vrijdag 24 maart 2017

Nederturken



Een democratische rechtsstaat wordt bepaald door zoveel dingen: diversiteit en gelijke behandeling, respect voor en bescherming van mensenrechten, gelegenheid tot oppositie, tegenmachtinstituties als onafhankelijke rechtspraak en controle, vrijheid van meningsuiting en privacy, staatsmonopolie op geweld en strafrecht met een blinddoek voor, algemeen kiesrecht en regelmatige verkiezingen, godsdienstvrijheid en het recht op vereniging enzovoort enzovoort. Uiteindelijk wordt een democratische rechtsstaat bepaald door een politieke cultuur en een samenleving waarin al deze elementen gerespecteerd worden, omdat mensen zich aan het systeem waarmee democratie en rechtsstaat worden geborgd, verbinden.

Zo'n verbinding ontstaat niet zomaar. Het kost jaren van opvoeding en onderwijs, van geschiedenis en kennis, van saamhorigheid en debat. Misschien ook wel van economische voorspoed, al ligt de omgekeerde logica meer voor de hand: democratie en recht zijn voorwaarden voor economische groei.
In Nederland heeft mijn generatie het geluk dat democratie en rechtsstaat grotendeels bevochten en geïnstitutionaliseerd zijn. De vrede wordt nog wel bedreigd door extreem-rechtse en extreem-linkse groepjes en terreurdreiging, door uit de hand lopende ongelijkheid en discriminatie en door commercialisering van kunst en journalistiek, maar dat zijn bedreigingen die het systeem op scherp zetten en het daarmee juist laten werken.

Een systeem dat democratie en rechtsstaat zou moeten dragen wordt pas echt ondermijnd als een regering de staatsmacht misbruikt om de institutionle tegenmachten te bestrijden en om elke vorm van oppositie te onderdrukken.

De regering van Erdogan gebruikt geweld tegen mensen om hun etniciteit (Koerden), hun beroep (rechters, volksvertegenwoordigers), hun uitingen (journalisten, columnisten en cabaretiers). Met scheldcannonades tegen geallieerde landen bedreigt hij de internationale orde. Hij roept, in nauwelijks bedekte termen, op tot terreur tegen Europeanen. En hij eist bij plebisciet autocratische bevoegdheden op waarmee hij alle checks and balances afschaft.

Ondertussen in Nederland proberen we de samenleving liberaal, open en divers te houden. Het is ingewikkeld om te bepalen welke beperkingen en eisen er in zo'n open samenleving gesteld kunnen worden aan immigratie en integratie. Uiteindelijk komt het neer op twee eisen: leer Nederlands, en committeer je aan de democratische rechtsstaat.

Als je mensen niet aan wil spreken op hun etniciteit, omdat we geloven in gelijkheid en democratie, dan kan je niet van elke Turk verlangen dat hij zich verantwoordt voor de daden van elke andere Turk, of van elke moslim dat hij zich tegen islamitische terreur uitspreekt (of van elke vegetariër dat zij de straat op gaat tegen gewelddadig dierenrechtenactivisme).

Maar je kan wel verlangen dat er niet met Turkse vlaggen gezwaaid wordt, dat er geen propaganda voor de AK-partij of het afschaffen van checks and balances in Turkije wordt verspreid. Omdat er maar weinig juridische of bestuurlijke middelen zijn om duidelijk te maken dat zulke antidemocratische geluiden niet getolereerd worden, zit er niks anders op dan sociale tegendruk te organiseren. De enige effectieve tegendruk komt van Turken die zich openlijk en stevig verzetten tegen de Erdoganpropagandisten.

Integratie en commitment aan de Nederlandse democratische rechtsstaat vraagt dus wel degelijk om etnisch geprofileerde stellingname. En dat houdt nooit op.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten