met getallen; Cijfers en statistiek in krant en wetenschap 2009. Functionarissen die oordelen en handelen baseren op statistische analyses, moeten begrijpen welke conclusies wel en niet getrokken kunnen worden op basis van statistische verbanden.
Derksen behandelt cognitieve valkuilen vanuit drie perspectieven: psychologie, wetenschapsfilosofie en statistiek. Hij gebruikt bekende voorbeelden ter illustratie: Louwes, Henk H. en Lucia de B.
Psychologie: zelfbevestigende overtuigingen
Politiefunctionarissen construeren een verhaal, een scenario, rond een misdrijf en rond een bepaalde verdachte. Dat is hun werk. Wanneer mensen éénmaal een verhaal en een verdachte in hun hoofd hebben, wordt het steeds moeilijker om open te staan voor aanwijzingen dat het verhaal niet klopt of de verdachte niet schuldig is. Allerlei aanwijzingen worden zodanig geinterpreteerd dat ze in het scenario passen. Een ontkennende verdachte wordt bijvoorbeeld als leugenachtig beschouwd.
Hoe meer ervaren functionarissen zijn, hoe meer zij hun vaardigheden om leugens en waarheid van elkaar te onderscheiden, overschatten.
Een onschuldige burger moet dan ook hopen nooit als verdachte aangemerkt te worden, en als hij betrokken raakt bij een misdrijf moet hij hopen op onervaren agenten.
Wetenschapsfilosofie
Er zijn verschillende soorten waarheid. De uitspraak van een rechter over het al dan niet schuldig zijn van een verdachte is een sociale constructie van de waarheid. Die constructie is nuttig en nodig voor het functioneren van de rechtsstaat, maar het laat onverlet dat er foute uitspraken kunnen worden gedaan. Fouten kunnen ontstaan door gebrekkige kennis (gebrekkig bewijsmateriaal) of door verkeerde interpretatie van feiten.
Voor het goed functioneren van de rechtsstaat is afsluiting van strafzaken met een rechterlijke uitspraak van groot belang, maar ook het veroordelen van criminelen en het vrijspreken van onschuldigen. Een voorziening om fouten te herstellen is dus nodig.
Statistiek
Mensen hebben grote moeite met het accepteren van toeval, en kunnen daardoor moeilijk geloven dat sterke correlaties en coincidenties toevallig zijn. Het fout interpreteren van coincidenties (7 kinderen stierven tijdens een dienst van Lucia de B. dus had zij ze vermoord) wordt sterk bevorderd door het fout toepassen van referentiegroepen. De kans dat een willekeurige vrouw zeven sterfgevallen in korte tijd meemaakt is miniem, maar de kans dat het een verpleegster overkomt is al aanzienlijk groter.
Abonneren op:
Posts (Atom)